Bso sociale leerschool voor jonge kinderen

In de bso leren kinderen zich in allerlei sociale situaties staande te houden. Ze moeten een plekje krijgen in een vaak diverse groep, belanden regelmatig in een conflict en leren om samen te werken. Docent Nynke van der Schaaf zag in haar promotieonderzoek dat de bso een grote sociale leerschool is voor kinderen van 4 tot en met 8 jaar oud.
Bso is sociale leerschool.jpg
Vrije tijd en tijd om vrij te spelen

De buitenschoolse opvang is een interessante sociale omgeving voor kinderen. Zij moeten toegang zoeken tot en spelen met kinderen die zij niet goed kennen, die ouder of jonger zijn en die een andere culturele achtergrond kunnen hebben. Omdat de setting in de bso veel vrijer is dan op school, vond Nynke van der Schaaf, docent aan de Pedagogische Academie en lid van het lectoraat Integraal Jeugdbeleid aan de Hanzehogeschool Groningen, deze omgeving interessant voor haar promotieonderzoek. Centraal hierin staat de vraag ‘Welke sociale praktijken laten 4- tot 8-jarige kinderen zien in kenmerkende communicatieve activiteiten in de bso?’.

Communiceren

Van der Schaaf richtte zich voor haar onderzoek op drie veelvoorkomende communicatiesituaties in de bso: entreeonderhandelingen (een nieuwkomer wil meedoen met een spel), conflictgesprekken (als kinderen het oneens zijn met elkaar) en regelonderhandelingen (kinderen bedenken nieuwe spelregels). Ze keek vooral naar hoe kinderen in interactie met elkaar doen. Bij conflicten keek ze ook naar de rol die pm’ers spelen in het oplossen of voorkomen ervan.

Vrije tijd

De onderzoekster zag dat vrije tijd in de bso soms een schaars goed is. Uit eerder onderzoek blijkt dat kinderen zich juist in vrije tijd ontwikkelen, ook op sociaal gebied. Maar uit de beelden die zij analyseerde zag ze dat kinderen vaak te maken hebben met verplichte activiteiten of zogenoemde transitietijd waarbij zij moeten wachten op een volgende activiteit.  ‘Het is van belang erop toe te zien dat de bso-tijd niet verschoolst’, citeert zij een onderzoek van Wilna Meijer uit 2013.  

Twee type bso’s

Het viel de onderzoekster verder op dat ze de 12 bso’s die ze voor haar onderzoek bezocht, kon indelen in twee type bso’s: de ontwikkelingsgerichte bso en de aanbodgerichte bso. Bij de ontwikkelingsgerichte bso’s is er sprake van een kindgerichte aanpak met een begeleidende rol van de pm’ers. De aanbodgerichte bso’s worden gekenmerkt door pm’ers die vooral gericht zijn op de organisatie van de opvang en het verzorgen van de kinderen. Veel bso’s zitten ook ergens tussen deze twee typen in, waarbij ze kenmerken van beide typen hebben. In eerdere literatuur over de bso, is dit onderscheid tussen bso’s niet zo omschreven.

Nieuwkomers op de bso

Bij entreeonderhandelingen werd gekeken naar hoe nieuwkomers probeerden toegang te krijgen tot een activiteit van kinderen. Zij zag dat kinderen die nieuw zijn en mee willen doen aan een activiteit zich vaak eerst non-verbaal manifesteren. Daarna komt het verbale waarbij ze de ene keer letterlijk vragen of ze mee mogen doen, maar ook heel inventief zijn door aantrekkelijke argumenten aan te voeren zoals ‘dan zijn jullie sneller klaar’.

Onderhandelen

Het valt Van der Schaaf op dat nieuwkomers soms gemakkelijk toegang krijgen tot spel van andere kinderen, als ze daar maar veel voor willen onderhandelen. Zo moeten zij soms genoegen nemen met een tijdelijke deelname of een rol als scheidsrechter voor ze echt mee mogen doen. Zij denkt dat de specifieke context van de bso hierin een rol speelt omdat kinderen daar vaak minder bekend met elkaar zijn en in afwisselende en gevarieerde groepssamenstellingen met elkaar spelen. Op die manier is de bso een leerzame omgeving voor kinderen.

Conflicten oplossen

Hoe gaan kinderen met elkaar om tijdens conflict? Van der Schaaf zag dat kinderen heel vaardig zijn in het aangaan en oplossen van conflicten. De rol van pedagogisch medewerkers hierin is bepalend. Allereerst zonder dat zij daar zelf iets aan kunnen doen. Kinderen gebruiken de pm’er door tegen het andere kind te zeggen ‘dat ga ik tegen de pm’er zeggen’.  Maar pm’ers kiezen vaak ook voor een actieve rol bij het oplossen van conflicten. Van der Schaaf pleit na haar onderzoek voor een meer observerende houding voor pm’ers bij conflicten.

Lees hier welke vier rollen Nynke van der Schaaf observeerde die pedagogisch medewerkers spelen bij conflicten. En ook welke houding wat haar betreft het meest effectief is. Lees meer

Spelregels

Het laatste onderwerp dat ze bestudeerde, ging over kinderen die moesten onderhandelen over nieuwe spelregels. In dit geval ging het om nieuwe spelregels voor een bordspel. Hierbij viel het haar op dat er steeds sprake was van autoriteitsverschillen tussen kinderen en dat sommige kinderen in staat zijn om de ander hun wil op te leggen. Dit hangt vaak eerder af van de ervaring die kinderen hebben met de activiteit dan met hun leeftijd.

Rol van pm’ers

Het promotieonderzoek biedt volgens Nynke van der Schaaf veel aanknopingspunten voor verdere studie. Bijvoorbeeld door naar andere communicatiemomenten te kijken dan de drie die zij heeft bestudeerd. Van der Schaaf zag tijdens haar analyses ook introverte kinderen en zou het interessant vinden om deze kinderen apart te volgen binnen een bso-groep. Een ander aanknopingspunt is hoe sociale praktijken van kinderen in de bso het beste door pm’ers begeleid kunnen en moeten worden.

Nynke van der Schaaf promoveert op 3 november met haar onderzoek ‘Kijk eens wat ik kan!’ aan de Rijkuniversiteit Groningen. Lees hier meer over haar onderzoek

Wilt u ouders informeren over deze belangrijke meerwaarde van de buitenschoolse opvang? Download dan een korte tekst die u zo één op één kunt publiceren in uw nieuwsbrief of website. Download de tekst

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.