Kwaliteit in de peuterspeelzaal

Van kinderdagverblijven weten we waar de pijnpunten liggen na drie kwaliteitsonderzoeken. Het afgelopen jaar waren de peuterspeelzalen aan de beurt. Wat blijkt? VVE-peuterspeelzalen, reguliere peuterspeelzalen en kinderdagverblijven verschillen nauwelijks van elkaar in pedagogisch opzicht.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Kwaliteit in de peuterspeelzaal

Op initiatief van het Ministerie van Sociale Zaken verdiepten onderzoekers van het Kohnstamm Instituut en het NCKO zich het afgelopen jaar in de pedagogische kwaliteit van het peuterspeelzaalwerk. Peuterspeelzalen met vroeg- en voorschoolse educatie worden met VVE-gelden gesubsidieerd. Pedagogisch medewerkers hebben geleerd om te werken met educatieve VVE-programma’s. De toegang tot deze VVE-locaties wordt financieel laagdrempelig gemaakt voor kinderen die een (taal)achterstand hebben. Maar wat voor zin hebben deze investeringen als de leidsters op deze groepen niet voldoende in staat zijn om kinderen educatieve ondersteuning te bieden? De onderzoekers concluderen dat het VVE-beleid in de praktijk niet uit de verf komt.

Geen voldoende

Net als in kinderdagverblijven hebben peuterspeelzaalmedewerkers moeite met gerichte stimulering van kinderen. Op de basale interactievaardigheden ‘sensitieve responsiviteit’, ‘respect voor autonomie’ en ‘structureren en grenzen stellen’ scoren peuterspeelzaalmedewerkers nog wel prima, maar de educatieve vaardigheden zijn onvoldoende. Het begeleiden van interacties en de ontwikkelingsstimulering van kinderen levert bijna geen voldoende op. Collega’s in het kinderdagverblijf scoren net iets beter op de vaardigheid ‘begeleiden van interacties’. Dat de kwaliteit van deze vaardigheden op VVE-groepen hetzelfde is, voedt de vraag of VVE-geld wel goed besteed wordt. VVE-groepen hebben namelijk een gunstiger leidster-kindratio en de groepen zijn gemiddeld gezien kleiner.

Meer boeken

Er is niet alleen slecht nieuws over VVE-peuterspeelzalen te vertellen. Op het onderdeel ‘boeken’ scoren de VVE- groepen beduidend beter. Er is meer keuze. Daar staan weer enkele pluspunten voor peutergroepen in kinderdagverblijven tegenover. Daar wordt bijvoorbeeld beter gescoord op de onderdelen ‘activiteiten’ en ‘programma’. Het programma is in peuterspeelzalen nog wel van redelijk niveau, maar bij activiteiten scoren peuterspeelgroepen vooral onvoldoendes. Wil minister Asscher van Sociale Zaken de kwaliteit van peuteropvang verbeteren, dan moet de structurele kwaliteit van de ruimte, de inrichting en de materialen in ieder geval toereikend zijn.

Peuterspeelzaalmedewerkers zijn gemiddeld tien jaar ouder dan hun collega’s in kinderdagverblijven: 48 jaar om 38 jaar. Veel peuterspeelzaalleidsters werken al jaren in de peuteropvang. Hoe meer ervaring zij hebben, hoe hoger zij scoren op de vaardigheid ‘ontwikkelingsstimulering’. Dat suggereert dat professionals zich hierin ‘al doende’ kunnen verbeteren, al blijven de scores bescheiden.

Amper effect

Het kwaliteitsonderzoek naar de peuterspeelzaal maakt deel uit van het pre-COOL cohortonderzoek dat al sinds 2009 loopt. De onderzoekers van de pre-COOL gegevens zijn iets milder over de kwaliteit van de ontwikkelingsstimulering van peuterspeelzaalleidsters. Die zou iets beter zijn dan van pm’ers in kinderdagverblijven. Maar ook uit dit onderzoek blijkt dat er amper een effect is waargenomen van VVE-programma’s op de pedagogische kwaliteit in peuterspeelzalen.

