Gebruik jij ook bewust geen verkleinwoordjes tegen de kinderen op je groep? Volgens hoogleraar psycholinguïstiek Frank Wijnen is dat helemaal niet nodig. ‘Ze horen bij onze taal.'
Adobestock/SashaMagic
Verkleinwoordjes? Gewoon doen!
‘Verkleinwoorden horen gewoon bij het Nederlands en worden van nature gebruikt’, zegt Frank. Toch blijkt uit een poll dat zo’n 75 procent van de pedagogisch professionals verkleinwoorden bewust vermijdt. Vaak uit angst dat het slecht is voor de taalontwikkeling of omdat het kleinerend zou zijn. Onterecht, geeft Frank aan. ‘Kinderen leren taal prima, ook als je af en toe “handjes” of “schoentjes” zegt.’ Sterker nog: verkleinwoorden maken taal zachter en begrijpelijker en kunnen juist helpen bij taalontwikkeling. Veel belangrijker is dát je met kinderen praat, niet welke woorden je daarbij precies wel of niet gebruikt.’
Reacties
Miep Bassa Stoffels: ‘Ik heb juist altijd geleerd vanuit trainingen dat verkleinwoorden not done zijn.’
Martine Van Lingen: ‘Ik gebruik wel verkleinwoordjes. Naarmate kinderen ouder worden gaat dat vanzelf over. Ik ben nu 17 jaar gastouder en volgens mij is er geen kind dat nog steeds in verkleinwoorden praat.’
Judith Lionarons: ‘Ik gebruik soms wel verkleinwoorden. Ik denk dat dit soms wel moet kunnen, maar niet te vaak.’
Diana Koster: ‘Het heeft invloed op de correcte Nederlandse taal en je bent letterlijk aan het kleineren.’
Wilma Bloemers: ‘Ik gebruik beide. Taal blijft altijd in beweging, wat ze nu leren kan zomaar weer veranderen. Niet zo moeilijk doen.’
Anita Pultrum-Braaksma: ‘Ik vind verkleinwoorden verschrikkelijk, dus gewoon niet doen.’
Claudia de Graaff: ‘Over tien of twintig jaar is het weer pedagogisch en zet je het kind in zijn kracht als je geen verkleinwoorden gebruikt. Dit kan een hoogleraar niet even vaststellen toch?’
Nadine Visscher: ‘Ik heb geleerd dat het juist belangrijk is om geen verkleinwoorden te gebruiken omdat dan bijna alles begint met het. Het hondje, het schoentje enzovoort.’
Astrid Ophorst: ‘Ik heb altijd iets tegen het woord “kindjes” gehad. Zo heb ik dat niet geleerd.’
Ella Bowier: ‘Het ligt er maar net aan hoe je het gebruikt vind ik. Er is niets mis met: “Poets je handjes, pak je schoentjes” wat mij betreft.’
Lizzy van Asch-Nieuwenhuys: ‘“Doe je handjes maar poetsen en je mondje ook.” Daar krijg ik de kriebels van.’
Best gelezen op KinderopvangTotaal.nl
In deze vaardigheid zijn pp’ers minder goed
Van de zes interactievaardigheden in de kinderopvang blijkt vooral het begeleiden van interacties tussen kinderen lastig. Volgens trainer en auteur Jacqueline Schoemaker komt uit onderzoek naar voren dat pedagogisch professionals deze vaardigheid nog minder sterk beheersen dan de andere vijf. Begeleiden van interacties gaat om veel meer dan bemiddelen bij ruzies. Juist het stimuleren van samenwerking, helpen, delen, troosten en het opbouwen van onderlinge relaties vraagt veel fijngevoeligheid.
Professionals kunnen dit bevorderen door kinderen meer ruimte te geven om zelf met elkaar in contact te komen. Bijvoorbeeld tijdens een creatieve activiteit zonder vaste opdracht, waarbij kinderen elkaar observeren en van elkaar leren.
Moeder en dochter starten samen opvang
Fleur Boot (25) en haar moeder Astrid (52) openden samen kinderdagverblijf Ted in Prinsenbeek. Fleur had al langer de wens om een eigen opvang te beginnen, maar na de geboorte van haar zoontje Ted werd die droom concreet. De 27 jaar ervaring van Astrid en Fleur’s frisse blik leverde een kleinschalig boutique-kinderdagverblijf op waar persoonlijke aandacht centraal staat.
Het duo koos bewust voor deze aanpak, met extra activiteiten, zoals yogalessen voor ouders en veel aandacht voor gezonde voeding. Ook zullen zij toekomstige medewerkers bij de verdere invulling van het concept betrekken. Hun belangrijkste advies aan starters: praat over je plannen, bereid je goed voor en blijf geloven in je doel.
Poll
VRAAG:
Hebben jullie een kledingbeleid?
Het is zomer en dat betekent dat de temperatuur zo af en toe flink oploopt. Zeker als er in het gebouw geen airco is zoeken medewerkers verkoeling op allerlei manieren. Mogen pp’ers in een hemdje rondlopen? Dragen ze slippers of zijn dichte schoenen verplicht? En dat leuke jurkje of die hele korte broek: kan dat gewoon tijdens het werk?
