Blog Jolanda Rikers – Aansprakelijkheidsrisico

Deze week nam ik deel aan een gezamenlijke training voor bestuurders bdKO en NVTK. Naast de verschillende samenwerkingsinvalshoeken zoals NVTK en bdKO, RvT en bestuurder, kinderopvang en onderwijs, werden we ook geïnformeerd over de nieuwe wetgeving op het gebied van aansprakelijkheid.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Blog Jolanda Rikers - Aansprakelijkheidsrisico

Een ieder die de krant leest, weet dat bestuurders en commissarissen steeds kritischer bejegend worden. Daarmee staat het handelen en nalaten van bestuurders en commissarissen ook steeds hoger op de politieke agenda. Naar verwachting zal begin de “Wet bestuur en toezicht rechtspersonen” gaan gelden.

In het wetsvoorstel is (onder meer) vastgelegd dat bestuurders en toezichthouders van verenigingen en stichtingen:

  1. zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van de rechtspersoon;
  2. met een tegenstrijdig belang zich (moeten) onthouden van deelname aan beraadslaging;
  3. aansprakelijk kunnen zijn voor schade wegens onbehoorlijke taakvervulling;
  4. in geval van een faillissement dat in belangrijke mate is veroorzaakt door onbehoorlijke taakvervulling hoofdelijk aansprakelijk kunnen zijn voor een tekort in de boedel;
  5. kunnen worden ontslagen (op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie) als zij het belang van de rechtspersoon zodanig schaadt dat het voortduren van zijn bestuurderschap/lidmaatschap van het toezichthoudend orgaan in redelijk niet kan worden geduld.

In het wetsvoorstel is opgenomen dat de  normen die gelden met betrekking tot aansprakelijkheid van bestuurders voor onbehoorlijke taakvervulling buiten faillissement ook voor toezichthouders gelden. De norm voor onbehoorlijk bestuur buiten faillissement is een zware: de bestuurder moet (kort samengevat) een persoonlijk, voldoende ernstig verwijt kunnen worden gemaakt. Die norm zal bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel ook voor toezichthouders gaan gelden.

‘Bestuurders en toezichthouders van niet-commerciële verenigingen en stichtingen doen er goed aan de ontwikkeling van het wetsvoorstel te volgen’

In het huidige regime zijn in geval van een faillissement enkel bestuurders en toezichthouders van commerciële verenigingen en stichtingen mogelijk hoofdelijk aansprakelijk. Bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel zou dat risico van aansprakelijkheid ook voor bestuurders en toezichthouders van niet-commerciële verenigingen en stichtingen gaan gelden.

Overigens is van een dergelijke hoofdelijke aansprakelijkheid niet ‘zomaar’ sprake. Ook hier geldt een zware norm voor onbehoorlijke taakvervulling, namelijk (kort samengevat) dat geen ander redelijk handelend bestuurder zo zou hebben gehandeld. Van belang is wel dat bij het niet-vervullen van de administratieplicht dan wel het niet-tijdig openbaar maken van de jaarrekening een vermoeden van onbehoorlijk handelen bestaat. Daarnaast is relevant dat de norm van het handelen (zowel binnen als buiten faillissement) ziet op de collectiviteit van de bestuurders en/of toezichthouders; alle bestuurders/leden van het toezichthouden orgaan zijn aansprakelijk als één van hen zijn taak onbehoorlijk vervuld (tenzij een bestuurder kan bewijzen dat hem geen verwijt van het onbehoorlijke handelen kan worden gemaakt).

(Aankomend) bestuurders en toezichthouders van niet-commerciële verenigingen en stichtingen doen er goed aan de ontwikkeling van het wetsvoorstel te volgen. Indien het voorstel in werking treedt kan hun handelen immers getoetst worden aan een nieuwe norm en geldt (eventueel) een zwaarder aansprakelijkheidsrisico.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.