Bekijk het volledige onderzoek op www.kinderopvangtotaal.nl en zoek op ‘Kwaliteit peuterspeelzaal vergelijkbaar met kinderdagverblijf’ of kijk op www.rijksoverheid.nl.

Foto: Nationale Beeldbank

Reactie Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken

‘Ik zie een ondersteuning van wat het kabinet en de VNG allebei willen’
‘Het Kohnstamm Instituut heeft in opdracht van mij onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van peuterspeelzaalwerk. Uit het onderzoek komt naar voren dat medewerkers in peuterspeelzalen relatief sterk zijn in emotionele ondersteuning en de basale interactievaardigheden sensitiviteit, respect voor autonomie, en structureren en grenzen stellen. De gerichte stimulering van de ontwikkeling van de peuters steekt hierbij af en is duidelijk zwakker. Dit beeld verschilt nauwelijks met het beeld uit eerdere kwaliteitsmetingen in de dagopvang. Op kwalitatief vlak lijken peuterspeelzaalwerk en dagopvang dus veel op elkaar. Ik zie hierin een ondersteuning van hetgeen het kabinet en de VNG allebei willen: een kwaliteitsverhoging op het vlak van ontwikkelingsgericht werken en de harmonisatie van de kwaliteitskaders voor kinderopvang en peuterspeelzaalwerk.’
Uit de brief Voortgang overleg met VNG over harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzalen

Reactie Ernst Radius, senior adviseur MOgroep

‘Vooral als er veel achterstandskinderen zijn, vraagt dit van medewerkers veel aandacht en zorg’
‘De MOgroep is verheugd dat er steeds meer en beter onderzoek wordt gedaan naar de effecten van de inspanningen in kinderopvang en peuterspeelzalen. We hebben jarenlang vooral geïnvesteerd in de programma’s en het bereik van de kinderen voor VVE en peuteropvang. We investeren nu ook veel in de verhoging van taalniveau van pedagogische medewerkers in de grootste VVE-gemeenten. Maar wij weten ook dat je vooral moet investeren in de professionele ontwikkeling van medewerkers. Vooral op gebied van ontwikkelingsgericht werken valt er nog veel te winnen. Dat VVE-groepen niet beter scoren dan andere groepen kan ook worden veroorzaakt door de grotere werkdruk in VVE-groepen. Vooral als er veel achterstandskinderen zijn, vraagt dit van medewerkers veel aandacht en zorg. Sommige medewerkers zijn eerst bezig om kinderen van de meest basale zorg te voorzien, en dan kom je niet zo snel toe aan meer ontwikkelingsgerichte activiteiten.’

Reactie Lex Staal, directeur Brancheorganisatie Kinderopvang

‘Op de lange termijn kunnen we pas echt conclusies trekken over de resultaten’
‘Uit het onderzoek blijkt dat het verschil in kwaliteit tussen peuterspeelzalen met en zonder VVE niet groot is. Een belangrijke kanttekening is echter dat geen onderzoek is gedaan of betreffende peuterspeelzalen extra middelen tot hun beschikking hadden vanuit het algehele ondersteuningstraject van het Ministerie van OCW. Daarnaast staat VVE aan de beginfase. Op de lange termijn kunnen we pas echt conclusies trekken over de resultaten. Ook komt duidelijk naar voren dat de emotionele ontwikkeling van kinderen goed wordt ondersteund. Kinderen voelen zich veilig, en de interacties tussen kinderen onderling en met volwassenen zijn plezierig. Zo’n klimaat is een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van kinderen; het behoort tot de kernkwaliteit van kindvoorzieningen. Als het gaat om het educatieve klimaat is er ruimte voor verbetering. Wij zijn voorstander van een kwaliteitsimpuls en gezamenlijk kwaliteitskader voor kinderopvang en peuterspeelzaalwerk waardoor voor álle kinderen een gelijkwaardig aanbod mogelijk wordt. Hiertoe zijn voorzichtige stappen gezet richting volledige harmonisatie van kinderopvang en peuterspeelzalen. Aan een kwaliteitskader, als vervolg op de kwaliteitsvisie van BKK, wordt hard gewerkt.’

