Kamer kritisch over opzet Kwaliteitsmonitor Kinderopvang

Onlangs kwamen de resultaten van de Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang uit. Dit onderzoek was hier en daar nog niet representatief en de onderlinge verschillen tussen locaties waren behoorlijk groot. Dat leidt tot kritische Kamervragen aan het adres van staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken), die zij nu heeft beantwoord.
Foto: AdobeStock

Voor de Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang 2017 werden kleine aantallen kinderopvanglocaties en gastouders onderzocht. Dat riep bij het werkveld, maar ook bij Kamerleden, vragen op of het onderzoek wel representatief genoeg was. Volgens Van Ark zijn de uitkomsten, met uitzondering van gastouders, wel degelijk representatief. ‘De LKK ontwikkelt zich de komende jaren tot een gevoelig instrument om de kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang te bewaken.’ De bedoeling is dat het onderzoek naar kwaliteit in de kinderopvang in ieder geval tot 2020 jaarlijks plaatsvindt.

Kwaliteit kinderopvang voldoende tot goed

Op Kinderopvangtotaal publiceerden we verschillende artikelen op basis van de eerste Kwaliteitsmonitor. Over het algemeen kwam de kwaliteit van de opvang als voldoende tot goed uit de bus, maar inzoomend op de verschillende opvangvormen, kwamen er grote verschillen naar boven. De peuteropvang scoort het beste in de educatieve kwaliteit, verticale groepen lijken minder gunstig voor baby’s dan horizontale groepen en bij gastouders werd zeer uiteenlopend gescoord op het bieden van emotionele kwaliteit met grote uitschieters naar beneden.

Vervolganalyse zomer 2018

Het viel enkele Kamerleden op dat de onderlinge verschillen in kwaliteit ook binnen werkvormen groot waren. Dat gaven de onderzoekers in het rapport zelf al aan. In de zomer van 2018 komt een verklarende analyse over het onderzoek naar buiten waarin ook wordt nagegaan hoe de grote variatie te verklaren is. Een analyse van de kwaliteit van VVE-groepen maakt ook deel uit van dit aanvullende onderzoek.

Grotere steekproef

Kamerleden vragen zich af waarom er niet voor gekozen is om tweejaarlijks te onderzoeken en dan een grotere steekproef te organiseren dan nu is gedaan. Maar Van Ark zegt het belangrijk te vinden om de kwaliteit juist jaarlijks te meten om op die manier trends in de kwaliteit van jaar tot jaar relatief fijnmazig te volgen. Ondanks dat de resultaten van de kwaliteit van gastouderopvang niet als representatief zijn aangeduid, kozen de onderzoekers er toch voor de resultaten te presenteren. ‘Waarom?’, willen Kamerleden weten. Van Ark antwoordt dat het belangrijk was om in elk geval al enige informatie over gastouderopvang te hebben en die te delen met de branche.

Verticale groepen voor baby’s

Uit de LKK bleek dat de kwaliteit van verticale groepen voor vooral baby’s lager is dan die van horizontale groepen. Tegelijk maakt de Wet IKK volgens Kamerleden het voor kinderdagverblijven financieel lastig om horizontale groepen in stand te houden. Zij vragen aan Van Ark of zij dit ook een zorgelijke ontwikkeling vindt. Zij antwoord: ‘Met meer gegevens in de komende jaren kunnen conclusies met grotere zekerheid getrokken worden. Het is een belangrijk punt dat extra aandacht krijgt bij het vervolg van dit onderzoek.’

IKK-maatregelen babyopvang

Wel benadrukt zij dat de gemiddelde kwaliteit van babyopvang in Nederland nog altijd voldoende tot goed is. Juist IKK-maatregelen als de aangescherpte beroepskracht-kindratio en de inzet van pedagogisch coaches, moeten ertoe leiden dat de kwaliteit verder stijgt. Door de kwaliteit vanaf nu elk jaar te meten, kan bekeken worden of de kwaliteit ook daadwerkelijk stijgt door deze maatregelen. Van Ark wil ook dat er onderzocht wordt hoe het kan dat de variatie van de kwaliteit van babyopvang zo groot is. Zij spreekt tegen dat er nu baby’s naar matige babyopvang gaan, maar concludeert wel dat de kwaliteitsverschillen tussen groepen groot zijn.

Kwaliteit bso’s

De dalende kwaliteit van buitenschoolse opvang viel enkele Kamerleden ook op. Van Ark zegt dat er zowel lagere als hogere scores zijn, vergeleken met het vorige kwaliteitsonderzoek (van NCKO). ‘Maar’, vervolgt zij, ‘de variatie in scores is in 2017 kleiner. Er zijn minder uitschieters naar boven, maar ook naar beneden.’ Een duidelijke verklaring voor deze trends is er niet. Zij verwacht dat metingen in 2018 en 2019 een definitiever beeld geven.

Zelfde onderzoeksgroep

Het plan is om de komende jaren steeds op andere locaties steekproeven te houden. Kamerleden willen weten of het niet beter is om steeds naar dezelfde locaties te kijken. Staatssecretaris Van Ark legt uit dat er twee overwegingen meespelen om het toch anders te doen: ‘Het streven is een zo goed mogelijke spreiding van het onderzoek over het land én het is belangrijk om deelnemende instellingen niet te zwaar te belasten met jaarlijkse terugkerende metingen.‘

Bekijk hier alle Kamervragen en de antwoorden van Tamara van Ark


Het consortium LKK, bestaande uit de Universiteit Utrecht en Sardes, heeft het stokje overgenomen van het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO) en zal de komende jaren in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de kwaliteit in de kinderopvang monitoren. Bekijk hier het onderzoek over 2017


 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.