Anne-Marie Stevens vertelt hier graag meer over. Ze is expert pedagogisch leiderschap en begeleidt professionals in het begrijpen van de oorzaak achter gedrag. Ze trekt dit graag nog verder door: ‘Pedagogisch handelen staat bij mij voor werken met hart en visie zodat kinderen optimaal tot ontwikkelen komen. Je hebt je hart en je hersenen allebei nodig.’
Wat zit er achter gedrag?
Als we gedrag willen begrijpen is het volgens Anne-Marie belangrijk dat we kennis koppelen aan vaardigheden. ‘Soms ontbreekt het aan een stukje kennis over het gedrag. Als je weet wat er achter het gedrag zit, snap je beter waarom een kind doet zoals hij doet. Maar soms kun je het dan nog steeds niet oplossen, want dan mis je bepaalde vaardigheden om op de juiste manier te handelen.’
Wel de kennis niet de vaardigheden
Anne-Marie geeft een voorbeeld: ‘Ik werkte eens met een pedagogisch professional die heel graag vanuit rust naar kinderen wilde reageren. Ze wist dat dit belangrijk was, maar het lukte haar niet om dit blijvend in te zetten. Ze bleef snel boos en was gedrag steeds aan het begrenzen. Ze had dus wel de kennis, maar niet de vaardigheden. Ze voelde niet echt wat het precies betekende om die rust uit te stralen en te ervaren.’
Klopt de energie die erachter zit?
Hoe lost Anne-Marie zulke situaties meestal op? ‘Door letterlijk naast die ander te gaan staan. Niet gelijk vertellen wat anders, beter, minder of meer moet. Maar door samen te onderzoeken wat een bepaalde reactie met het gedrag van een kind doet. De professional zei wel de juiste dingen tegen dit kind, maar de energie klopte gewoon niet. Als je nog steeds op een bozige manier praat, voelt een kind dit aan. Daar zijn we mee aan de slag gegaan. Door de vragen die ik stelde kwamen we erachter dat ze veel stress had en bij voorbaat al het idee dat dit kind “vervelend” zou gaan doen.’
Opvoedinterventies
Maar er zijn nog tal van andere zaken waar medewerkers in de kinderopvang tegenaan kunnen lopen volgens Anne-Marie. ‘Ik zie dat professionals vaak heel veel weten over de opvoedinterventies die ze allemaal kunnen inzetten om gedrag positief te beïnvloeden. Toch worden ze naar mijn idee veel te weinig gebruikt. Zo weet iedere pedagogisch professional hoe belangrijk complimentjes zijn. Maar als ik in een coaching-situatie op de groep sta dan zie ik te vaak alleen gedrag dat gecorrigeerd wordt. Bewustzijn bij professionals daarover creëren, maakt al veel verschil.’
Kennis blijft achter
Anne-Marie benadrukt dat er tegenwoordig meer van pedagogisch professionals wordt gevraagd dan vroeger. ‘Kinderen vertonen steeds vaker ander soort gedrag en dit vraagt om meer kennis en vaardigheden van professionals. Die benodigde kennis blijft geregeld achter, waardoor zij niet altijd de handvatten hebben om situaties op een passende en prettige manier op te lossen.’
Artikel gaat verder onder het kader
Kinderbrein
Zo geeft Anne-Marie aan dat professionals soms weinig weten over de breinontwikkeling van jonge kinderen. ‘Dan vinden ze dat een kind lastig of vervelend gedrag vertoont. Maar als je bijvoorbeeld weet wat stress doet met het jonge kinderbrein, kun je het pedagogisch handelen daarop afstemmen.’
Fundament
Dat betekent volgens Anne-Marie wel dat er eerst een stevig en krachtig fundament neergezet moet worden. ‘Dit is heel belangrijk. Geef duidelijke kaders en voorspelbaarheid zodat je niet achter de feiten aan blijft lopen. Begin daarna pas met finetunen, zodat je iets van maatwerk voor kinderen creëert.’
Maak het concreet
Anne-Marie vertelt hoe je dit doet. ‘Wordt een kind regelmatig boos? Dan is het belangrijk om te kijken wanneer dit precies voorkomt en hoe lang het duurt. Hou het concreet voor jezelf. En ga daarna achterhalen hoe het komt dat dit kind vaak uit zijn slof schiet. Misschien is er onduidelijkheid over de regels op de groep of spelen er thuis wat dingen.’
Vaardigheden aanleren
Vervolgens kun je volgens Anne Marie gaan achterhalen welke vaardigheden dit kind mag gaan ontwikkelen. ‘Dat vraagt ook iets van onze aansturing. “Ondertitel” de emotie en erken dat niet ieder kind dezelfde aanpak nodig heeft. Je hebt een duidelijk pedagogisch fundament, maar gedrag verander je niet door alle boze kinderen op dezelfde manier te benaderen. Door helder te krijgen waarom een kind doet wat het doet, bijvoorbeeld omdat het voortdurend overprikkeld is, krijg je inzicht in hoe je het gedrag moet gaan aansturen. Dat betekent niet dat je het gedrag goedkeurt, maar dat je gericht kunt kijkt: hoe ga ik dit kind de vaardigheid leren die het nog mist? Zo kun je als professional doelgericht aansluiten bij wat het kind werkelijk nodig heeft om zich verder te ontwikkelen.’




