Kosteneffect bkr voor alle type organisaties groter dan verwacht

Voor alle type organisaties is het kosteneffect van een nieuwe beroepskracht-kindratio (bkr) voor baby’s groter in het praktijkonderzoek van Buitenhek dan in het SEO-onderzoek van het ministerie. Gemiddeld komt dit neer op een stijging van 7,3 procent. Wat zijn de exacte percentages per omvang? Hoe zijn de verschillen te verklaren?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Net als SEO bekeek ook onderzoeksbureau Buitenhek wat de gevolgen zijn van een nieuwe bkr voor baby’s voor kleine, middelgrote en grote organisaties. Daaruit blijkt dat kleine organisaties harder worden getroffen door de maatregel, met een gemiddelde kostenstijging van 8,7 procent (SEO concludeerde een stijging van 5,2 procent). Middelgrote organisaties krijgen te maken met een kostenstijging van 5,8 procent (SEO 4,1 procent) en grote organisaties met een stijging van 4,7 procent (SEO 4,2 procent). Hoewel SEO en Buitenhek allebei concluderen dat kleine organisaties het grootste kosteneffect zien van de nieuwe bkr, liggen de percentages bij het praktijkonderzoek van Buitenhek een stuk hoger dan in het onderzoek van SEO.

Aankondiging SEO

Hoe kan dat? Buitenhek, die het praktijkonderzoek uitvoerde in opdracht van de twee brancheverenigingen, oudervereniging  BOinK en Sociaal Werk Nederland, was niet verrast over de hogere percentages. Eigenlijk had SEO dit zelf al aangekondigd. In hun resultaten stond onder andere ‘Zo vermindert wetgeving rondom stamgroepen de mogelijkheden het aantal leidsters te verminderen. Ook beperkingen in de indeling van de ruimte kunnen een rol spelen. Het kostprijsmodel houdt geen rekening met deze factoren, waardoor het berekende aantal pm’ers volgens het model lager is dan in werkelijkheid.’

Actuele bezetting van alle groepen

Buitenhek keek naar meer gegevens dan waar SEO naar keek. SEO berekende efficiency- en kosteneffecten per locatie en aanbieder, maar bekeek slechts twee (fictieve) dagdelen met een groepsbezetting die is gebaseerd op een rekenmodel. Buitenhek is vervolgens dezelfde betrokken houders gaan vragen naar de actuele kind- en personeelsbezetting van alle dagdelen en groepen. Op de aangeleverde informatie paste Buitenhek de nieuwe bkr toe en heeft per dagdeel aangegeven of en zo ja hoeveel extra personele inzet noodzakelijk wordt. Vervolgens is houders gevraagd om aan te geven welke maatregelen mogelijk zijn om de kosteneffecten te beperken. Natuurlijk binnen alle relevante wet- en regelgeving zoals o.a. de stamgroepregeling en het vaste-gezichtencriterium.

Kleine aanbieders

Net als SEO zag Buitenhek dat kleine organisaties meer kosteneffecten krijgen van de nieuwe bkr voor baby’s. SEO concludeerde dat 25 procent van de kleine aanbieders een kostenstijging van 10 procent of meer zal hebben. De praktijktoets van Buitenhek laat zien dat nog veel meer kleine aanbieders te maken krijgen met hoge kostenstijgingen, namelijk meer dan een derde (37 procent). 80 procent van alle 2.640 dagopvangaanbieders heeft slechts één of twee dagopvanglocaties. Het gaat dandus om 800 aanbieders die te maken krijgen met een forse kostenstijging van 10 procent of meer.

Mogelijkheid om te middelen

Daar waar middelgrote en zeker grote kinderopvangaanbieders de kosteneffecten van de nieuwe bkr kunnen middelen op organisatieniveau, ervaren zij een meer geleidelijk kosteneffect in de tijd. Kleine aanbieders met minder groepen kunnen de kosteneffecten per groep niet middelen en ervaren dus een veel grilliger kosteneffect in de tijd.  Zij kunnen alleen met tijd de kosteneffecten middelen omdat daarmee de leeftijdsopbouw van een groep aangepast kan worden.

Maximum uurtarief aanpassen

Buitenhek geeft dan ook concrete oplossingsrichtingen aan zijn opdrachtgevers. Daarbij zijn wel ingrijpende aanpassingen nodig in het Besluit Kwaliteit. De eerste is dat de aanpassing van het maximumuurtarief van de toeslagregeling bijgesteld wordt naar het gemiddelde kosteneffect van alle organisatie: 7,3 procent. Hiervoor pleitten de convenantpartijen ook al. Dit zou dan op 1 januari 2019 in moeten gaan. Het ministerie berekende echter dat een kostenstijging van 4,7 procent voldoende moet zijn om bijkomende kosten te compenseren.

Gefaseerde invoering

De tweede oplossingsrichting heeft betrekking op kleine aanbieders: voer de nieuwe bkr-maatregelen voor hen gefaseerd in terwijl de maximum uurtarieven wel direct worden aangepast. Dit biedt kleine aanbieders de ruimte om een buffer te realiseren voor een periode met hoge kosteneffecten.


Hoe kan het dan kleine kinderopvangorganisaties zoveel variabelen laten zien in het kosteneffect van een nieuwe bkr voor baby’s? Buitenhek bekeek hier uitvoerig naar en komt tot de volgende conclusies


 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.