Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Onderzoeker Mark Mieras: ‘Spelen is ontwikkelen’

De eerste zes levensjaren van een mens zijn onvervangbaar. Er worden in die periode zoveel essentiële hersenverbindingen gelegd, dat die bepalend zijn voor de rest van het leven. Spel vormt daarin een rode draad. ‘Spel is niet alleen leuk tijdbedrijf, het is ontzettend wezenlijk', zegt wetenschapsjournalist Mark Mieras.
jongen hangt aan de tak van een boom
Foto: Adobestock/Sonya Etchison
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41189-024-2472-5/MediaObjects/41189_2024_2472_Fig2_HTML.jpg
Foto: Hein van den Heuvel
Mark Mieras is wetenschapsjournalist en natuurkundige, en ‘gefascineerd door de hersenen’. Onlangs deed hij in opdracht van Brancheorganisatie Kinderopvang de literatuurstudie Onvervangbare Jaren. Hierin vat hij allerlei onderzoeken samen die uitleggen waarom de eerste zes levensjaren van een mens zo belangrijk zijn. Opvallend is de hoofdrol die daarin is weggelegd voor spel en het zelfsturend vermogen van het jonge kind.

Belangrijke hersenconnecties

Mieras: ‘Kinderen ontwikkelen die eerste jaren veel meer dan wij ons realiseren. Er worden allerlei belangrijke hersenconnecties gelegd, die bepalend zijn voor de rest van hun leven. Dat gaat min of meer vanzelf: een kind is geprogrammeerd dingen te doen die het moet doen om zich verder te ontwikkelen. Dat innerlijk gedreven ontwikkelingsgedrag noemen we ‘spelen’. Stimulering van buitenaf is belangrijk, zoals aandacht en de zorg van ouders en pedagogisch professionals. Het is belangrijk dat zij geïnteresseerd zijn in het kind en het zien als een denkend en voelend wezen. Maar de ontwikkeling is sterk van binnenuit gestuurd en gaat dus op eigen initiatief van het kind.’

Rol van spel

Mieras vertelt verder: ‘Een kind is van nature nieuwsgierig. Het heeft de drang om naar dingen te kijken; een baby kijkt precies naar de dingen die nodig zijn om in iedere fase van de babytijd de juiste hersenfuncties te ontwikkelen. Zo kijkt een baby de eerste drie maanden vooral naar gezichten: gemiddeld 270 uur, blijkt uit onderzoek. Daar begint alles mee, dat je gezichten leert lezen. Dat moet je oefenen als baby. Via die gezichten leert een baby wat waardevol is en wat gevaarlijk. Volwassenen die van kinderen houden nemen ze zo op sleeptouw om de basisdingen te leren. In spontaan gedrag, dat we spel noemen, zoeken kinderen precies dat op wat de hersenen de juiste prikkels geeft die op dat moment nodig zijn voor de ontwikkeling. Alles wordt gestimuleerd door te spelen: kinderen leren zintuigen gebruiken, leren kijken, leren luisteren, en ze leren ook zichzelf te sturen. Dat is mijn fascinatie, hoe knap een kinderbrein in elkaar zit. Hoe mooi is het, als je met jonge kinderen werkt, om te beseffen hoe wonderlijk knap het is wat er gebeurt? En dat je die ontwikkeling kan stimuleren door samen plezier te maken, door het spel te stimuleren? Dat vind ik zo bijzonder aan onze kinderopvang en pedagogisch professionals: die zijn daar vaak zo goed in. Ze hebben daar feeling voor. Spel is niet alleen een leuk tijdbedrijf voor kinderen, maar het is ontzettend wezenlijk. Zo lang je bij kinderen plezier ziet, weet je dat er een belangrijke basis ontwikkeld wordt voor later.’

Ruimte voor spel

Daarvoor is het van belang dat er ruimte is om te spelen. Letterlijk en figuurlijk. ‘Spel kan ingeperkt worden door weinig bewegingsruimte of een saaie betegelde buitenruimte, maar ook door andere invloeden. Denk aan angst: een angstig kind wordt passief en stopt met spelen. Veiligheid is van nature nog belangrijker dan jezelf ontwikkelen, dus dat krijgt voorrang. Zorg daarom voor een speelruimte waarin kinderen zich veilig voelen en elkaar bijvoorbeeld niet in de weg zitten. Leg een baby in de kinderopvang niet in een open ruimte tussen wild spelende peuters. Dat kan heel onveilig voelen. Biedt daarom een veilige ruimte waar de baby vrij kan bewegen op de vloer. Een gladde vloer helpt. Een baby is van nature nieuwsgierig en ondernemend; op de juiste plek zal hij de ruimte voelen om in beweging te komen en de aandacht te richten op de dingen die op dat moment zijn ontwikkeling stimuleren.’

Groene speelomgeving

‘Bij wat oudere kinderen zien we in onderzoeken dat in een groenere omgeving een veel betere balans is in het spel tussen jongens en meisjes. Bij een betegelde buitenruimte zien we dat jongens wel tot spel komen, maar dat is vaak eenzijdig spel. Meisjes worden vaak letterlijk wat in een hoek gedrukt. In een natuurlijke speelomgeving is spel voor jongens en meisjes veel gelijkwaardiger, ze bewegen meer en vertonen rijker spel. De natuurlijke omgeving is waar hersenen in de hele evolutie mee te maken hadden; hersenen van kinderen zijn erop afgestemd om in de natuur te spelen. Klimmen in een boom biedt meer uitdaging dan klimmen in een klimrek. De boom is niet door mensen bedacht. Dat grillige van de natuur, het romantische, dat is een enorme rijkdom: wanneer kinderen daar middenin spelen, zie je hun spel intensiveren.’

