Nederland moet zien dat kinderopvang goed is voor de ontwikkeling’

Nederlandse vrouwen zijn koplopers als het gaat om deeltijd werken: binnen Europa maken zij de minste betaalde arbeidsuren. Hoe veelal gedacht wordt over kinderopvang is één van de oorzaken, denkt Hélène Smid. ‘Wat Nederland nodig heeft, is een stabiele kinderopvangsector met het uitgangspunt dat kinderopvang goed is voor de ontwikkeling van kinderen.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: Fotolia

Nederland heeft een solide maatschappelijke basis van gendergelijkheid, maar deze vertaalt zich niet volledig door naar de arbeidsmarkt. Dat stelt onderzoeksbureau McKinsey Global Institute (MGI) in haar rapport Het potentieel pakken: De waarde van meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Op vier gebieden scoren Nederlandse vrouwen het laagst van West-Europa: het aantal arbeidsuren, het gemiddeld maaninkomen, vertegenwoordiging in managementposities en studenten in bèta-opleidingen. Er is veel vrouwelijk potentieel, maar dat wordt niet volledig benut op de arbeidsmarkt, stellen de onderzoekers.

Ongelijke verdeling

Oorzaken daarvan worden onder meer gevonden bij de ongelijke verdeling van betaald werk en onbetaalde zorg (bijvoorbeeld zorg voor kinderen) tussen mannen en vrouwen: vrouwen nemen nog altijd het overgrote deel van de zorgtaken op zich. Hélène Smid, van Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK), vindt dat denkbeelden over kinderopvang daaraan bijdragen. Denkbeelden als ‘Kinderopvang heb je alleen nodig als je werkt’ en ‘Kinderen zijn thuis beter af’, maken dat kinderen relatief weinig uren per week naar de kinderopvang gaan, schrijft zij in een opiniestuk in het AD. Slechts 23 procent van de Nederlanders vindt dat kinderopvang daadwerkelijk goed is voor baby’s.

Ontwikkeling

Ouders zien mede daardoor niet dat de ontwikkeling van hun kind baat kan hebben bij professionele begeleiding. ‘En daarmee ontbreekt de druk om te investeren in kwaliteit, wat ouders kritisch maakt over kinderopvang’, stelt Smid. Hiermee is een systeem ontstaan dat zichzelf in stand lijkt te houden. Daarbij werken pm’ers veelal in deeltijd, waardoor de stabiliteit in de groep niet altijd gewaarborgd kan zijn. Smid: ‘Kinderopvangorganisaties doen hun best stabiliteit en optimale kwaliteit te bieden binnen de huidige deeltijdcontext, maar lopen tegen deze ‘deeltijdklem’ aan.’

Stabiele sector

‘Wat Nederland nodig heeft, is een stabiele kinderopvangsector met het uitgangspunt dat kinderopvang goed is voor de ontwikkeling van kinderen. Dat helpt ook werkende ouders en dus de bv Nederland. Hier ligt een rol voor de overheid. Geef kinderopvang, net als het onderwijs, een onomstreden plek in het leven van kinderen. Dat kan door alle kinderen vanaf nul jaar recht (geen plicht) te geven op twee dagen opvang per week’, besluit Smid.

Positieve beeldvorming

Het rapport van MGI adviseert om te werken aan een ‘positievere beeldvorming rondom thema’s zoals werkende moeders, zorgende vaders, of kinderopvang, met inspirerende mannelijke en vrouwelijke rolmodellen’. Daarnaast moeten de voorzieningen en regelingen die het combineren van werk en zorgtaken ondersteunen op het niveau van andere West-Europese landen worden gebracht, zodat vrouwen een actievere rol op de arbeidsmarkt kunnen krijgen. Flexibiliteit van de kinderopvang wordt als een van de verbetermogelijkheden genoemd. MGI noemt als voorbeeld dat buitenschoolse opvang in Nederland veelal buiten scholen om moet worden georganiseerd, terwijl in veel andere Europese landen de bso’s geïntegreerd zijn binnen scholen. MGI: ‘Een doorbraak in de status qua vereist een duidelijke visie en lange termijn-aanpak, geen actieplan voor de korte termijn. Het potentieel is enorm, het is nu zaak om het ook daadwerkelijk aan te pakken.’

Klik hier voor het volledige onderzoeksrapport van MGI >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.