Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Hogere kans op wiegendood in de kinderopvang

De kans dat een baby overlijdt aan wiegendood is op het kinderdagverblijf of bij een gastouder (nog steeds) hoger dan thuis. Dat meldt de Landelijke Werkgroep Wiegendood op basis van nog te publiceren onderzoek.
wiegendood
Er zijn steeds meer aanwijzingen dat ook stress wiegendood zou kunnen veroorzaken. - Foto: iStock

In 2008 deed de werkgroep ook onderzoek naar zuigelingen die plotseling en onverwacht overlijden in de kinderopvang. Toen bleek dat tussen 1996 en 2006 baby’s in de kinderopvang maar liefst bijna negen keer zoveel risico liepen op wiegendood als kinderen die thuis bleven. En dat risico is nu nog steeds verhoogd, blijkt uit het nog te publiceren onderzoek. Ondanks de huidige lage wiegendoodcijfers in Nederland (0,06 per 1000 levend geboren baby’s).

Oorzaak

Een oorzaak voor de verhoogde kans op wiegendood in de kinderopvang was in 2008 niet direct te vinden. Het was in ieder geval niet toe te schrijven aan bekende risicofactoren zoals buik- of zijligging van de baby’s, passief roken, warmtestuwing of het gebruik van een dekbed of hoofdkussen. De onderzoekers dachten misschien aan slechte(re) luchtkwaliteit, hoge(re) kans op luchtweginfecties en de moeilijke(re) psychosociale situatie van de baby’s in de opvang.

Stress

Want er zijn steeds meer aanwijzingen dat ook stress wiegendood zou kunnen veroorzaken. Engels onderzoek toonde in 1996 al aan dat verandering van de routinematige zorg van zuigelingen een verdubbelde kans op wiegendood teweeg brengt. En ook de afwezigheid van de eigen ouders zou een rol kunnen spelen. Twee dingen waar baby’s in de kinderopvang mee te maken krijgen. Daarom adviseert de Landelijke Werkgroep Wiegendood ouders om de overgang van thuis naar de kinderopvang minder stressvol te maken voor hun baby, door van tevoren alvast een paar keer op bezoek te gaan.

Protocol

Daarnaast stimuleert de Landelijke Werkgroep Wiegendood pedagogisch medewerkers en gastouders gebruik te maken van het protocol ‘Veilig slapen in de Kinderopvang’. Hierin staat wat zij kunnen doen om wiegendood zoveel mogelijk te voorkomen, en wat ze moeten doen in geval van calamiteiten.

Slechte(re) luchtkwaliteit zou misschien ook een rol kunnen spelen bij wiegendood. Gelukkig gaan er vanaf 1 april 2017 strengere eisen gelden voor luchtkwaliteit en ventilatie in de kinderopvang. Lees meer

Marijn Klok

Eén reactie

  • J.M van der Tas

    In Nederland is - gelukkig - het aantal kinderen dat overlijdt met de diagnose ‘wiegendood’ drastisch gedaald naar 6 op de 100.000 geboren baby’s ( dwz: in 2015 ongeveer 10 per jaar). Zulke lage getallen lenen zich niet voor statistische bewerkingen, maar kun je slechts behandelen als individuele cases.
    Toch spreken De Jonge cs. over 'hogere kansen' (dus kansberekening) en zelfs over een oorzaak-gevolgrelatie (dus statistische causaliteit). Hun bewering dat er in de kinderopvang niet alleen een hogere kans is op wiegendood, maar dat dit ook wordt veroorzaakt door die kinderopvang is een slag in de lucht, ingegeven door de persoonlijke overtuiging dat baby's thuis moeten zijn bij hun moeder.
    De ‘hogere kans’ gaat bij een minimale verandering in het aantal wiegendood per jaar al onderuit: dan is ineens het thuisfront de 'gevaarlijkste' plek. Een beschuldigende vinger naar de kinderopvang als 'veroorzaker' is niet meer dan een naargeestige uiting van de persoonlijke ideologie van De Jonge cs. Er zijn immers geen aanwijsbare handelingen voor onbekende oorzaken. Wiegendood is fors afgenomen o.m. na de landelijke instructie om kinderen niet op hun buik te leggen. Maar nog steeds kan niemand vertellen wat toen en nu werd en wordt geschaard onder 'wiegendood'.
    Als je objectief kijkt, rest er maar 1 conclusie: waar het kind is op het moment van wiegendood is toeval, het had ook elders kunnen zijn: thuis, in een kinderdagverblijf, bij opa en oma (als gastouders) etc.



Of registreer je om te kunnen reageren.