Reactie Ruben Fukkink, hoogleraar Kinderopvang UvA

‘Op zoek naar een geschikte oplossing voor een effectieve aanpak’
‘In discussies hebben we een scherp beeld voor ogen: de peuterspeelzaal is educatief, het kinderdagverblijf is opvang. Maar de werkelijkheid is dat peuterspeelzaal, voorschool, VVE-groepen en kinderdagverblijven nauwelijks van elkaar verschillen. Het is zaak nu op zoek te gaan naar een geschikte oplossing voor een effectieve aanpak. Het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen, hun taalontwikkeling en andere ontwikkelingsdomeinen vragen om een goede en wetenschappelijke evaluatie. We kunnen ook lering trekken uit wetenschappelijk onderzoek uit het buitenland, en dat vertalen naar de Nederlandse situatie. Als er in het verleden een oplossing werd gezocht, bijvoorbeeld in de vorm van trainingen, bleken die niet altijd bewezen effectief. Het gevolg was dat er veel geld werd gestoken in het verbeteren van kwaliteit, maar dat het effect ervan nihil bleek te zijn. Hopelijk leidt een goede evaluatie tot een effectieve aanpak die wel zorgt voor kwaliteitsverbetering op VVE-groepen.’

Reactie Gjalt Jellesma, voorzitter Belangenvereniging Ouders in de Kinderopvang

‘Die twee- en driejarigen komen maar één keer voorbij, we hebben al heel wat kansen gemist’
‘In 2010 heeft BOinK samen met VNG en MOgroep het implementatietraject van de Wet OKE uitgevoerd. Toen al bestond bij ons de vrees dat de inspanningen zich vooral op de stelselwijziging en niet op de inhoud zouden richten. De door BKK ingestelde onafhankelijke commissie Kwaliteit zegt vier jaar later in haar advies: ‘richt je vooral op de verbetering van de kwaliteit van de pedagogische medewerker.’ Het positieve van deze uitkomst is dat gezien de zeer geringe verschillen er geen enkel inhoudelijk argument meer is om niet tot een volledige integratie over te gaan. Het slechte nieuws is dat er nu al jarenlang honderden miljoenen per jaar in VVE-programma’s worden gestopt met geen of zeer geringe resultaten. Het onafhankelijke VVE-platform zegt het ook. Integreer VVE in één voorschoolse voorziening met een divers aanbod, en richt je op de effectiviteit van het aanbod en de kwaliteit van de pedagogische medewerker. Die twee- en driejarigen komen maar één keer voorbij, we hebben al heel wat kansen gemist om vooral de kinderen met een achterstand datgene mee te geven waar ze recht op hebben.’

Harmonisatie

Het verschil tussen kinderdagverblijven en peuterspeelzalen wordt kleiner en bestaat vanaf 2017 helemaal niet meer. Het kabinet werkt hier, in samenwerking met de branche, al jaren naartoe. Dit jaar worden drie belangrijke verschillen opgeheven.
Vanaf 1 januari is de beroepskracht-kindratio van peutergroepen en peuterspeelzalen volledig gelijk: één beroepskracht op acht kinderen. Vanaf 1 juli geldt het vierogenprincipe ook voor peuterspeelzalen. Het pedagogisch beleidsplan van peuterspeelzalen en peutergroepen in kinderdagverblijven moet vanaf 1 juli voldoen aan een lijst met wettelijk verplichte onderwerpen. Dat betekent dat peuterspeelzalen voor het eerst iets moeten vermelden over het vierogenprincipe en het wenbeleid. Kinderdagverblijven moeten in hun beleidsplan meer aandacht besteden aan de ontwikkeling van kinderen, eventuele bijzonderheden hierin en bij welke instanties ouders terecht kunnen voor hulp.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.