Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Hoe verbeter je de kwaliteit van de kinderopvang in IKC’s?

Marike Vroom
Marike Vroom
Marike Vroom werkt al bijna 25 jaar voor de kinderopvangbladen. Begonnen als redacteur voor het blad Kinderopvang, is ze nu hoofdredacteur van dat blad en ook van Management Kinderopvang en Kinderopvangtotaal.nl. De sector heeft voor eeuwig haar hart gewonnen.
Biedt kinderopvang en buitenschoolse opvang binnen een IKC gemiddeld een hogere kwaliteit dan reguliere opvang? Nee, blijkt uit het rapport ‘Kwaliteit van integrale kindcentra’ van Paul Leseman en Pauline Slot (Universiteit Utrecht). Ze vonden wel aanwijzingen welke factoren zorgen voor een hogere kwaliteit opvang binnen een IKC.
IKC De Bosmark

IKC’s doen het gemiddeld niet beter maar ook niet slechter dan reguliere instellingen voor kinder- en peuteropvang en buitenschoolse opvang. De geobserveerde proceskwaliteit is volgens de verschillende observatie-instrumenten uit de landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK) niet beter dan in andere centra. Ook de omgevingskwaliteit en de structurele kwaliteit zijn in IKC’s niet beter dan in andere centra. Dit concluderen Leseman en Slot op basis van gegevens uit de LKK (2017 – 2019). Zij deden dit onderzoek in opdracht van Pact voor Kindcentra.

Kenmerken hoge kwaliteit

Het tweede deel van het onderzoek richtte zich op kenmerken van kinderopvang en buitenschoolse opvang binnen IKC’s met een hoge en lage kwaliteit. Dat levert interessante bevindingen op en vormen ook de basis van aanbevelingen voor verhoging van de kwaliteit van kinderopvang binnen IKC’s.

Wat zijn de specifieke kenmerken van IKC’s met een hoge kwaliteit:

  • Deze vangen vaker kinderen op uit gezinnen met een lage sociaal-economische status of een niet-Westerse migratie achtergrond. Ze vangen ook vaker kinderen op met een taalachterstand. Deze IKC’s hebben vaker een brede educatieve en inclusieve missie met een klantgerichte dienstverlening. Deze IKC’s werken volgens een uitgewerkt pedagogisch concept en bieden hun medewerkers verschillende vormen van bijscholing.
  • In de kinder- en peuteropvang bieden ze sterkere educatieve en ontwikkelingsstimulerende activiteiten, al dan niet in de vorm van een VVE-programma. Ze hebben een minder open dagprogramma (dus minder vrije activiteiten) en passen minder vaak een opendeurenbeleid toe. In de bso wordt hoge kwaliteit juist gekenmerkt door een open aanpak met keuzeruimte voor kinderen en zijn er geen duidelijke educatieve activiteiten.
  • Kinderparticipatie is vaker formeel geregeld in de vorm van periodieke gesprekken met kinderen of systematisch bevragen van ouders over de ervaringen van kinderen.
  • Er zijn meer activiteiten om ouders actief te betrekken en ze zijn sterker ingebed in een netwerk van lokale (wijkgebonden) organisaties en werken ook beter samen met de basisschool.
  • Als het gaat om kinder- en peuteropvang hangt een hogere kwaliteit niet samen met een IKC als stichtingsvorm. Terwijl de bso in IKC als stichting wel vaak van hogere kwaliteit is.

Aanbevelingen

Deze bevindingen hebben geleid tot een aantal aanbevelingen.

  • Het is belangrijk IKC’s vorm te geven op basis van een omvattend concept waarin de maatschappelijke missie, pedagogische visie en het zorgbeleid in samenhang worden beschreven, en dat afgestemd is op de voorkeuren en behoeften van de lokale klantengroep. Dit concept is herkenbaar, dient als leidraad voor interne professionaliseringsactiviteiten, wordt gedragen binnen de hele organisatie, en is de grondslag voor samenwerking met externe partners.
  • De missie en visie dienen herkenbaar uit te gaan van de brede ontwikkeling en educatie van kinderen, inclusie van kinderen met beperkingen of andere ondersteuningsbehoeften, inclusie van kinderen met een andere culturele of religieuze achtergrond, en het bevorderen van kansengelijkheid en emancipatie van achterstandsgroepen.
  • Organiseer een ruim aanbod van verschillende professionaliserings-activiteiten voor alle pedagogische medewerkers en overleg frequent als team om gezamenlijk het dagelijkse programma vorm te geven, te evalueren en verder te ontwikkelen.
  • Regel formeel de participatie van kinderen, met name hun rol in de ontwikkeling en vormgeving van het pedagogisch beleid en programma van activiteiten.
  • Organiseer in de voorschoolse kinder- en peuteropvang een meer doelgericht en gebalanceerd aanbod van vrije, creatieve en educatieve activiteiten. In de buitenschoolse opvang verdient een vrijer programma de voorkeur, dat minder nadruk legt op ontwikkelingsstimulerende activiteiten.
  • Biedt in de voorschoolse kinder- en peuteropvang thematische activiteiten voor ouders en betrek hen, via groepsbijeenkomsten, bij de opvoeding en ontwikkeling van hun kind en bij het beleid van het centrum. In de buitenschoolse opvang is versterking van de participatie van ouders in gezamenlijke activiteiten (bijv. sportmiddagen en festiviteiten) aan te bevelen.
  • Versterk in de voorschoolse kinder- en peuteropvang het netwerk door samenwerking met zorg-, welzijns- en educatieve instellingen in de buurt. Ook is een diepgaande samenwerking met basisscholen aan te bevelen, waaronder gezamenlijk overleg over het pedagogisch beleid, afstemming van het educatieve programma en gezamenlijke activiteiten op het gebied van professionalisering. In de buitenschoolse opvang is juist een complementaire verhouding met het basisonderwijs aan te bevelen.

Bron: De kwaliteit van integrale kindcentra. Een eerste verkenning van onderscheidende factoren. Paul Leseman en Pauline Slot. Augustus 2020.

Marike Vroom
Marike Vroom
Marike Vroom werkt al bijna 25 jaar voor de kinderopvangbladen. Begonnen als redacteur voor het blad Kinderopvang, is ze nu hoofdredacteur van dat blad en ook van Management Kinderopvang en Kinderopvangtotaal.nl. De sector heeft voor eeuwig haar hart gewonnen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.