We vroegen op LinkedIn of jullie organisatie hier beleid over heeft. Ruim honderdtachtig mensen reageerden.
Panelvraag
Zit er bij jullie een limiet op het aantal boterhammen en crackers?
‘In ons beleid staat: binnen een gezond voedingsaanbod hebben kinderen de mogelijkheid om zelf te kiezen wat zij willen eten en hoeveel. Gelukkig gebruiken de pp’ers meestal ook de regel: gebruik je gezond verstand. Als een kind duidelijk veel energie heeft gegeven, kan er best wat extra eten in. Is het eetgedrag bijzonder, of zijn er bijvoorbeeld wensen van ouders, wordt daar (soms) rekening mee gehouden. Dus geen vaste aantallen, maar ook niet “All you can eat.” Hopelijk leren de kinderen zo goed naar hun eigen lichaam en behoeftes luisteren.’
Arthur Krijgsman, pedagogisch coach bij SKDD in Doorn
‘In ons beleid ligt de grens op twee tot drie boterhammen en/of crackers. Maar soms merk je dat er één kind tussen zit dat altijd wat meer eet. Als dit vaker of iedere dag zo is, gaan we in gesprek met ouders om erachter te komen waar deze behoefte vandaan komt. Over het algemeen hebben kinderen in sommige periodes veel trek en is het een andere keer weer wat minder. Iets extra’s geven lijkt me geen probleem als een kind hierom vraagt.’
Marieke Brabander, pedagogisch medewerker bij Gro-Up in Capelle aan den IJssel
‘Als ambassadeur gezonde kinderopvang heb ik hier uiteraard wel ideeën over. Wij bepalen wanneer en wat de kinderen eten, maar ze bepalen zelf hoeveel ze eten. We doen dat met ons gezonde verstand. Twee tot drie boterhammen is redelijk normaal. Is een kindje wat steviger, dan bied je geen vijf boterhammen aan natuurlijk, maar probeer je juist een crackertje of wat rauwkost. Bij bijzonderheden gaan we ook altijd in gesprek met de ouder. We werken met voedingsschema’s in onze keukenkastjes, zodat we zeker weten dat er elke dag wat anders op tafel staat.’
Miranda Bron, coördinator bij Kindcentrum Het Baken in Nijkerk
Wet & Regel
Verlenging BIO-regeling
In de kinderopvangsector is het nooit saai als het om wet- en regelgeving gaat. Net wanneer je denkt dat alles op orde is, dient de volgende verandering zich alweer aan. Soms kan het een uitdaging zijn om het overzicht te behouden. Wat waren de regels ook alweer? Deze keer: de verlenging van de verruiming van de BIO- regeling. Wat betekent dit voor de kinderopvang?
De minister heeft besloten de verruiming van de inzet van beroepskrachten in opleiding (BIO’s) met twee jaar te verlengen. Dat betekent concreet dat kinderopvangorganisaties nog steeds meer ruimte behouden om medewerkers in opleiding in te zetten.
Waar voorheen maximaal een derde van de bezetting uit BIO’s mocht bestaan, is dat sinds 2022 verruimd naar maximaal vijftig procent. Deze regeling loopt nu door tot 1 juli 2028 en is bedoeld om personeelstekorten en werkdruk op te vangen.
Zorgen over kwaliteit en veiligheid
De verlenging van de maatregel zorgt voor discussie. Vakbonden en ouderorganisaties maken zich zorgen dat de balans doorslaat. Meer ruimte voor inzet betekent namelijk ook dat er vaker minder ervaren medewerkers op de groep staan. Dat kan invloed hebben op de kwaliteit en veiligheid van de opvang. En daarnaast bestaat ook het idee dat de vaste krachten hierdoor juist meer werkdruk ervaren. De minister legt die verantwoordelijkheid grotendeels bij de sector zelf en verwijst naar afspraken tussen werkgevers en werknemers.
Wat vraagt dit van de kinderopvang?
Voor organisaties betekent dit dat de verruiming voorlopig blijft bestaan, maar dat de verantwoordelijkheid om dit zorgvuldig te organiseren alleen maar groter wordt. Het vraagt om bewuste keuzes: hoe ver ga je in het benutten van die vijftig procent? Goede begeleiding is dus belangrijk. Een BIO mag alleen meetellen als er een duidelijk begeleidingsplan is opgesteld. Daarnaast is het belangrijk om kritisch te blijven. Gebruik je de verruiming alleen als het niet anders kan of wordt het langzaam de nieuwe standaard? En hoe zorg je ervoor dat de vaste medewerkers hierdoor niet nog meer werkdruk ervaren? Meer weten over dit onderwerp? Lees hier verder>>
Pedagogisch medewerkers hebben een belangrijke taak om kinderen op al mogelijke gebieden te stimuleren. Denk aan de motorische, cognitieve, seksuele, lichamelijke en sociaal-emotionele ontwikkeling.