Inclusie-obstakels overwinnen

Organisaties in de jeugdzorg, het onderwijs en de kinderopvang experimenteren al een tijdje met samenwerkingsvormen. Hoewel dat veel moois oplevert, gaat het niet vanzelf. Enkele tips van bestuurders over hoe de obstakels te overwinnen. ‘Durf buiten de paden te lopen.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Inclusie
Het is vaak een zoektocht hoe de caleidoscopische samenwerking precies vorm moet worden gegeven. Welke rol krijgt iedereen toebedeeld? - Foto: iStock

Stichting DAK kindercentra heeft een convenant met Stichting Jeugdformaat, waarin is afgesproken dat ze regelmatig kinderen opvangt die normaal in de jeugdzorginstelling zitten. Stichting Jeugdformaat splitst haar eigen groepen zó op dat kinderen, die toe kunnen met minder uren specialistische zorg, deels naar de gewone opvang kunnen. Het gaat daarbij om kinderen met gedragsproblemen, die met extra specialistische hulp normaal op de opvang kunnen functioneren, legt DAK kindercentra-bestuurder Karen Strengers uit. ‘Deze kinderen krijgen ambulante begeleiding op de groep en profiteren zo bij ons van andere verworvenheden, zoals het groepsproces en de ontwikkeling van sociale vaardigheden. Een van de effecten van de samenwerking is dat de geboden zorgtrajecten minder intensief en ook korter zijn. En pedagogisch medewerkers van DAK en Jeugdformaat vinden de uitwisseling van expertise een waardevolle toevoeging aan hun kennis en vaardigheden.’ In totaal zijn er nu twaalf plekken bezet, verdeeld over drie locaties. Strengers: ‘Dit is wat je wilt: kinderen een integraal aanbod doen zodat ze niet apart worden gezet, maar terechtkunnen in hun eigen omgeving.’

Samenwerkingsvormen

Allemaal hebben ze verschillende samenwerkingsvormen gevonden tussen jeugdzorg, onderwijs en kinderopvang: bestuurders Fawzia Nasrullah van jeugdzorgorganisatie Youké, Karen Strengers van DAK kindercentra en Jack van de Logt van scholenstichting Conexus. Wat ze met elkaar gemeen hebben: de overtuiging dat dit de koers is die ze willen volgen – kinderen die extra aandacht nodig hebben extra ondersteunen, zodat ze zich zoveel mogelijk in hun eigen omgeving kunnen ontwikkelen.

Hulp dichtbij

Youké Jeugd- & Opvoedhulp is constant aan het onderzoeken hoe ze haar specialistische hulp zoveel mogelijk dichtbij kan brengen. De medewerkers van de dagbehandeling komen naar opvang of school, voor observeren, begeleiden of coachen, vertelt Nasrullah. ‘Op elke plek is het anders, afhankelijk van de partij waarmee we samenwerken.’ Zo werkt Youké met GGD en kinderopvangorganisaties samen om vanuit de kinderopvang vroegsignalering te verbeteren. ‘Het voordeel is dat je het consult kunt doen en meteen even kunt meekijken op de groep. We zijn nu aan het onderzoeken hoe we weer een stapje verder kunnen gaan. Zo zijn we in Utrecht bijvoorbeeld onze dagbehandeling deels aan het overdragen aan een VVE-groep. Daarbij is het de vraag: wat hebben ze nodig om onze rol over te nemen? Hoever kun je gaan?’ Van voorzieningen is het accent verschoven naar diensten. Youké’s jeugzorgmedewerkers leveren kennis en kunde, en adviseren binnen de lokale context welke vormen het beste passen. Het mooie aan deze beweging is dat de zorg voor kinderen steeds meer genormaliseerd wordt, zegt de bestuurder. ‘Ook ouders vinden het prettig dat die zorg bereikbaar is en gegeven wordt via iemand die op een “normale” manier bij hun kind betrokken is – als pm’er of als leerkracht.’

Rollen

Wel is het vaak een zoektocht hoe de caleidoscopische samenwerking precies vorm te geven. Welke rol krijgt iedereen toebedeeld? ‘Op IKC’s is het belangrijk dat de manager een visie heeft op de rol en de competenties van de verschillende sectoren’, zegt Nasrullah. ‘De visie moet aansluiten op die van de gemeente: welke focus wil je in je kindcentra, en welke rol krijgen de sectoren daarin? Denk daarbij aan de verhouding tussen de rol van jeugdgezondheidszorg als signaleerder en doorverwijzer, en de jeugd- en opvoedhulp voor behandeling en hulpverlening. Welke instantie krijgt een plek in het IKC, en hoe sluit dat aan op de buurtteams? En waar hebben professionals zelf behoefte aan?’

Ook Conexus-bestuurder Jack van de Logt vindt duidelijkheid over de verschillende rollen belangrijk, vooral nu er een grotere verantwoordelijkheid rust op scholen en kinderopvangorganisaties. Zo weten leerkrachten niet altijd wanneer ze bij jeugdhulp moeten aankloppen, en wanneer bij jeugdzorg. ‘Bijeenkomsten in de regio kunnen daarbij helpen, zodat we elkaar in de wijk beter weten te vinden.’

