Veiligheid in de kinderopvang: uitdagen zonder grote risico’s

Een van de thema’s van het project Gezonde Kinderopvang is ‘Veiligheid’. Anders dan vaak wordt gedacht, gaat het daarbij om het stimuleren van zelfstandigheid binnen grenzen. Die grenzen moeten ook pm’ers in overleg met elkaar bepalen. ‘Veiligheid is geen afvinklijstje.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
gezonde-kinderopvang-veiligheid
Om kinderen los te kunnen laten

Bij KIK Kinderopvang gaan de kinderen zoveel mogelijk op avontuur. Vooral bij de mini-bso ondernemen de kinderen allerlei activiteiten in het bos vlakbij, zoals bomen klimmen, verstoppertje spelen en hutten bouwen. Maar ook de peuters komen regelmatig in het bos om er een dierenspeurtocht te doen of te ravotten. Soms gaan baby’s mee in de draagzak, of ze liggen bij mooi weer onder toezicht in de tuin op het gras.

Oprichters Kitty Düking en Lotti van der Wouden zijn met hun kinderopvangcentrum op een sportpark nabij Breda anderhalf jaar geleden voor zichzelf begonnen. Hun visie: kinderen ontwikkelen zich door plezier en hebben uitdaging nodig. Voeding, bewegen, sport en avontuur staan centraal. ‘Voorheen werkten we allebei bij grote kinderopvangorganisaties, waar het accent meer lag op de verzorging’, zegt Düking. ‘Wij willen in de eerste plaats het kind zichzelf laten zijn; een vieze broek van het spelen is minder belangrijk.’ De organisatie heeft een protocol risicovol spelen, waarin staat dat het overwinnen van angsten door kinderen goed is voor hun zelfstandigheid, zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen.

Uitleggen

Maar om kinderen los te kunnen laten, moet je ook het denken over veiligheid op orde hebben, beseffen ze bij KIK Kinderopvang. De kinderen gaan niet zomaar het bos is. Het stuk bos waar kinderen zich kunnen uitleven, is afgezet met een hek. Vooraf maken de medewerkers duidelijke afspraken met de kinderen over wat er wel en niet mag. ‘Laatst gingen we bomen klimmen met de bso-groep’, vertelt Düking. ‘De pm’er legde uit: je mag zo hoog klimmen als ik groot ben.’

Kitty Düking was een van de deelnemers aan de train-de-trainercursus van Gezonde Kinderopvang die kinderopvangorganisaties ondersteunt bij het toepassen van een gezonde leefstijl met de scholing Een Gezonde Start en een praktische aanpak (zie noot). Fysieke veiligheid is een van de tien gezondheidsthema’s die daarbij aan bod komen. Vorig jaar en begin dit jaar zijn leidinggevenden van tientallen kinderopvangorganisaties getraind om hun medewerkers te scholen in deze gezondheidsthema’s. ‘Veel van wat ik leerde, passen we eigenlijk al toe’, zegt Düking. ‘De leerstof gaf ons vooral munitie om nóg beter aan ouders te kunnen uitleggen waarom we avontuurlijk spelen van kinderen zo belangrijk vinden.’

Verantwoordelijkheid

Zeina Bassa, adviseur kinderopvang bij VeiligheidNL, werkte mee aan de lesstof van de scholing Een Gezonde Start. Ze wil daarin vooral overbrengen dat het besef van veiligheid een zaak voor het hele team op de werkvloer is. ‘Veiligheid wordt te veel geassocieerd met regels en risico-inventarisatie. Daardoor is het voor individuele pm’ers vaak een ver-van-mijn-bedshow. We willen laten zien dat veiligheidsoverwegingen bekend moeten zijn bij het hele team, zodat iedereen weet wat de risico’s zijn. Dus niet: zo en zo moet het. Maar: waarom doen we dit, waarom nemen we deze maatregelen?’

De meeste ongelukken met kinderen gebeuren thuis. Twee derde van de kinderletsels op de spoedeisende hulp wordt veroorzaakt door valpartijen. De klassieke veiligheidsrisico’s bij kinderen zijn de vijf V’s: vallen, verbranding, verstikking, verdrinking en vergiftiging. Frequentie en ernst verschillen daarbij enorm: verdrinking komt in vergelijking met vallen weinig voor, maar heeft een traumatisch effect. Toegespitst op de kinderopvang zijn de gevaren in grote lijnen hetzelfde als thuis. Kinderen vallen vaker van stoelen en tafels dan van de trap. Wel komt wiegendood in de kinderopvang iets vaker voor.

Discussieren

‘Stel je als pm’ers bij alle veiligheidskwesties de vraag: waarom doen we het op deze manier?’, zegt Bassa. ‘Stel, je vindt dat kinderen in speeltoestellen of bomen te hoog gaan, en je bent met z’n allen steeds aan het roepen: doe voorzichtig! Dan kun je je als team afvragen of je misschien een cultuur hebt van te veel verbieden. Vraag elkaar: wat willen we, kinderen hun grenzen laten verleggen? Staat voorzichtigheid voorop? Wat voor organisatie willen we zijn?’

