Afwijken van de regels mag na 2018 niet meer

Vanaf 1 januari 2018 mogen kinderopvanglocaties niet meer afwijken van de regels onder de noemer ‘het gelijkwaardig alternatief’. Voor ongeveer tachtig kinderdagverblijven en bso’s heeft dit gevolgen.
Gelijkwaardig-alternatief-AdobeStock.jpg
Vanaf 1 januari 2018 zijn uitzonderingen op de regels voor de kinderopvang dan toch echt definitief verboden. - Foto: AdobeStock

De natuurbso die vanwege het buitenspeelbeleid een kleinere binnenruimte mag hebben. Het kinderdagverblijf dat 3+kinderen een dagje laat wennen bij de kleuters  (en dus niet laat starten op de stamgroep). Het kinderdagverblijf dat met peuters gebruikmaakt van een openbare speelruimte aan de overkant van de straat omdat de eigen buitenruimte te klein is. De bso die niet kiest voor stamgroepen, maar voor een opendeurenbeleid zodat kinderen over de hele locatie mogen uitwaaieren om zelf een activiteit uit te kiezen. Het zijn allemaal voorbeelden van kinderopvangorganisaties die vanwege praktische of pedagogische motieven af mogen wijken van de standaardregels. De enige vereiste is dat de toezichthouder vaststelt dat het doel van de betreffende kwaliteitseis op een andere (gelijkwaardige) wijze alsnog wordt bereikt.

Onderzoek 2014

In 2014 is in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken een inventarisatie gedaan naar hoeveel van deze gelijkwaardige alternatieven voorkomen in de kinderopvang en van welke aard deze zijn. Toen is door Bureau Bartels vastgesteld dat het ging om 21 kinderdagverblijven en 53 bso’s.  Het gelijkwaardig alternatief zou op 1 juni 2012 komen te vervallen, maar dankzij AMvB’s is definitieve besluitvorming over deze regel uitgesteld tot nu. Vanaf 1 januari 2018 zijn uitzonderingen op de regel dan toch echt definitief verboden.

Voor hoeveel kinderopvanglocaties dit gevolgen heeft, durft een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken niet te zeggen. ‘In de rapportage uit 2014 wordt geconstateerd dat er gedurende de voorgaande jaren enkele gelijkwaardige alternatieven stopgezet zijn. Het is aannemelijk dat dit tussen 2014 en nu ook gebeurd is.’ Daarvan uitgaande zou het alsnog om enkele tientallen organisaties gaan die nog maar een paar maanden hebben om wel aan de bestaande regels te voldoen.

Stamgroep

Dat betekent bijvoorbeeld dat de Amsterdamse bso Laterna Magica alsnog moet voldoen aan vaste groepsruimten voor kinderen vanaf 3 jaar. Dat terwijl de bso om pedagogische redenen heeft gekozen voor open ruimtes zoals een danstheater, keuken of een amfitheater. Per ruimte wordt er gewerkt met een multidisciplinair team van leerkrachten en pm’ers. Drieplussers draaien al in deze doorlopende leerlijn mee om hen meer uitdaging te bieden. De GGD ging akkoord met de pedagogische onderbouwing en het alternatief. Vanaf 2018 is dit niet meer mogelijk.

Openbare speelruimte

In Amsterdam zijn er verder nog kinderdagverblijven met een vrij kleine buitenruimte. Een kinderdagverblijf op de Louise Wentstraat mocht bijvoorbeeld in 2014 met de peuters nog gebruikmaken van een openbare speelplaats op drie meter afstand van de eigen buitenterreinen. Deze ruimte is bereikbaar via een stoep en afgesloten. De GGD stemde hierin toe, temeer omdat de speelruimte passend was ingericht voor peuters en er zo de mogelijkheid ontstond om baby’s en peuters over verschillende buitenruimtes te verdelen en meer uitdaging te bieden aan peuters. Vanaf volgend jaar mag ook deze uitzondering niet meer worden gemaakt.

Kinderopvangorganisaties die hun buitenruimte delen met een peuterspeelzaal of school moeten ook vanaf 1 januari 2018 aan de eisen voldoen. Maar sectorpartijen in de kinderopvang hebben om de exacte invulling van dit punt om uitstel gevraagd. Zij willen dat de regels verhelderd worden zodat zij op basis van casussen uit de praktijk de regels kunnen verduidelijken. Demissionair minister Asscher ging hiermee akkoord. Voor 1 januari 2019 wordt dit punt verhelderd.

Eisen buitenruimte

De overige eisen die voor buitenruimtes gelden, gaan wel in vanaf 2018. Een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken somt op aan welke eisen kinderopvanglocaties vanaf 2018 in ieder geval moeten voldoen:  ‘Een kindercentrum moet over ten minste 3m² vaste buitenspeelruimte per in het kindercentrum aanwezig kind beschikken. De buitenspeelruimte is voor kinderen in de leeftijd tot twee jaar aangrenzend aan het kindercentrum. Voor kinderen van twee jaar of ouder is de buitenspeelruimte bij voorkeur aangrenzend aan het kindercentrum, maar in ieder geval aangrenzend aan het gebouw waarin het kindercentrum is gevestigd. De buitenspeelruimte moet veilig, toegankelijk en passend ingericht zijn in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.’

Organisaties die nu nog een gelijkwaardig alternatief hanteren hebben nog vier maanden om zich aan te passen aan de nieuwe regelgeving de Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang. Lees hier meer over wat deze vernieuwde kwaliteitseisen voor de kinderopvang inhouden.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.