Contact leggen

Met steun van de gemeente Nijmegen en jeugdzorgorganisatie Entrea biedt zijn organisatie op één van haar IKC’s een geïntegreerde schoolvorm aan, met een schoolteam waarin de jeugdzorgexpertise aanwezig is. ‘We hebben een pedagogisch medewerker met jeugdzorgexpertise en daarnaast hebben we van Entrea voor 22 uur een van hun jeugdzorgmedewerkers toegewezen gekregen. Als een leerkracht zich zorgen maakt over een kind dat bijvoorbeeld geen contact maakt, gaan ze samen kijken wat er moet gebeuren. Door gesprekken of hulp binnen de school kunnen we zo voorkomen dat een kind alsnog in het jeugdzorgcircuit belandt.’ De resultaten zijn goed: sinds de invoering is doorverwijzing naar jeugdzorginstellingen met dertig procent gedaald. Enkele kinderen die totaal contactarm waren, leerden van de pedagogisch medewerker met succes hoe ze contact konden leggen en functioneren binnen de groep. ‘Voor hetzelfde geld kregen de ouders een briefje mee en moesten ze naar weer een andere instantie’, zegt de bestuurder. ‘Dan zit je meteen in een heel ander circus. Als je het aanbod meer passend kunt maken, denk ik dat het kind gelukkiger is. En ontvankelijker voor onderwijs.’

Privacy

Belangrijkste aandachtspunt voor de school, vindt Van de Logt: de signalering van problemen. ‘We moeten steeds weer goed in de gaten houden of we de expertise hebben voor de interpretatie van de verschillende signalen. We hebben bijvoorbeeld geen kinderarts in huis, geen kinderpsychiater. Daarom moeten we goed weten waar de grenzen van onze expertise liggen.’ Ook heeft hij geleerd dat de positie van de jeugdzorgorganisatie in de samenwerking nauw luistert. Liever geen jeugdzorgmedewerkers die even komen langsvliegen om te vertellen hoe het zit en dan weer weggaan, maar collega’s die liefst deel uitmaken van het schoolteam. Ten slotte is er het probleem van de privacy, met name in IKC’s: sommige kinderopvangcollega’s voelen zich niet gemachtigd om informatie over kinderen door te geven aan de leerkrachten. ‘Daarover kun je afspreken met ouders dat je bijvoorbeeld bij de overdracht naar school inzage geeft. Laten we met elkaar discussiëren over wat wel en niet kan. De privacywet biedt meer ruimte dan veel mensen denken. Af en toe moet je een beetje buiten de paden lopen. Je kunt ook denken: ik heb in ieder geval wel een kind geholpen; dan krijg ik maar een standje.’

Bij DAK kindercentra verbaasde men zich er een paar jaar geleden nog over dat de gereserveerde plekken op de groep niet altijd gevuld waren. Wat bleek? Bij Jeugdformaat waren ze te druk bezig met de veranderingen die de transitie jeugdzorg met zich meebracht, en de mensen van het wijkteam kenden de regeling met de kinderopvangorganisatie niet. ‘Het zit hem soms dus in kleine dingetjes, heel veel hangt af van de mensen’, zegt Strengers. ‘Niet iedereen weet er altijd van. Daarom willen we meer bijeenkomsten organiseren, proactiever andere managers ontmoeten, zodat je van elkaar weet waar je mee bezig bent.’

Pilot

Door de transitie gaat alles langzamer dan ze zou willen, constateert Strengers. ‘Wij moeten in dat veranderingsproces onze voet tussen de deur zetten. Maar uiteindelijk hoeven we alleen maar te zeggen: hé, luister, deze kinderen kunnen ook naar de kinderopvang.’ De kinderopvangorganisatie  zal ouders, die thuiszitten met hun peuter die zorg nodig heeft, erop attenderen dat ze ook bij hen terechtkunnen. ‘Mooi als het voortaan normaal is als ze bij het consultatiebureau zeggen: naar welke opvang kan dit kind gaan?’

Tip van de bestuurder: voer een pilot uit – toch dé vorm waarin je deze samenwerking kunt uitproberen. En verwacht geen onmiddellijk effect, waarschuwt ze. ‘Het gaat hier tenslotte om een dienst, en die moet je doorlopend afstemmen. Zorg voor goede en regelmatige evaluaties, maak compacte en haalbare doelen, en blijf veranderen.’

Lobby

Om de gemeente – verantwoordelijk voor de jeugdzorgbudgetten – te overtuigen van de voordelen, zullen die aannemelijk gemaakt moeten worden. Momenteel onderzoekt een adviesbureau de businesscase van DAK kindercentra voor integraal werken met jeugdzorg: wat kost het, en wat bespaart het? In Den Haag zijn er potentieel 600 kinderen die met ondersteuning op de opvang terecht zouden kunnen. ‘Bij een positieve uitkomst kunnen we misschien aanspraak maken op een structurele subsidie’, zegt Strengers. Ook Nasrullah zorgt ervoor de voordelen in beeld te brengen. ‘Als het rendement voordeliger uitvalt, toon je winst. Door deze integrale oplossingen neemt het aantal zorgverleners per kind af.’

Kiemfase

De kunst is om ambtenaren al in de kiemfase mee te nemen, zegt Van de Logt. ‘Je wil dat ze meedenken, niet dat ze er vanuit de beheerskant in gaan zitten. Gelukkig staat onze gemeente er voor open om meer in de preventiesfeer te doen en zo dure zorg te voorkomen.’ Bij Youké hebben ze geleerd om samen met hun partners vooral de goede voorbeelden te tonen. Het is een kwestie van lange adem, waarbij je steeds weer moet laten zien wat het oplevert, zegt Nasrullah. Daarnaast weet ze dat het goed werkt om ouders aan het woord laten, tijdens werkbezoeken. ‘Begin bij kinderen en hun ouders; zij weten vaak als geen ander te vertellen wat ze nodig hebben. Er is niets overtuigender.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.