Sophie van Gool (32) is econoom, auteur en moeder. In haar nieuwste boek neemt ze het op voor moeders. In Je kind is een goudmijn betoogt ze dat iedereen verdient aan kinderen, terwijl de rekening vooral terechtkomt bij degene die net bevallen is. Ze hekelt het grote geld dat gepaard gaat met de 'moedereconomie' en spaart daarbij ook de private equity in de kinderopvang niet: 'Of investeerders nou een kaasfabriek, softwarebedrijf of kinderopvang runnen, is voor hun hetzelfde. Ze geven niet om kinderen, maar om spreadsheets.'

‘Waarom




Als eigenaar van een kleinschalige kinderopvangorganisatie wil ik graag iets toevoegen aan dit gesprek. Ik lees in dit artikel veel terechte zorgen over private equity en winstmaximalisatie, maar ik herken me totaal niet in het beeld dat alle kinderopvangorganisaties vooral met geld bezig zouden zijn.
In mijn dagelijkse praktijk ziet het er heel anders uit. Wij zijn een klein team dat elke dag met liefde en aandacht klaarstaat voor kinderen en ouders. Het geld dat binnenkomt, gaat vrijwel direct weer op aan salarissen, verzekeringen, materialen, opleidingen en het blijven verbeteren van onze opvang. Er blijft geen grote winst over — en dat hoeft ook niet. Wat we doen, doen we omdat we geloven in de waarde van goede, warme opvang.
Soms voelt het alsof er in het debat geen ruimte is voor dit verhaal. Alsof ondernemerschap in de kinderopvang per definitie verdacht is. Terwijl ik juist zie hoe hard er gewerkt wordt, hoe betrokken mijn medewerkers zijn, en hoe belangrijk het is dat zij ook gewoon een eerlijk inkomen kunnen verdienen. Hard werken mag toch beloond worden?
Ik merk dat ik soms bang ben dat organisaties zoals de onze — kleinschalig, persoonlijk, met hart voor het vak — straks in de knel komen als winst maken bijna niet meer mag. Terwijl wij helemaal niet bezig zijn met “het grote geld”, maar met kinderen die zich veilig voelen, ouders die ons vertrouwen, en medewerkers die met plezier naar hun werk komen.
Daarom hoop ik dat we in dit debat niet alleen kijken naar wat er misgaat, maar ook naar wat er wél goed gaat. Er zijn zoveel kinderopvangorganisaties die met liefde en vakmanschap werken, zonder grote marges, zonder investeerders, maar met een groot hart. Die verdienen óók waardering en ruimte om te blijven bestaan.