Jeugdartsen pleiten voor aangepast weringsbeleid in de kinderopvang

Het huidige landelijke test- en weringsbeleid rondom het coronavirus in de kinderopvang moet zo snel mogelijk aangepast worden, vinden Nederlandse jeugdartsen. 'Dit leidt tot negatieve maatschappelijke en economische effecten, terwijl de risico’s op besmetting acceptabel laag zijn.'

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
AdobeStock

Dat stellen de Nederlandse Vereniging voor Infectieziektebestrijding (NVIB) en de AJN Jeugdartsen Nederland in een gezamenlijk pleidooi, waarin zij oproepen dat het huidige test- en weringsbeleid rondom COVID-19 zo snel mogelijk moet worden aangepast.

Weren bij de kinderopvang

Zij lichten het advies toe met een uitgebreide onderbouwing. Een daarvan is dat momenteel elk kind met ‘een snottebel, een loopneus of een kuchje’ wordt geweerd bij de kinderopvang.

‘Er zijn ouders die sinds de heropening van de opvang voor alle kinderen in korte tijd herhaaldelijk hun kind van de opvang hebben moeten halen voor kortdurende en milde klachten van neusverkoudheid. Het gaat hierbij om klachten die bij deze jonge kinderen frequent voorkomen. Ouders moeten hierdoor thuisblijven en kunnen niet (volledig) aan het werk. Kinderen missen de bijdrage van de kinderopvang aan hun ontwikkeling.

Continueren van het huidige beleid leidt tot negatieve maatschappelijke en economische negatieve effecten, terwijl de risico’s op besmetting acceptabel laag zijn.’

Disproportioneel veel getest

Daarnaast zien jeugdartsen en artsen infectieziektebestrijding sinds de heropening van de kinderopvang (op 11 mei) een grote toename in het aantal testen van kinderen in de leeftijdsgroep van 0 tot 4 jaar.

‘Het landelijke beleid is dat iedereen, inclusief een jong kind, thuis moet blijven bij (milde) klachten. Als een kind getest wordt op SARS-CoV-2 en de test negatief is en het kind alleen neusverkouden is of een snotneus heeft, mag het kind weer naar de opvang en hoeft niet thuis te blijven. Dit leidt tot een grote vraag naar testen voor kinderen van 0-4 jaar. De test wordt hiermee niet op medische indicatie gedaan, maar omwille van het kunnen opheffen van de isolatie en dientengevolge wering door de kinderopvang. De test zelf is voor kinderen op zijn minst onaangenaam tot soms zelfs traumatiserend. Dit zal leiden tot afnemende testbereidheid in de periode erna. Dit is ongewenst, omdat in sommige situaties (bijvoorbeeld uitbraakonderzoek rond een cluster of na contact met een bewezen COVID-19 patiënt) het testen van kinderen juist wél gewenst is.’

Voorgestelde aanpassingen

Gezien de genoemde argumenten zien jeugdartsen en artsen infectieziektebestrijding onvoldoende reden voor het huidige test- en weringsbeleid onder 0 tot 4-jarigen. ‘Dit leidt tot onnodige overlast bij de kinderen, ouders en kinderopvang.’ Zij stellen daarom voor het test- en weringsbeleid als volgt aan te passen:

  • Kinderen van 0 tot 4 jaar met milde luchtwegklachten zonder koorts worden niet langer geweerd van de kinderopvang, tenzij er in de directe omgeving van het kind (gezin) volwassenen zijn met bij COVID-19 passende klachten. Dan wordt het kind geweerd tot een negatieve testuitslag van de volwassene bekend is.
  • Het testbeleid in de groep 0 tot 4-jarigen wordt teruggebracht naar alleen testen van kinderen met verkoudheidsklachten/hoesten EN koorts >38oC, en in het kader van uitbraakonderzoek of bron- en contactonderzoek. Dit ter beoordeling van de arts infectieziektebestrijding van de GGD of de jeugdarts (in afstemming met de arts infectieziektebestrijding).
  • De artikel 26-meldplicht blijft bestaan, als monitoring (surveillance) en signalering van clusters.
  • Indien er een individueel (medisch) belang bestaat om een kind met bij COVID-19 passende klachten te testen op SARS-CoV-2, dan is dit uiteraard nog steeds mogelijk op verzoek van de ouders/verzorgers.

Eén uniform beleid

Volgens de artsen is op deze wijze het besmettingsrisico acceptabel laag en in lijn met de andere geaccepteerde risico’s bij de recente versoepelingen van maatregelen. ‘Het heeft de voorkeur dat er landelijk één uniform beleid wordt gevoerd. Wij verzoeken het RIVM/CIb en het Outbreak Management Team om dit pleidooi ter harte te nemen en het test- en weringbeleid aan te passen. Dit zal ook de houdbaarheid van het testbeleid en daarmee de mogelijkheid tot monitoring in de komende tijd ten goede komen.’

Beslisboom

Voor pedagogisch medewerkers, die in de kinderopvang op de groep staan, is het lastig om te bepalen of een kind last heeft van lichte verkoudheidsklachten of dat er een risico is dat het kind is besmet met COVID-19, stelt de Belangenvereniging voor Ouders in de Kinderopvang (BOinK). Om pedagogisch medewerkers te helpen, stellen NVIB, AJN en BOinK een verkoudheids-beslisboom op.

Hulp voor pedagogisch medewerkers

Het is niet zozeer de bedoeling van BOinK om af te wijken van de RIVM-richtlijnen. Het doel is pedagogisch medewerkers te helpen bij de lastige taak om te bepalen of een kind gewoon naar de kinderopvang kan komen of dat hij/zij beter thuis kan blijven. De beslisboom wordt de komende dagen met de betrokken partijen opgesteld en komt zo snel mogelijk beschikbaar.

Vragen

In de beslisboom wordt een aantal vragen gesteld over de gezondheidsklachten van het kind. Door de vragen stapsgewijs te beantwoorden krijgt de medewerker van de kinderopvang antwoord op de vraag of het kind ‘gewoon verkouden’ is of dat er kans is dat het kind is besmet met COVID-19 en het daarom beter thuis kan blijven. Voordeel van deze werkwijze is dat kinderen niet onnodig (langdurig) thuis komen te zitten en daarmee de ontwikkelingsuitdagingen mist die de kinderopvang biedt. Bovendien kunnen ouders zich dan volledig richten op hun werk en hoeven zij niet meer overbodig werk en zorg te combineren.

Lees het Pleidooi voor aanpassing van het testbeleid en weringsbeleid voor 0 tot 4- jarigen op de kinderopvang >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.