Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Wytske Postma (CDA): ‘Een IKC moet geen verplichting zijn’

Bert Bukman
Hoe denken leden van de Tweede Kamer over IKC’s? Deel 1 van een serie: Wytske Postma van het CDA. ‘In kleinere kernen is een IKC vaak prima te organiseren, maar in stedelijke gebieden is dat soms anders.’

‘Het basisidee van een integraal kindcentrum onderschrijven we van harte. Het is goed om uit te gaan van een doorgaande ontwikkelingslijn van een leeftijd van zeg twee jaar tot aan het einde van de basisschool. Een nauwere samenwerking tussen opvang en onderwijs kan om dat te bereiken eveneens wenselijk zijn. Maar het is wel van belang dat we maatwerk leveren en niet alles gaan opleggen vanuit de overheid.’

Dat zegt Wytske Postma, lid van de Tweede Kamer voor het CDA. Het draait voor haar en haar partij in de eerste plaats om de praktische uitvoerbaarheid, legt ze uit. Daarbij spelen onder meer regionale verschillen een rol. ‘In kleinere kernen is een IKC vaak prima te realiseren en soms zelfs de beste oplossing. Er is ruimte, en het aantal aanbieders is beperkt. Dan is integratie relatief eenvoudig te regelen.’

Heb je je al ingeschreven voor de gratis nieuwsbrief van Zosja? Zosja is het nieuwe online platform dat je helpt om toe te werken naar een IKC of jouw IKC klaar te maken voor de toekomst. Zosja levert je nieuws, duiding, achtergronden, tools en inspiratie over de wereld van de IKC’s. Voor een gratis abonnement, klik hier.

Zeeland-wet

Soms is maatwerk daarbij noodzakelijk. In het verkiezingsprogramma van het CDA is sprake van steun voor een ‘Zeeland-wet’, waarbij kleinere scholen in een grensregio extra subsidie krijgen om opvang te regelen, om te voorkomen dat de gratis opvang in het buurland België te aantrekkelijk wordt. ‘Dat is echt maatwerk en niet te regelen voor heet Nederland. Maar het geeft aan hoezeer we belang hechten aan goede en waar mogelijk geïntegreerde onderwijs en opvang in kleine kernen.’

Stedelijke gebieden

In stedelijke gebieden is geïntegreerde samenwerking soms een ander verhaal. ‘Een geschikte locatie vinden kan bijvoorbeeld een hele uitdaging zijn. Als in een oudere stadswijk de peuterspeelzaal, de school, en de dagopvang en de bso op verschillende plekken zijn gevestigd, waar moet je dan heen? Het kan zijn dat de kinderopvang over een ruime locatie beschikt met relatief veel mogelijkheden om buiten te spelen, terwijl de school het nu al met een te klein schoolplein moet doen, en ook nog eens te maken heeft met klachten van omwonenden.

‘Wat moet je dan doen? Stuur je de kinderen vanaf de mooie opvanglocatie dan toch het krappe schoolgebouw in? Dat lijkt me niet. Maar als je dat nalaat, en de locaties dus gescheiden houdt, wat heeft een IKC dan nog voor zin? Dan blijft het een papieren exercitie. Want de kracht van een IKC is juist dat je elkaar makkelijk weet te vinden, dat de lijnen kort zijn. En dat kan dan simpelweg niet.’

Sportverenigingen

Als samenwerking mogelijk is, dan is het CDA voor, benadrukt Wytske Postma. ‘Niet alleen samenwerking tussen opvang en onderwijs trouwens, maar ook samenwerking met organisaties in de buurt. Sportverenigingen bijvoorbeeld, de scouting, of een muziekvereniging. Hoe beter je dat regelt, hoe beter voor het kind, het gezin en de buurt.’

Maar het moet dus wel mogelijk zijn, en de betrokkenen moeten het ook willen. De vorming van een IKC is dus een mogelijkheid, geen verplichting.Er zijn ook kinderopvangorganisaties die moeilijker zijn in te passen in een IKC-model. Denk bijvoorbeeld aan de ouderparticipatie crèches. Dat zijn er niet veel, maar het is mooi dat ze er zijn, en die laten zich lastig integreren met het onderwijs. Of denk aan de gastouderopvang. Dat is een belangrijke vorm van opvang die juist door zijn flexibiliteit en kleinschaligheid goede opvang biedt, maar die niet zo snel aanhaakt bij een IKC.’

Zelf regelen

Net zoals elk kind uniek is, is ook elke samenwerkingsvorm tussen opvang en onderwijs uniek, wil Wytske Postma maar zeggen. ‘Laat de mensen het zelf regelen. Er zijn in de opvang en het onderwijs de laatste jaren veel regels uitgevaardigd, overigens meestal met de beste bedoelingen. Maar het is niet goed om elk mooi idee direct van overheidswege aan de hele sector op te leggen.’

 

Van belang is ten slotte ook dat de ouders de hoofdopvoeder blijven. ‘Het is niet wenselijk dat een kind vanaf zijn tweede jaar in een soort leerfabriek terecht komt. Het mag wel, maar het moet geen verplichting worden. Voor ons zijn keuzevrijheid en eigen initiatief belangrijke waarden. Eenheidsworst willen we niet. Daarmee ben je per saldo slechter uit.’

 

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.