Toegankelijke kinderopvang in de strijd tegen deeltijdcultuur

Veel Nederlandse vrouwen werken in deeltijd. Zij zijn vaak niet economisch zelfstandig, hebben minder carrièrekansen en bouwen minder pensioen op. Nieuw beleid rondom kinderopvang zou de arbeidsparticipatie van deze vrouwen kunnen verhogen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
AdobeStock

Nederland kent internationaal gezien een unieke deeltijdcultuur, die zichzelf in stand houdt: vrouwen werken overwegend in deeltijd en zolang dat zo is, lijkt er geen noodzaak te zijn om verlofregelingen of fiscaal beleid te veranderen, het aanbod van diensten als kinderopvang en de basisschool toe te snijden op voltijdswerkende ouders of vanuit werkgevers voldoende flexibiliteit te bieden tijdens verschillende levensfases van werknemers.

Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO)

Vanuit die vaststelling heeft het kabinet een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar deeltijdwerk laten uitvoeren. Het IBO geeft naar aanleiding van dit onderzoek in een rapport een helder overzicht van de voor- en nadelen die gepaard gaan met deeltijdwerk, zowel op het niveau van individuen en huishoudens, als op maatschappelijk niveau.

Economische zelfstandigheid

Dat met name vrouwen vaak in (kleine) deeltijdbanen werken, leidt er toe dat zij minder verdienen dan mannen en minder doorgroeikansen hebben. Vier op de tien vrouwen verdienen nog altijd onvoldoende om de ondergrens van economische zelfstandigheid te halen. Dat maakt hen kwetsbaar voor armoede, zeker als zij er alleen voor (komen te) staan.

Om werken aantrekkelijker te maken en werken en zorgen gemakkelijker te combineren, voert het kabinet onder meer beleid op de uitbreiding van het geboorteverlof, de investeringen in kinderopvang en de verlaging van lasten op arbeid.

Volgens het IBO kan de overheid op drie beleidsterreinen de keuze voor voltijd- of deeltijdwerken beïnvloeden:

– Via het belasting- en toeslagenstelsel
Vrouwen met jonge kinderen reageren verhoudingsgewijs sterk op financiële prikkels; voor mannen geldt dat minder. Bij dergelijke financiële maatregelen moet een afweging worden gemaakt tussen het effect op de arbeidsparticipatie enerzijds en de inkomensondersteuning aan huishoudens anderzijds. Een hoge mate van inkomensondersteuning gericht op lage inkomens maakt betaald werken voor hen minder noodzakelijk en aantrekkelijk. Uit het IBO blijkt dat het om het arbeidsaanbod van bepaalde groepen te stimuleren efficiënt is prikkels op de minstverdiener in een huishouden te richten en niet op het gezamenlijke huishoudinkomen.

– Kinderopvang en onderwijs
Het IBO constateert dat de kwaliteit van kinderopvang in Nederland overwegend goed is, ook vergeleken met andere landen. Wel betalen midden- en hoge inkomens in Nederland relatief veel voor kinderopvang. Huishoudens met lage inkomens krijgen tot 96% van de kosten terug via de kinderopvangtoeslag: dit percentage neemt af naarmate het inkomen stijgt. Kort gezegd leidt meer verdienen tot een lagere kinderopvangtoeslag, waardoor meer werken gedeeltelijk wordt ontmoedigd. Regelmatige beleidswijzigingen in de kinderopvang hebben geleid tot onzekerheid bij ouders over de prijs van kinderopvang. Het is van belang om deze onzekerheid in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. De beleidsafwegingen rondom kinderopvang en onderwijs betreffen vooral kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid. Om betaald werk beter met de zorg voor kinderen te kunnen combineren, kan de overheid beleid richten op de financiële toegankelijkheid en op openingstijden van kinderopvang en onderwijsinstellingen. Hierdoor kunnen belemmeringen worden weggenomen om meer uren te werken. Samenwerking tussen kinderopvang, voorschoolse voorzieningen en het (basis)onderwijs kan daar ook aan bijdragen. Daarnaast kan betere informatievoorziening over de kwaliteit, kosten en toegankelijkheid van kinderopvang het gebruik van kinderopvang stimuleren.