De term ‘aanvaardbaar risico’ kan daarbij helpen. Wat is precies het risico (bijvoorbeeld letsel door een val uit een boom) en hoe groot is de kans dat het gebeurt? De norm daarvoor is altijd subjectief, en moet daarom steeds opnieuw per situatie en per kind worden gesteld. De scholing biedt stof tot nadenken. Pm’ers oefenen bijvoorbeeld hoe ze kunnen vallen met de minste kans op botbreuken. Ook is er een quiz ‘check het speelgoed’, waarbij pm’ers in discussie gaan over veilig gebruik van allerlei soorten speelgoed. ‘Door als team hierover te discussiëren, dwing je elkaar tot goed beargumenteren’, zegt de adviseur. ‘Dat op zichzelf is al een interventie, omdat er meer alertheid ontstaat.’ Doe een risico-inventarisatie dan ook niet als individu vanachter je laptop, maar met een groepje. Liefst op een moment dat de groep actief is. ‘Het beste is om op je knieën door de ruimte te bewegen’, zegt Bassa. ‘Dan zie je ineens scherpe randen, losse snoeren of stopcontacten die je eerst niet zag.’

Segway

Bij KIK Kinderopvang vinden ze het vanzelfsprekend om de veiligheidsrisico’s gezamenlijk te inventariseren. ‘Pm’ers dragen bij ons altijd bij aan de beleidsontwikkeling. Als zij onze visie niet ondersteunen, gaat het niet werken.’ Steeds opnieuw wordt besproken wat wel en niet werkt. Hoe om te gaan met de elektronische Segway (of Stint), bijvoorbeeld? Of neem die keer dat een kind zich blesseerde bij het lopen op houten klossen. Dan wordt er niet alleen een registratieformulier ingevuld, maar volgt ook een gesprek. ‘Dan gaan we na: was dit domme pech of moeten we dit een volgende keer anders aanpakken?’ De pm’ers coachen elkaar in de manier waarop ze met kinderen omgaan, juist omdat ze van elkaar verschillen. Zo dagen jongere pm’ers kinderen vaak uit door mee te doen in hun spel, terwijl bij het knutselen met een schaar de meer ervaren krachten soms beter inschatten wat een kind zelf kan.

Zelfstandigheid

Er zijn twee goede redenen om kinderen niet voortdurend te begrenzen. De eerste is de ontwikkeling van de motoriek. Denk daarbij aan slingeren, klimmen, rollen, hangen en glijden. Volgens de spoedeisendehulpafdelingen gebeuren meer ongelukken met fietsen en vallen, omdat kinderen tegenwoordig minder bewegen dan vroeger. Preventie door het risico juist op te zoeken, dus. Ten tweede leidt het zelf ontdekken tot zelfstandiger kinderen. Laat kinderen zelf van de schommel afklimmen, adviseert Bassa. ‘Niet voor niets is een speeltoestel zo bedacht dat de eerst tree hoger ligt dan de rest; kinderen die er niet aan toe zijn, kunnen er niet op. Dan kun je ze dus beter niet optillen.’

Ook dat herkent Düking. ‘Laatst rende een meisje iets te enthousiast de speelheuvel op en rolde er tot haar schrik vanaf. We stonden erbij, maar hielpen haar niet omdat er geen onveilige situatie was. Vervolgens kroop ze voorzichtig opnieuw naar boven. Ze leerde zelf dat het wat rustiger moest.’ Of kinderen merkbaar zelfstandiger en handiger worden is natuurlijk moeilijk te zeggen, maar ouders reageren positief. ‘Als ze met hun kinderen het bos ingaan, reageren die veel vrijer, zeggen ze. Of, zoals een ouder op Facebook schreef: “Ik neem mijn kinderen aan het einde van de dag vies maar voldaan weer mee naar huis.”’ Bassa merkt dat pm’ers op hun beurt blij zijn met de verschuiving van ‘zo veilig mogelijk’ naar ‘zo veilig als nodig is’. ‘Die positieve insteek vinden ze een verademing.’

Vijf veiligheidstips

1. Maak altijd per kind de afweging wat het kan en durft: wat zijn zijn/haar ‘risicocompetenties’?

2. Leer kinderen zelfstandigheid aan, help ze niet op speeltoestellen of ervan af. Laat ze bijvoorbeeld oefenen met traplopen.

3. Bespreek als team bij activiteiten de aanvaardbare risico’s. Ga steeds weer als team met elkaar de discussie aan.

4. Doe ter plekke een gezamenlijke risico-inventarisatie. Ga door de knieën, voor het perspectief van het kind.

5. Pas niet zozeer de omgeving aan, als wel je gedrag. Zet geen wipstoeltje op tafel en laat niet ‘heel even’ het traphekje open.

Dit artikel maakt deel uit van een serie artikelen in Management Kinderopvang over Gezonde Kinderopvang. Elke keer staat een ander thema centraal uit dit programma voor een gezonde leefstijl. Gezonde Kinderopvang is een initiatief van de ministeries van VWS en SZW dat wordt uitgevoerd door de partners Voedingscentrum, RIVM/Centrum Gezond Leven, TNO, Pharos, VeiligheidNL, Kenniscentrum Sport en het Nederlands Jeugdinstituut. Kijk voor meer informatie op Gezondekinderopvang.nl/gezondheidsthemas/veiligheid of veiligheid.nl/kinderveiligheid. Voor meer info over de train-de-trainer en de scholing Een Gezonde Start, zie www.eengezondestart.nl.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.