Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Stakingen niet alléén van belang voor een betere cao

Marike Vroom
Marike Vroom
Marike Vroom werkt al 25 jaar voor de kinderopvangbladen. Begonnen als redacteur voor het blad Kinderopvang, is ze nu hoofdredacteur van dat blad en ook van Management Kinderopvang, Kinderopvangtotaal.nl én Zosja.nl. De sector heeft voor eeuwig haar hart gewonnen.
Franca van Hooren, universitair docent Politicologie van de UvA, doet onderzoek naar de politieke vertegenwoordiging van werknemers in zorg en kinderopvang. Ze schreef onlangs een rapport in opdracht van De Alliantie Samen werkt het!. Naar aanleiding van de stakingen schreef zij voor Kinderopvangtotaal onderstaand opiniërend artikel over de onderwaardering van pm’ers.
FNV-kondigt-tweede-landelijke-stakingsdag-aan-op-14 september-in-Den-Haag
Foto: Rob Cornellise

De Covid-19 pandemie heeft zichtbaar gemaakt hoe essentieel kinderopvang is. Werken in de kinderopvang werd aangemerkt als cruciaal beroep. Werknemers in de kinderopvang, net als veel andere cruciale beroepen, zijn relatief laag betaald en ervaren een hoge werkdruk. Tegelijkertijd blijven zij in politieke en maatschappelijke discussies over de toekomst van de kinderopvangsector nagenoeg onzichtbaar. Stakingen hebben de potentie om hierin verandering te brengen.

Marktgestuurd systeem

De Wet Kinderopvang van 2004 heeft de contouren bepaald van het huidige Nederlandse kinderopvangsysteem. In de lange onderhandelingen die voorafgingen aan deze wet ging het nauwelijks over de positie van werkenden in deze sector. Toch heeft de wet verstrekkende gevolgen gehad voor deze werknemers. Door de creatie van een markt-gestuurd systeem waarbij ouders alleen kinderopvangtoeslag krijgen wanneer zij zelf ook werken, werd kinderopvang extreem gevoelig voor externe economische ontwikkelingen. In de nasleep van de financiële crisis van 2008 ging daardoor ruim een kwart van de banen (en zelfs bijna een derde van de werkgelegenheid in uren) in de sector verloren. Na het aantrekken van de economie ontstond vanaf 2015 juist weer een tekort aan werknemers en daardoor een toenemende werkdruk voor de werkenden in de sector.

Weinig doorgroeimogelijkheden

In vergelijking met andere sectoren liggen de lonen in de kinderopvang relatief laag en zijn er weinig doorgroeimogelijkheden. Zo verdient een pedagogisch medewerker op een kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang volgens de CAO (schaal 6) afhankelijk van senioriteit 32% tot 48% minder dan een basisschoolleerkracht (schaal L10), terwijl ook deze laatste beroepsgroep niet bekend staat om haar hoge salarissen. Daar komt bij dat werknemer, met name in de buitenschoolse opvang, vaak noodgedwongen in kleine deeltijdbanen werken vanwege de beperkte (naschoolse) openingstijden. Intussen missen gastouders enige vorm van sociale bescherming bijvoorbeeld in het geval van (langdurige) ziekte, omdat zij werken als zelfstandige of vallen onder de Regeling dienstverlening aan huis. Uit onderzoek blijkt tenslotte dat werknemers naast de lage beloning vooral last hebben van een hoge en toenemende werkdruk en onzekere werktijden, terwijl zij behoefte hebben aan meer erkenning voor hun werk als professional.

Laag betaald

De onderwaardering voor werknemers in de kinderopvang is niet uniek voor Nederland. Uit internationaal onderzoek blijkt dat werknemers in zorg en onderwijs in veel landen relatief laag betaald worden in vergelijking met werknemers in andere sectoren, terwijl werknemers in de kinderopvang weer achterblijven bij andere zorg- en onderwijssectoren. Volgens Paula England, Michelle Budig en Nancy Folbre, toonaangevende Amerikaanse onderzoekers, hangt deze lage beloning samen met een structurele onderwaardering van de “zorgende” vaardigheden die centraal staan in deze beroepen. Bovendien zouden werknemers minder geneigd zijn om zich hiertegen te verzetten, bijvoorbeeld door middel van stakingen, omdat zij degenen voor wie zij zorgen niet in de steek willen laten.  Hiermee doen zij echter in feite zichzelf en degenen voor wie zij zorgen tekort, omdat de kwaliteit van zorg ook samenhangt met de kwaliteit van arbeid in de zorg.

Eerdere stakingen

In deze context is het niet verwonderlijk dat Nederlandse kinderopvangmedewerkers slechts één keer eerder hun werk neerlegden, in een serie stakingen die plaatsvonden tussen 1998 en 2001. Georganiseerd door de Abvakabo-FNV (de voorganger van FNV Zorg en Welzijn) leidde deze stakingen tot flinke loonsverhogingen en, zij het tijdelijk, tot meer politieke aandacht voor werknemers in de kinderopvang. In de jaren daarna verzwakte deze aandacht en zette de FNV haar belangenbehartiging vooral voort achter de schermen. Sinds 2018 werkt de FNV weer aan het versterken van de sector. Nieuwe en jonge leden werden gerekruteerd en leden kregen een meer actieve rol binnen de organisatie. De huidige stakingen zijn daarvan het gevolg.

Verlagen werkdruk

Het verbeteren van arbeidsomstandigheden in de kinderopvang is geen eenvoudige opgave. De huidige stakingen richten zich logischerwijs op werkgevers omdat zij in CAO-onderhandelingen direct invloed hebben op beloning en werkdruk. Maar meer structurele veranderingen zijn alleen mogelijk als de overheid het roer omgooit. Denk hierbij aan het minder markt-afhankelijk maken van de sector, het creëren van zekere banen met doorgroeimogelijkheden, en het structureel verlagen van werkdruk.

Politieke agenda

Naar aanleiding van de toeslagenaffaire staan hervormingen van de kinderopvangsector op dit moment prominent op de politieke agenda. Nog altijd is daarbij echter weinig oog voor de positie van werknemers in de sector. In deze context komen de stakingen misschien op een goed moment. Gesterkt door de nieuwe bewustwording dat kinderopvangmedewerkers cruciaal zijn, zouden de stakingen net als twintig jaar geleden kunnen zorgen voor zichtbaarheid en politieke aandacht, zodat ook de belangen van werknemers centraal komen te staan in toekomstige hervormingen.

Franca van Hooren is Universitair Docent aan de Afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Zij doet onderzoek naar de politieke vertegenwoordiging van werknemers in zorg en kinderopvang en schreef onlangs een rapport in opdracht van De Alliantie Samen werkt het!. Dit is een samenwerking van Bureau Clara Wichmann, Movisie, Nederlandse Vrouwen Raad, WO=MEN, WOMEN Inc. en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het rapport ‘Werken in de kinderopvang: geen kinderspel’ is overhandigd aan SER-voorzitter en informateur Mariëtte Hamer. Lees hier het onderzoeksrapport 

 

 

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.