BK en BMK: nadenken over uurtarief is noodzakelijk

De BVOK pleitte recent voor een verhoging van het uurtarief in de kinderopvang naar ten minste 9 euro. De BMK en de BK reageren en stellen vast dat de tarieven voor kinderopvangtoeslag en het feitelijke uurtarief steeds verder uiteenlopen, en dat daar iets aan moet gebeuren.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

De BVOK trekt uit het jaarlijkse Sectorrapport Kinderopvang de conclusie dat de kinderopvang aanzienlijk meer financiële problemen heeft dan vergelijkbare bedrijven. Om die reden moet het uurtarief omhoog naar 9 euro, en in de Randstad wellicht zelf nog iets hoger.

Wat vinden de andere belangenorganisaties hiervan?

Volgens bestuurslid Robert Sänger van de BMK maakt de BVOK de correcte cijfers uit het rapport van het Sectierapport maar benoemt deze niet het verschil tussen de grotere en kleinere organisaties. ‘De gemiddelde solvabiliteit bij organisaties met een omzet lager dan 1 miljoen is verder verslechterd in 2018. De solvabiliteit van grotere organisaties laat een positief herstel zien.’

Kleine organisaties

Sänger erkent dat het effect van de IKK-maatregelen, die de kwaliteit en de toegankelijkheid van de kinderopvang moeten verbeteren, zwaarder drukken op een kleinere organisatie/locatie dan op een organisatie/locatie met meer groepen of meerdere locaties. Dit heeft volgens hem te maken met de mogelijkheid tot indelen van de groepen op basis van de leeftijd van de kinderen en de bkr.

Sänger zegt ook dat de exacte gevolgen van de Wet IKK op de kosten nog niet duidelijk zijn. ‘In 2019 zijn de maximum uurtarieven 2019 verhoogd op basis van een ingeschatte kostenstijging door het ministerie van SZW. Over die inschatting is veel gesproken. In ieder geval stijgen de personeelskosten in 2019 als aandeel van de omzet. Of de gemiddelde kostenstijging die doorgevoerd is in de tarieven afdoende was moet blijken uit cijfers van 2019.’

Indexatie

Robert Sänger: ‘De indexatie van de maximum uurtarieven blijft in 2020 achter bij de daadwerkelijke kostenontwikkeling. Dit legt over 2020 een extra druk op de exploitatie en rendement van de organisaties. Als de bezettingsgraad in 2020 niet hoger wordt, die dit zou kunnen compenseren, neemt het rendement af bij organisaties.’

Tariefdifferentiatie

Sänger verwacht wel dat een analyse naar omvang en omzet van de locatie/organisatie een verschillend beeld gaat opleveren. ‘De BMK pleit al direct vanaf de plannen voor de Wet IKK voor een verdere tariefdifferentiatie. Dat er voor 0-4 jaar eenzelfde tarief gehanteerd wordt, leidt tot ongewenste effecten en doet daarnaast geen recht aan groepen met verhoudingsgewijs veel 0-1, 0-2 jarigen. Een meer gedifferentieerd tarief verkleint ook de gevolgen van de Wet IKK voor een kleinere organisatie/locatie.’

Kostprijsonderzoek

Al geruime tijd pleit de BMK voor een kostprijsonderzoek, waarbij een goede onderbouwing van het uurtarief voor de kinderopvangtoeslag gedaan wordt. ‘De wijze waarop nu de absolute hoogte van het tarief bepaald is, sluit niet meer aan bij de daadwerkelijke kostprijs en leidt tot ongewenst gedrag binnen de sector. Denk daarbij aan niet meer aanbieden van plaatsen voor 0-2 jarigen en een verhoudingsgewijs aantrekkelijk tarief voor peuters waar nieuwe aanbieders op afkomen. Afhankelijk van de regio nemen de verschillen in huisvestingskosten toe. Dit geldt ook voor loonkosten door een toenemend tekort aan personeel in een steeds groter wordend deel van het land. Meer differentiatie in de tarieven is dus hard nodig.’

Bij het achterblijven van de kinderopvangtoeslagtarieven ten opzichte van de uurtarieven van organisaties nemen de kosten voor ouders toe. Die ontwikkeling vindt de BMK ongewenst.

Reactie BK

Directeur Emmeline Bijlsma van de BK juicht het toe dat de kwestie van het uurtarief aan de orde wordt gesteld. Het uurtarief van de kinderopvangtoeslag (KOT) en het uurtarief dat door de meeste kinderopvangorganisaties in rekening wordt gebracht aan de ouders, loopt in toenemende mate uiteen, stelt zij vast. 

‘In 2006 kon met het uurtarief van de toeslagregeling nog bijna 80% van het opvangaanbod bekostigd worden. In 2018 is dat voor dagopvang gedaald tot 56% en in 2019 liep dat terug naar 35%. In 2018 kon nog slechts 27% van het BSO-aanbod bekostigd worden met het toeslagtarief en in 2019 liep dat terug tot 13%. De toegankelijkheid van de kinderopvang komt daarmee in het geding.’ 

8 euro

Uit de begroting van het ministerie van SZW wordt duidelijk dat de landelijke overheid voor dit jaar zelfs uitgaat van een verlaging van het uurtarief naar iets meer dan 8 euro per uur. Dat is absoluut geen realistisch uitgangspunt, aldus de BK. ‘Het zou goed zijn om de ramingen te toetsen op consistentie met eerdere rapportages en de realiteit.’

Mocht dit niet gebeuren, dan kunnen gevolgen ernstig zijn, stelde de BK al eerder vast bij monde van voorzitter Felix Rottenberg. ‘Voor ouders dreigt hierdoor de toegankelijkheid en spreiding van de kinderopvangvoorziening in Nederland ernstig aangetast te worden.’

 

 

 

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.