‘Je kunt een kind niet naast een afvinklijstje leggen’

De kindvolgende benadering van Reggio Emilia lijkt haaks te staan op de Nederlandse VVE-programma’s. Toch kunnen ze volgens Wilma van Esch beide goed werken. Zolang je maar uitgaat van het welbevinden en betrokkenheid van kinderen. ‘Het is een verarming van de werkelijkheid dat we blindelings vertrouwen op die kant-en-klare methoden.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
iStock

Wilma van Esch komt als procesbegeleider in de kinderopvang bij veel locaties over de vloer. Samen met teams onderzoekt zij de pedagogische en educatieve kwaliteit. Welbevinden en betrokkenheid van de kinderen zijn hierbij de criteria, ongeacht het pedagogisch gedachtegoed van de betreffende opvang.

Reggio

Zelf is Wilma van Esch enorm geraakt door de Reggio Emilia benadering. De pedagogische visie van grondlegger Malaguzzi gaat uit van de competentie en potentie van het kind. Een kind is volledig toegerust voor zijn of haar eigen ontwikkeling. Vanuit rust, aandacht en vertrouwen wordt naar het kind gekeken. Goed luisteren en kijken wat er gebeurt en daar je aanbod op afstemmen staat centraal. Als je goed kijkt, zie je of een kind lekker in z’n vel zit. Ook geven kinderen (vaak onbewust) feedback op het handelen van de pm’er, bijvoorbeeld als een kind zich niet betrokken voelt bij een activiteit. Door samen te kijken kun je onderzoeken wat een kind nodig heeft.’

Pm’er als coach

Het valt Wilma op dat in Nederland toch nog te vaak wordt gedacht dat de wereld – en dus ook kinderen – maakbaar zijn. ‘Kinderen zijn natuurlijk hartstikke kneedbaar, ze staan open om zichzelf te ontwikkelen, maar we verliezen te vaak uit het oog dat ieder kind zich op zijn eigen manier en tempo ontwikkelt met eigen interesses en behoeften. Een kant-en-klaar-stappenplan om een kind naar een bepaald niveau te helpen, bestaat niet. Je kunt een kind niet naast een afvinklijstje leggen. Het is een verarming van de werkelijkheid dat we blindelings vertrouwen op die kant-en-klare methoden. Ik denk niet dat ontwerpers van VVE-methoden ooit de intentie hebben gehad dat we VVE-programma’s letterlijk dienen uit te voeren.’

‘De rol van de pm’er is bij Reggio Emilia veel meer een stimulerende, onderzoekende en motiverende’

‘Natuurlijk moet je blijven nadenken en kijken wat je met je aanpak teweegbrengt bij kinderen. Wat dat betreft staat de uitvoering van sommige VVE-programma’s haaks op het gedachtegoed van Reggio Emilia. Dat kinderen de kans geeft veranderingen te ervaren, te experimenteren, zich te uiten en fouten te maken. Daar is voortdurend ruimte voor eigen ideeën van het kind. Het gaat bij Reggio veel meer om het proces, de weg ernaartoe, en niet om het eindresultaat. Doordat kinderen zelf meer de regie houden, leert het kind te vertrouwen op zichzelf, op zijn of haar kracht en talent. De rol van de pm’er is bij Reggio Emilia veel meer een stimulerende, onderzoekende en motiverende. Het is meer een coachende benadering.’

Mindset

Al is Wilma een groot voorstander van een Reggio-geïnspireerde aanpak, ze benadrukt dat ze niet pertinent tegen VVE-methoden is. Voor sommigen pm’ers is zo’n programma heel ondersteunend, meent zij. Waar het haar om gaat is, welke benadering of invulling je ook kiest, dat het draait om het welbevinden en de betrokkenheid van het kind. Dát zegt iets over de kwaliteit van ontwikkeling. Doe je het goed(e), ook in de ogen van kinderen? Volgens Wilma is dat de vraag waar het om draait. ‘Het gaat om bewustwording. Nadenken over het waarom en waartoe van kinderopvang. Kiezen voor een aanpak of benadering en heel goed kijken wat dat teweegbrengt bij kinderen en bij collega’s en ouders. Je kunt een prachtige VVE-locatie hebben met heel mooi ingerichte hoeken en het programma precies volgens de instructies van de methode uitvoeren, maar als kinderen geen (spel)betrokkenheid tonen, dan komt dat hun ontwikkeling niet ten goede. Hetzelfde geldt ook voor Reggio Emilia: één Reggio-geïnspireerde hoek inrichten staat absoluut niet garant voor een hoog welbevinden en betrokkenheid. Daarom is het zo belangrijk om voortdurend te observeren en reflecteren. Niet in de laatste plaats op je eigen handelen. Wat is je focus, je doel? En wat doe je in praktijk? Wat laten kinderen je zien als je naar ze kijkt? Waaraan heeft een kind behoefte? Wat zijn zijn talenten? Hoe kun jij het welbevinden en de betrokkenheid van kinderen verhogen? Als je dat kunt vertalen naar nieuwe interventies, dan ben je goed bezig. Dat vraagt vooral een ontwikkelingsgerichte mindset.’

Rijke leeromgeving

Wilma geeft aan dat het belangrijk is dat kinderopvangorganisaties in woorden én daden bijdragen aan een stevig fundament voor kinderen. ‘Ik geloof dat kinderen in potentie alles in zich hebben om zich te ontwikkelen tot zelfstandige individuen. In mijn beleving zouden kinderopvangorganisaties zo’n rijke leeromgeving moeten bieden dat kinderen zich op alle ontwikkelingsdomeinen zo goed mogelijk (verder) kunnen ontwikkelen. Om te weten waar je voor staat, is het belangrijk je onderzoekende bril op te zetten. Of je nu wordt geïnspireerd door een VVE-methode, Reggio of een andere pedagogische visie. Evalueer hoe je als organisatie naar kindontwikkeling kijkt. Wat is je visie daarop? Geef jij je opvang vorm volgens die focus? Of moet je jezelf achter de oren krabben en bekennen dat op papier (en op je website!) het welbevinden en betrokkenheid hoog in het vaandel staan, maar dat kinderen in werkelijkheid iets anders laten zien?’

Wilma van Esch is een van de sprekers op het Openingsevent Week van het Jonge Kind. Meer daarover lezen? Klik hier voor meer informatie >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.