Spel stimuleren

Volgens Mieras kunnen pedagogisch medewerkers op hun eigen intuïtie varen als het gaat om spel stimuleren. ‘De samenwerking tussen kinderen en volwassenen rondom spel is al zo oud als de mens zelf. In de oertijd maakten jagers en verzamelaars al speelgoed voor hun kinderen. Dat zien we terug in opgravingen. Ouders zeiden niet: “Ga hier zitten en ik leg je uit hoe het allemaal zit”, maar ze stimuleerden het vrije spel.’
Het is de kunst om het spel te stimuleren zonder het te verstoren. ‘Vrij spel is bijzonder nuttig, daar moeten we zo min mogelijk vanaf snoepen. Een kind zelf laten spelen vraagt veel vakmanschap. Je kunt meespelen, je kan impulsen geven aan het spel – en je eigen plezier daarbij gebruiken – maar het is niet de bedoeling dat je het spel overneemt. Dan bederf je het spel. Kijk waar de impulsen van het kind liggen en speel daarop in. Dat vraagt om goed naar het kind te kijken, met gebruik van al je zintuigen. Pedagogisch medewerkers zijn daar vanwege hun pedagogische opleiding vaak bijzonder vakbekwaam in.’
Mark Mieras is, naast onder meer pedagoog Annemiek Waage en trainer Esther Steinebach, een van de sprekers op het congres Kracht van Spel op 8 mei 2026. Meer info en aanmelden >>>

Vrij spel versus begeleid spel

Wat is het verschil tussen vrij spel en begeleid spel? Mieras: ‘Vrij spel betekent dat een kind zelf bepaalt in welke richting, waar en waarmee het speelt. Dat is de meest natuurlijke spelvorm voor de ontwikkeling van kinderen, maar het kan geen kwaad om erbij te blijven en het spel te stimuleren en te verrijken en zelfs een beetje te sturen. Wel is het belangrijk dat je het initiatief bij het kind laat. Als je een kind dicteert wat het moet doen, dan stopt het spelend leren ogenblikkelijk. Eigen initiatief is een voorwaarde om te kunnen leren van spel. Kijk goed naar een spelend kind en wacht de kans af waarop je verdieping kunt aanbrengen.’ Als voorbeeld van begeleid spel noemt Mieras: ‘Onderzoekers lieten kinderen spelen met wiskundige vormen. Als je uitlegt dat een driehoek een driehoek is, en een vierkant een vierkant, geef je een instructie. Dat beklijft niet of nauwelijks. Vraag je aan een kind: “Wist je dat alle vormen een geheim hebben?”, dan prikkel je de nieuwsgierigheid en het spel om zelf de vormen te ontdekken. Zo blijft het spel en blijft het effectief. Door open vragen tijdens het spel blijf je de nieuwsgierigheid prikkelen en gaan kinderen zelf ontdekken. Zodra je te sturend wordt, gaat het mis.’

Openeinde-speelgoed

Openeinde-speelgoed is een trend die de afgelopen jaren aan terrein wint. Het is dan ook bijzonder nuttig en leerzaam speelmateriaal, benadrukt ook Mieras. ‘Je ziet het spel intensiveren in een rijke, open, natuurlijke speelomgeving, met ‘open’ speelgoed waarmee het kind z’n eigen spel kan vormgeven. Kinderen zijn heel kritisch in hun spel. Makers van voorbedacht speelgoed onderschatten het kind; alsof een kind in het spel gestuurd moet worden. Dat is geen spel, maar vermaak. Als je met dat speelgoed een keer gespeeld hebt, wil je de volgende keer met iets anders spelen. Kinderen raken sneller uitgekeken op speelgoed met maar één functie of uitdaging, dan in een open speelomgeving met open speelgoed waarmee ze hun eigen spel kunnen ontwikkelen. Open speelgoed kan elke keer een andere functie hebben. Je kan er alle kanten mee op, en dat is wat kinderspel nodig heeft. Open speelgoed is vaak ook nog eens goedkoper: een houten afwaskwast, een spiegelende schaal, doppen en knopen (groter dan 3 cm). Maar ook een wiebelboard of een keukentje zijn goede voorbeelden.’

Ouders meekrijgen

Mark Mieras noemt het meer dan eens: de kennis en kunde is er al in de kinderopvang, bij de pedagogisch medewerkers. Maar hoe krijg je ouders mee in de bewustwording over het belang van spel? ‘Allereerst is het belangrijk dat ouders de kinderopvang niet alleen zien als een plek waar hun kind opgevangen wordt wanneer zij werken, maar als een expertisecentrum met professionele opvoeders die samen met de ouder een team vormen om kinderen maximale kansen te geven in het leven. Realiseer je hoeveel expertise je hebt als pm’er en dat je de ouders enorm kan helpen met advies, ook over spel. Zet ze in de juiste stand om aandachtig met kinderen samen te spelen, om spel te observeren en te stimuleren. Ik spreek soms op ouderavonden van kinderopvangorganisaties en zie daar dat iedere ouder het beste wil voor de ontwikkeling van z’n kind. Ze hebben daar alles voor over, als ze maar weten wat ze zelf kunnen doen. Gelukkig realiseren ouders zich steeds beter dat de kinderopvang een expertisecentrum is en dat de pedagogisch professional en de pedagogisch coach deskundige partners zijn in de ontwikkeling. En dat is heel kostbaar.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.