Blog Sanne Bosmans – Politieagentje spelen

Een simpel en inspirerend gesprek heeft geleid tot nieuwe pedagogisch inzichten. Van het spelen van politieagentje naar meespelen in het fantasiespel van de kinderen op de groep.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Sanne Bosmans - Forsa!.jpg

Laatst was ik in gesprek met een pedagogisch medewerker van een kinderdagverblijf. Vol passie vertelde ze over haar werk: ‘De hoeveelheid liefde is onbetaalbaar, maar het spelen van een politieagentje, daar word ik soms wel moe van.’ Ik herkende dit meteen als moeder en vertelde over een dag dat ik ook dat gevoel had bij mij thuis:

Eindelijk was mijn zoontje (3,5 jaar) de eerste keer die dag rustig aan het knippen en plakken aan tafel. Nadat ik de jongste op bed had gelegd, zag ik opeens een gat in de broek van zoonlief. Op mijn opmerking wat hij nou gedaan had, antwoorde hij meteen dat een krokodil dit gedaan had. In een slit second kon ik mijn irritatie wegslikken en bedenken dat corrigeren een averechts effect zou hebben. (zie eerdere blog) Daarbij had ik ook echt geen zin meer in het spelen van politie agentje. Op dat moment onstond er een mooi spel, waarin de kracht van verbeelding zijn werk deed. Ik zei namelijk tegen mijn zoontje dat ik erg verdrietig ervan werd dat de krokodil in zijn broek geknipt had. Mijn zoontje vond dat ook en benoemde naar de krokodil dat dit echt niet mocht. Samen gingen we in gesprek met de krokodil. Volgens mij zoontje wilde de krokodil alleen maar kijken of de schaar het ook deed in zijn broek. Ondanks dat mijn zoontje het zielig vond voor de krokodil, vond hij ook dat knippen alleen voor in papier was. Daarbij vond de krokodil het ook fijn als mijn zoon bij hem zou blijven als hij een schaar had, want anders zou hij de afspraak toch weer vergeten.

‘Mijn zoontje en ik gingen in gesprek met de krokodil’

Ik was stomverbaasd dat dit uit de fantasiewereld van mijn zoontje zelf kwam. We verloren ons helemaal in het fantasiespel en ik zag opeens wat voor effect deze manier van opvoeden had op mijn zoon. Het voelde zelfs niet als opvoeden, maar meer als samen spelen. Het was zoveel minder zwaar dan de rol van politieagent, maar ik bereikte zoveel meer. Spontaan heeft mijn zoon zichzelf, de krokodil en mij geleerd wat wel en niet mag en hoe we daar dan met elkaar respectvol mee omgaan.

Toen ik dit verhaal verteld had, inspireerde het de pedagogisch medewerker. De volgende keer dat ik haar zag, vertelde ze vol enthousiasme wat het verhaal met haar gedaan had. De politieagent in haar wordt soms zomaar een grote knuffelbeer. Op het moment dat ze voelt dat ze politieagentje gaat spelen en dreigt te vervallen in corrigeren, wordt ze spontaan een knuffelbeer en vraagt aan de kinderen wie wil knuffelen? ‘Dit heeft zo’n effect op de groep, vaak is de negatieve sfeer in één keer weg en het geeft mij zoveel meer lucht en energie. Ik weet dat grenzen aangeven bij het werk hoort, maar vanuit fanatasie is dit opeens veel leuker.’

Dit inspireerde mij weer om andere fantasierijke alternatieven te bundelen ter vervanging voor het spelen van politieagentje;

– Samen boos worden. Trek samen boze gezichten en stamp op de grond, zo hard jullie kunenn. De kinderen krijgen zo de ruimte om hun boze emoties te uiten, zonder dat ze het op anderen botvieren.

– Samen heel stil worden. Je kunt op de grond gaan liggen en alle kinderen bij elkaar roepen en zeggen; ssssttt stil eens, ik hoor een kaboutertje, maar door het schreeuwen hoor ik hem niet. Je kunt met de kinderen in gesprek gaan wat het gedrag van de groep doet met het kaboutertje. Bedenk samen manieren hoe hij wel tevoorschijn durft te komen. Je kunt natuurlijk bij een fijne sfeer op de groep opeens het kaboutertje spotten.

– Een groepsknuffel geven. Je kunt in kindertaal benoemen dat je het belangrijk vindt dat de sfeer op de groep fijn is, maar dat je dit nu niet voelt. Misschien hebben we van elkaar heel veel knuffels nodig: ‘Kom we maken één hele grote kring en geven elkaar een knuffel.’ 

– Bananen uit de oren halen. Als je merkt dat kinderen niet luisteren. Roep je opeens; ‘Oh nee, ik zie allemaal bananen in de oren. En je gaat ze er één voor één uit halen.’

Vanuit deze fantasierijke manieren wordt het opvoeden in lastige situaties opeens veel luchtiger en bereiken we zelfs misschien wel meer dan dat we politieagentje spelen. Heb jij nog andere voorbeelden die jij in de praktijk gebruikt?

Reageer op onze Facebookpagina >>

Lees hier de vorige weblog van Sanne Bosmans: Respectvol met elkaar omgaan >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.