Vier grote steden: ‘Onvoldoende zicht op gastouders’

De vier grote steden in Nederland vinden dat zij onvoldoende zicht hebben op de kwaliteit van de gastouderopvang. Zoals het nu geregeld is, kan het zijn dat een inspecteur maar één keer in de 20 jaar bij een gastouder komt. Bovendien stelt de wet lagere kwaliteitseisen aan gastouderopvang dan aan kinderdagverblijven. Dit samen zorgt voor risico’s, aldus de G4 in televisieprogramma De Monitor (KRO-NCRV).
Toezicht-gastouderopvang-AdobeStock.jpg
Ook aan de kwaliteit van de gastouderbureaus twijfelen de wethouders. - Foto: AdobeStock

In 2016 maakten 823.360 kinderen gebruik van door de overheid gesubsidieerde opvang. Daarvan zaten er 151.050 bij gastouders. Het is een populaire vorm van opvang bij mensen die flexibiliteit willen en huiselijkheid.

Verschil tussen gastouders

Het ontbreekt aan wettelijke middelen en capaciteit om gastouders te controleren melden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Den Haag kreeg van haar GGD, die de controles uitvoert, signalen dat er zaken niet goed gingen bij gastouders. Daarom voert de gemeente op eigen kosten extra inspecties uit zodat aan het einde van het jaar alle 467 gastouders zijn bezocht. ‘Uit ons onderzoek blijkt dat er een groot verschil is tussen het ene en het andere gastoudergezin,‘ aldus wethouder Saskia Bruines in De Monitor. ‘Bijvoorbeeld op het gebied van taal en veiligheid. Volgens de wet hoeven we maar 5% van de gastouders te controleren, maar dat geeft dus helemaal geen goed beeld. We moeten stevigere criteria zetten op de gastouderopvang, met de bijbehorende controles.’

Kwaliteitseisen te laag

Alle vier de steden vinden daarnaast dat de kwaliteitseisen voor gastouderopvang omhoog moeten. Hugo de Jonge, wethouder Jeugd in Rotterdam, licht toe: ‘Pedagogisch medewerkers op een kinderdagverblijf moeten minimaal een opleiding op
mbo3-niveau hebben. Voor gastouders volstaat een opleiding op mbo2-niveau. Ze zijn daarnaast niet tot bijscholing verplicht en blijven dus achter qua pedagogisch niveau. En dan zien we ze ook nog minder. Waarom?’

Rol gastouderbureau

Ook aan de kwaliteit van de gastouderbureaus die de gastouders begeleiden en een rol hebben bij de kwaliteitsborging, twijfelen de wethouders. Wethouder Bruines uit Den Haag: ‘Uit ons onderzoek bleek dat de kwaliteit heel verschillend is. Sommige bureaus zijn heel actief en andere heel inactief.’ Dat vinden de gemeenten niet prettig. Wethouder Simone Kukenheim van Amsterdam: ‘Als een goed gastouderbureau kritisch is op de kwaliteit die de gastouder biedt, kan die gastouder zo overstappen naar een bureau dat minder oog heeft voor kwaliteit.’ Kukenheim vindt aanpassing van het beleid essentieel om meer grip te krijgen op de kwaliteit in de gastouderopvang. Ook haar Utrechtse evenknie, Victor Everhardt, pleit voor hogere kwaliteitseisen en beter toezicht.

GGD GHOR Nederland

De landelijke koepel van GGD’en, GGD GHOR Nederland, sluit zich aan bij de G4. Directeur Hugo Backx: ‘Het moet echt beter. Werkt zo’n gastouderbureau richting de gastouder goed? Weten ze welke kinderen op welke dag bij hun gastouders zijn? Is er aandacht voor de pedagogische kwaliteit van de gastouder? Dat kunnen we nu niet voldoende controleren.’ De bal ligt in Den Haag, meent Backx: ‘Wij roepen de minister op om de wet aan te passen en geld vrij te maken voor meer en betere controles.’

Bekijk meer over dit onderwerp op de website van De Monitor

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil ook dat de kwaliteit van de gastouderopvang omhoog gaat en dat het toezicht en de handhaving door de GGD en de gemeenten effectiever wordt. Aan een plan van aanpak wordt gewerkt. Het wachten is nu op een nieuwe minister. Die moet hierover een besluit nemen. Lees hier wat minister Asscher erover gezegd heeft

3 REACTIES

  1. Lees alle reacties
  2. Helemaal mee eens. Dit lijkt mij niet meer dan logisch en ook nodig. Een mooie ontwikkeling die ik alleen maar toe kan juichen. Ontwikkelen is niet alleen voor kinderen. Ik ben van mening dat iedere Gastouder verplicht is om een aantal cursussen per jaar te volgen ter bevordering van haar/zijn deskundigheid. In de kinderopvang gaan de eisen ook omhoog. Wij als gastouders kunnen hierin niet achterblijven. En ook het toezicht kan veel regelmatiger en vaker gebeuren. Tijd voor verandering dus.

  3. Mijns inziens moeten de meeste regels voor gastouders gelijk getrokken worden met die van de kinderopvang. Minstens een opleiding op niveau 3 en jaarlijks bijscholing, gecertificeerde bedjes en ander meubilair (gastouders mogen de kinderen nog steeds in campingbedjes laten slapen). Net als in de kinderopvang jaarlijkse controle door GGD en niet alleen bij de start.
    In het programma ''de monitor'' werd hier uitgebreid op ingegaan. En terecht werden er kanttekeningen geplaatst bij huidige situatie.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.