Blog Peter van Zijl – Genoeg is genoeg

Regelmoeheid. Heeft u er ook last van? In mijn rol als bedenker van softwareoplossingen voor kinderopvang en scholen spreek ik zowel met kinderopvangmanagers als pedagogisch medewerkers. Ik bespeur de laatste tijd bij beide een duidelijke regelmoeheid.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Al jaren werken we continu aan de verbetering van de kwaliteit. Ernstige incidenten worden gevolgd door stevige maatregelen en de IKK zet per 1 januari nog eens de puntjes op de i van deze kwaliteitsmarathon.

De regels beginnen zich echter op te stapelen. Managers jongleren met de administratieve, personele en dus ook financiële gevolgen en veldwerkers klagen over het feit dat zij door alle administratieve handelingen steeds minder tijd overhouden om met de kinderen bezig te zijn.

Hoewel geen enkele bevlogen professional het streven naar kwaliteit in twijfel trekt, worden er wel steeds meer vraagtekens gezet bij de hoeveelheid wet- en regelgeving. Levert dit nog altijd een echte verbetering op? Of komen we op een kenterpunt waarbij de regels gaan domineren en innovatie en mooie, creatieve ideeën in de kiem worden gesmoord.

Wanneer is genoeg genoeg? Raakt de Nederlandse kinderopvang overgereguleerd? Als je om je heen kijkt, zijn we de meest gereguleerde branche die te maken heeft met kinderen.

Vergelijk maar eens met de wet- en regelgeving in andere sectoren waar gewerkt wordt met kinderen. Waar zijn de strenge beroepskracht-kindratio’s en vier ogen in sectoren zoals sport, zwembaden, basisschool, huiswerkbegeleiding, muziekles of gezondheidszorg. Daar zijn de regels veel minder streng, terwijl ook daar voor heel jonge mensen wordt gezorgd. De kwaliteitsboost in de kinderopvang is goed, maar we dreigen door te schieten.

‘Raakt de Nederlandse kinderopvang overgereguleerd?’

Ik kom net terug van een werkbezoek aan onze oosterburen. Ik was bij een grote Duitse kinderopvangorganisatie en ontdekte dat daar kwaliteit een stuk praktischer wordt ingestoken. Bij de beroepskracht-kindratio voor nul- tot zesjarigen kijken de professionals naar het kind en zijn achtergrond. Wat heeft het nodig? Op basis daarvan wordt een individuele bkr vastgesteld.

De kinderopvangdirecteur bepaalt hoe de groepen eruitzien en welke pedagogisch medewerker het beste past op een groep. Er wordt niet strak geïnspecteerd, maar jaarlijks rapporteert de kinderopvangorganisatie hoe en waarom ze zo heeft gehandeld. Een systeem gebaseerd op vertrouwen in plaats van controle dus.

Het eind van het jaar is een goed moment om te mijmeren over wat goed is en wat beter kan. Wat ik de Nederlandse kinderopvang zou gunnen in 2019 is dat overheid en kinderopvangorganisaties gaan samenwerken op basis van vertrouwen. Wet- en regelgeving zijn nodig, maar moeten niet verstikken. Er moet ruimte blijven voor nieuwe, creatieve vormen van kinderopvang.

Ruimte voor een kindcentrum dat kiest voor een wekelijks informeel tienminutengesprek met ouders in plaats van het bijhouden van een complex en administratief ontwikkelingsvolgsysteem. Ruimte voor nieuwe opvang- en educatiecombinaties, waarbij medewerkers inzetbaar zijn aan beide kanten zonder dat elk moment de bkr wordt gemeten. Werken met vertrouwen als uitgangspunt. Natuurlijk op basis van goede, heldere uitleg door de kinderopvangorganisatie en met een alerte vinger aan de pols van toezichthouders en ouders. Ik wens u allen in 2019: gezond verstand en bijzondere, goede kinderopvang.

2 REACTIES

  1. Lees alle reacties

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.