– Verlofregelingen
Verlofregelingen na de geboorte van een kind kunnen de arbeid- en zorgverdeling en daarmee de urenbeslissing beïnvloeden. Langer verlof voor beide ouders geeft de mogelijkheid de beslissing over het aantal werkuren uit te stellen. Dit kan het urenverval bij vrouwen verkleinen.

Betaald ouderschapsverlof

Het kabinet wil betaald ouderschapsverlof invoeren. Dit geeft ouders meer rust en tijd om er in de eerste fase na de geboorte te zijn voor hun kind, met beide partners. Daarnaast heeft de maatregel een positieve invloed op de gelijke verdeling van werk- en zorgtaken tussen ouders. Het kabinet heeft een belangrijke stap gezet met het uitbreiden van geboorteverlof voor partners in de Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG). Partners krijgen niet twee dagen maar een werkweek met volledige doorbetaling vergoed door de werkgever. Dit wordt per 1 juli aanstaande uitgebreid met vijf weken aanvullend verlof, waarbij 70 procent van het dagloon wordt vergoed door het UWV. Deze vijf weken kunnen opgenomen worden binnen zes maanden na de geboorte van het kind en nadat de werkweek verlof met loondoorbetaling is opgenomen. Lees meer over betaald ouderschapsverlof in de brief aan de Kamer >>

Kinderopvang

‘Voor het kabinet is een belangrijk uitgangspunt dat kinderen recht hebben op goede ontwikkelingskansen, op zowel sociaal-emotioneel als cognitief vlak. Van belang is dat ouders tijdens hun werktijd kunnen vertrouwen op een goede kinderopvang en goed onderwijs. Toegankelijke kinderopvang van goede kwaliteit kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen én aan urenuitbreiding door deeltijders. Het kabinet heeft daarom al zowel geïnvesteerd in de toegankelijkheid en kwaliteit van de kinderopvang, als in het aanbod voor peuters met een risico op een onderwijsachterstand. In het IBO is een aantal aanvullende beleidsopties rond kinderopvang opgenomen. Zo kan er gedacht worden aan het baseren van de kinderopvangtoeslag op het inkomen van de meestverdiener in het huishouden, of een korting op de prijs c.q. extra kinderopvangtoeslag voor ouders die meer dan twee dagen kinderopvang opnemen.

Stelselwijzigingen

Andere opties zijn ingrijpender en kunnen alleen worden gerealiseerd door stelselwijzigingen. Zo worden er opties genoemd om kinderopvang financieel toegankelijk te maken voor alle kinderen, zodat ook niet-werkende ouders hier gebruik van kunnen maken. Ook zijn er opties om kinderopvang en onderwijs meer te integreren en bijvoorbeeld school en naschoolse opvang gezamenlijk aan te bieden.

‘Het kabinet ziet ook dat verdergaande opties in de zin van een meer geïntegreerd stelsel van kinderopvang en onderwijs ertoe kunnen leiden dat de voorzieningen toegankelijker worden voor ouders en kinderen. Het kabinet denkt daarnaast dat de verdergaande opties ervoor kunnen zorgen dat het normaler wordt om kinderopvang te gebruiken. Ook leidt de complexiteit van het systeem van de kinderopvangtoeslag tot hoge terugvorderingen en daarmee samenhangend risico op schulden. Een veranderd stelsel zou ook voor die problematiek een oplossing kunnen bieden.’

De kosten voor deze ambitieuze opties zijn fors. Het kabinet wil daarom goed uitzoeken waar in het huidige stelsel nog kansen liggen voor de ontwikkeling van jonge kinderen en ondersteuning van gezinnen met jonge kinderen. Dit kabinet zal alternatieve inrichtingen van het stelsel van onderwijs en kinderopvang uitwerken aan de hand van concrete scenario’s, waarbij voor- en nadelen en kosten en baten worden meegenomen. De verkregen kennis kan voor een volgend kabinet als basis dienen om een beslissing te nemen over een mogelijke stelselherziening. Ook zal de mogelijkheid tot een experiment op het gebied van integratie van onderwijs en kinderopvang verkend worden.

Wil je meer lezen? 

Abonneer je dan op onze gratis nieuwsbrief en ontvang twee keer per week de beste artikelen en het laatste nieuws in je mailbox. Zo mis je niets meer!

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.