Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties1

NVWA keurt speeltoestellen gastouderopvang af; gastouder krijgt boetes

Avatar
Frida Noordzij
Een opvallende zaak in de gastouderbranche: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) keurt speeltoestellen van een gastouder af en legt boetes op. Dit is ongebruikelijk: de GGD gaat immers over het toezicht in de gastouderopvang. En daarbij, speeltoestellen bij de gastouder thuis vallen buiten de keuring door NVWA, omdat die niet publiekelijk worden gebruikt. Instanties staan tegenover elkaar, maar wie beslist?
nvwa-keurt-speeltoestellen-gastouderopvang-af-gastouder-krijgt-boetes
Foto ter illustratie. Credits: MMPhotography / Getty Images / iStock

Het zal je maar gebeuren: je runt een gastouderopvang die voldoet aan alle eisen die door de GGD worden gesteld. Dan staat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit op de stoep, die besluit dat de trampoline en het speelhuisje in de (omsloten) tuin van de gastouder niet voldoen aan de eisen die gesteld worden in het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Nu is het zo dat speeltoestellen die in de sfeer van de particuliere huishouding worden gebruikt, bijvoorbeeld in de tuin van een woning, officieel niet vallen onder het WAS. Dat geldt, voor alsnog, ook voor de gastouderopvang, waarbij opvang wordt verzorgd bij de gastouder thuis. Maar de NVWA besloot onlangs anders, blijkt uit kopieën van officiële documenten die Nysa met de redactie van KinderopvangTotaal deelde.

Speeltoestellen afgekeurd

Na een ongeval met een kind dat van een speelhuisje viel in de tuin van de gastouder, volgde een inspectie door de NVWA. De inspecteur constateerde dat het WAS werd overtreden. De gastouder kreeg te horen dat de speeltoestellen (een trampoline en een speelhuisje) niet door een aangewezen keuringsinstantie waren goedgekeurd en daarom buitengebruik moesten worden gesteld. De speeltoestellen werden verzegeld en de gastouder beboet. Een bezwaar daartegen door de gastouder werd afgekeurd; het WAS is wél van toepassing oordeelt de NVWA en er is géén sprake van privégebruik van de speeltoestellen gedurende de gastouderopvang. De afkeur en de boetes zijn, volgens de NVWA, dus terecht.

Wie beslist: NVWA of GGD?

Opvallend is dat in een eerder inspectierapport van de GGD staat dat de buitenruimten van bovengenoemde gastouderopvang ‘veilig, toegankelijk en passend ingericht’ zijn. Maar de NVWA concludeert dat ‘de GGD geen rol speelt in deze zaak’, omdat de speeltoestellen onder het WAS vallen. ‘Op grond van het WAS is het verboden een attractie- of speeltoestel voorhanden te hebben zonder daarmee te beschikken over een geldig certificaat van goedkeuring van een aangewezen instelling of een daarmee gelijkgesteld certificaat. (…) Het spelen met de bewuste speeltoestellen brengt naar mijn mening (onaanvaardbare) speelrisico’s met zich mee, zoals bijvoorbeeld vallen, beknelling en snijden.’ De NVWA verwerpt daarmee het bezwaar van de gastouder.

Ministerie van Sociale Zaken

Al met al is er een conflict ontstaan tussen diverse toezichthoudende instanties. Nysa, brancheorganisatie voor gastouders, heeft met spoed contact gezocht met het ministerie van Sociale Zaken om helderheid te geven over de zaak. Het ministerie gaat inhoudelijk niet in op de situatie, maar speelt de bal door naar GGD GHOR. GGD reageert op de situatie: GGD GHOR Nederland is verbaasd over ‘speeltoestellenboete’ voor gastouder

Hoger beroep

Nysa is, namens de gastouder, in hoger beroep gegaan en legt de zaak nu voor, tezamen met een advocaat, aan de bevoegde rechtbank. ‘Door Nysa is aan de rechter verzocht, om gedurende deze procedure, het WAS niet van toepassing te verklaren op de gastouderopvang zodat andere gastouders dit leed bespaard wordt zolang de procedure onder de rechter is’, zegt Nysa-bestuurslid Gabriëlla Wijnberg.

‘Gastouder is de dupe’

Zij maakt zich zorgen over de zaak. ‘Twee toezichthouders zijn het niet met elkaar eens, SZW blijft stil en de gastouder is hiervan de dupe. Als gerechtelijk het besluit valt dat speeltoestellen van gastouders onder het WAS vallen kan elke gastouder die een speeltoestel in de tuin heeft staan en gebruikt, zich opmaken voor een inspectie door de NVWA’, vertelt ze.

Nalatigheid

‘Natuurlijk moeten speeltoestellen veilig zijn, maar voor gastouders gelden andere regels dan voor kinderdagverblijven. De GGD is verantwoordelijk voor het toezicht. De GGD inspecteert de buitenruimten bij de gastouder, niet de NVWA. Er is een “streng aan de poort”-beleid, maar geen enkele gastouder wordt geïnformeerd of aangesproken over het feit dat de speeltoestellen gekeurd dienen te worden. Als de NVWA hiertoe wel gemachtigd wordt, gelden er plots andere regels zonder dat de gastouder zich daarop heeft kunnen voorbereiden. Met alle gevolgen van dien. Zo’n besluit zou tevens neerkomen op nalatigheid vanuit de GGD en SZW.’

1 REACTIE

  1. Vanuit de Warenwet en het besluit is het duidelijk dat, als de toestellen niet particulier gebruikt worden, het toezichtkader van de WAS geldt. Het toestel wordt immers, binnen de gecontracteerde klantengroep, publiek gebruikt, de uitzondering spreekt van: “hetgeen geschiedt in de sfeer van de particuliere huishouding”.
    Ook voor BSO en KDV geldt dat speeltoestellen een dossier met in elk geval de keuring en gebruiksaanwijzing moeten hebben en dat ongevallen gemeld moeten (gaan) worden. En een speelhuisje is idd al een speeltoestel.
    Soms vraag je je wel af of de regelgeving niet wat al te streng is, maar de Tweede Kamer vond dit in 1996 nodig. En blijkbaar nog steeds.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.