Gezinsprogramma’s hebben weinig effect op taalontwikkeling

Gezinsgerichte vve-programma’s blijken vaak slecht ingevoerd in gezinnen van laagopgeleide ouders. Ook hebben de programma's in veel gevallen weinig effect op de taalontwikkeling van jonge kinderen. Dat blijkt uit promotieonderzoek van pedagoge en sociologe Sanneke de la Rie.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Pixabay

Voorlezen, samen lezen, liedjes zingen, kinderversjes opzeggen, het alfabet leren. Niet elke ouder onderneemt deze talige activiteiten met zijn kinderen. Ook verschilt het per gezin of ouders zelf lezen en leesplezier ervaren en zo ‘het goede voorbeeld geven’. Deze ‘gezinsgeletterdheid’ is een grote voorspeller voor de taalontwikkeling van kinderen, blijkt uit eerder onderzoek. De thuissituatie zou zelfs meer invloed hebben op taalontwikkeling, leesbegrip en leesplezier dan de schoolomgeving. En taalontwikkeling is volgens onderzoek weer van essentieel belang voor het verdere schoolsucces.

Om de taalontwikkeling van kinderen en een stimulerend gezinsklimaat te bevorderen zijn verschillende gezinsgerichte vve-programma’s ontwikkeld, zoals VVE Thuis van het Nji. Pedagoge en sociologe Sanne de la Rie deed onderzoek naar de implementatie van deze en andere vve-programma’s voor gezinnen en ontdekte dat er nog het één en ander te verbeteren valt.

Weinig aandacht voor invoering in gezin

Uit haar literatuurstudie blijkt dat in effectstudies naar gezinsprogramma’s weinig aandacht wordt besteed aan de kwaliteit van de invoering van het programma. Vooral de kwaliteit van de overdracht van programma’s aan ouders wordt vaak verwaarloosd. De inbedding van gezinsprogramma’s kan op meerdere programma’s verbeterd worden. Aandacht voor verschillen tussen ouders is belangrijk, zowel bij het stellen van programmadoelen, als bij het gebruik van materialen, en tijdens de overdracht.Toekomstige evaluatiestudies van gezinsprogramma’s zouden meer aandacht moeten besteden aan implementatiekwaliteit om effecten te kunnen duiden, schrijft De la Rie.

Geen effect op taalontwikkeling

De la Rie onderzocht drie elementen van gezinsprogramma’s: hoe trainers (bijvoorbeeld leerkrachten) een programma overdragen aan ouders, hoe getrouw ouders de programma-activiteiten uitvoeren en of ouders programma-principes ook toepassen in alledaagse situaties. Vervolgens deed ze onderzoek naar de effecten en implementatie van het Nederlandse gezinsprogramma VVE Thuis voor kleuters. Ook bekeek de la Rie of praatplaten en verhaaltjes, die in gezinsprogramma’s worden ingezet om rijke taal te ontlokken aan ouders en kinderen, hier daadwerkelijk in slagen.

Het onderzoek naar VVE Thuis bij 207 kleuters liet geen effecten zien op de taalontwikkeling van kinderen. Ook bracht het programma geen veranderingen bij ouders teweeg: effecten op de frequentie van geletterde activiteiten en de kwaliteit van interacties tijdens geletterde activiteiten ontbraken. Daarnaast bleek implementatiekwaliteit lager in lager opgeleide (waaronder anderstalige) gezinnen. De studie geeft belangrijke aanwijzingen voor het ontbreken van effecten: de overdracht door leerkrachten en de uitvoering door ouders waren niet optimaal. De vergelijking van de voorlees- en de praatplaat- activiteit liet zien dat beide geschikt zijn om ouder-kind interacties te stimuleren. Verrassend was dat vooral tijdens praatplaten kinderen actief bijdroegen aan het gesprek en dat zowel ouders als kinderen rijkere taal gebruikten.

Lees ook: Dossier Vve en taalachterstanden

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.