Vijf vragen over het pedagogisch curriculum

Als één van de laatste westerse landen krijgt de Nederlandse kinderopvang een pedagogisch curriculum. Dit is een aanvulling op de pedagogisch kaders en de vier pedagogische doelen van Marianne Riksen-Walraven. Nanne van Doorn is namens Bureau Kwaliteit Kinderopvang (BKK) projectleider. Zij beantwoordt vijf vragen over het pedagogisch curriculum.
pedagogisch-curriculum
'Het pedagogisch curriculum vertelt hoe wij de pedagogische opdrachten uit de Wet kinderopvang moeten uitvoeren.' - Foto: Fotolia

1. Waarom heeft onze kinderopvang een pedagogisch curriculum nodig? Onze doelstelling staat toch al omschreven in de wet en in de pedagogische kaders?

‘Nederland heeft een ander uitgangspunt dan veel andere landen, waar het pedagogisch curriculum meer raakvlakken heeft met onze pedagogisch kaders. Het pedagogisch curriculum is wat abstracter en actueler dan het pedagogisch kader. Het pedagogisch curriculum vertelt hoe wij de pedagogische opdrachten uit de Wet kinderopvang moeten uitvoeren. Welke ervaringen moeten wij kinderen in de kinderopvang aanbieden om de doelen uit de Wet kinderopvang te bereiken? Het pedagogisch curriculum is geen statisch document. Nieuwe wetenschappelijke inzichten, bijvoorbeeld over het kinderbrein, bepalen de inhoud, en die gaat met de tijd mee. Als de tekst af is en we kunnen het curriculum presenteren, presenteren we meteen ook een toekomstagenda. Want het pedagogisch curriculum is nooit af.’

2. Jullie hebben om de koers van het pedagogisch curriculum te bepalen veel overlegd met experts en kinderopvangondernemers. Waar lag hun behoefte?

‘We hebben eerst aan experts vijf belangrijke dilemma’s voorgelegd. Daarna hebben we via regiobijeenkomsten en een onlinevragenlijst het werkveld om input gevraagd, vooral aan kinderopvangaanbieders. Ook daar aandacht voor de dilemma’s: moet het pedagogisch curriculum zich alleen richten op de kinderopvang? Op welke leeftijd moet de focus liggen? Hoe gaan we het pedagogisch curriculum noemen? We kregen daar eigenlijk best een eenduidige wens op terug. Bijvoorbeeld dat de focus komt te liggen op de periode dat kinderen de meeste ontwikkeling doormaken: als ze tussen de 0 en 6 jaar oud zijn. Ook kregen we terug dat het curriculum zich echt volledig moet richten op de praktijk van de kinderopvang. Het moet een document worden waarmee we aan verwante sectoren kunnen laten zien: dit is wat wij in de kinderopvang doen. In het document spreken we als kinderopvang een gemeenschappelijke taal. Dat, ondanks de verschillen tussen bijvoorbeeld opvang in de peuterspeelzaal of een kinderdagverblijf. Met die adviezen konden we verder.’

3. Is een focus op de periode 0 tot 6 jaar geen gemiste kans, gezien het feit dat steeds meer kinderopvangaanbieders participeren in een kindcentrum voor 0 tot 12 jaar?

‘Voor nu is deze focus het beste, juist ook gezien de nieuwe wetenschappelijke inzichten die bekend zijn over de belangrijke eerste jaren in een kinderleven. Dat heeft direct consequenties voor wat wij in de kinderopvang aan moeten bieden. Tegelijk met de presentatie van het pedagogisch curriculum in 2017 komen we met aanbevelingen voor wenselijke aanvullingen. Nogmaals, het curriculum is geen statisch document. De focus op de leeftijdsgroep 7+ zal zeker een gewenste aanvulling zijn. Voor nu is de focus gelegd op het jonge kind omdat ook daar, onder de aanbieders die wij spraken, de meeste behoefte aan is.’

4. Gaat het pedagogisch curriculum het werk in de kinderopvang veranderen? Gaan pedagogisch medewerkers daar iets van merken?

‘Nee, ik denk niet dat zodra het curriculum er is pedagogisch medewerkers daar in de praktijk meteen iets van merken. Maar het gaat wel doorwerken in bijvoorbeeld de beroepsopleiding en later ook in wat er op de groep gebeurt. Als het curriculum er is, ligt er voor managers en beroepspedagogen een kans om het document te vertalen naar de praktijk. Als pedagogisch medewerkers straks te maken krijgen met permanente educatie, biedt het pedagogisch curriculum hiervoor ook aanknopingspunten – bijvoorbeeld voor pedagogen en trainers – om aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld omdat het meer inzicht biedt in die waardevolle eerste jaren voor het kinderbrein. Ik denk dat we met het pedagogisch curriculum kunnen aantonen, en onderbouwen met wetenschappelijk onderzoek, wat de meerwaarde van kinderopvang is voor jonge kinderen. Ik denk dat het een profilerend document voor de kinderopvang wordt, dat daarmee ook de status van het beroep pedagogisch medewerker kan verhogen.’

5. Tegelijk is de branche samen met minister Lodewijk Asscher bezig met het herijken van kwaliteitseisen. Maakt het pedagogisch curriculum deel uit van de kwaliteitsherijking?

‘Ja, minister Asscher heeft de hele kwaliteitsherijking inmiddels onder één noemer ‘Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang’ verwoord. Een betere invulling van de vier pedagogische doelen in de Wet kinderopvang hoort daar ook bij. Een ander project waar we bij BKK mee bezig zijn, maakt daar ook deel van uit: het verzamelen van instrumenten voor zelfevaluatie, waarmee kinderopvangaanbieders kunnen meten hoe ze aan hun pedagogische klantbelofte voldoen. Met het herijken van de kwaliteitseisen wordt het voor ondernemers gemakkelijker om zich op pedagogisch gebied te profileren. Ook dat project loopt via BKK.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.