Van Ark heeft nog geen zorgen over lager bereik peuters

De Belastingdienst heeft voor 11.000 peuters die naar een (voormalige) peuterspeelzaal gaan een aanvraag voor kinderopvangtoeslag ontvangen. De schatting is dat zeker 20.000 peuters hier recht op hebben. Maar staatssecretaris van Sociale Zaken Tamara van Ark maakt zich nog geen zorgen over een verminderd bereik.
Foto: Fotolia

Dit blijkt uit een brief die zij naar de Tweede Kamer stuurt Hierin legt zij uit wat de voortgang is van de implementatie van de wet Harmonisatie en de Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK). In de brief geeft ze antwoord op 25 vragen van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hun vragen gaan grotendeels over de harmonisatie.

Overgangsregeling

Een belangrijke vraag gaat over een eventuele daling van het bereik van peuters na de harmonisatie. Uit een onderzoek uit 2017 bleek dat het bereik in gemeenten waar al geharmoniseerd is nauwelijks is veranderd. Uitzondering daarop kan wellicht de gemeente Amsterdam zijn waar ouders voor peuterspeelzaalwerk vooralsnog geen eigen bijdrage hoefden te betalen. Nu moeten zij dit wel. Het is nu nog te vroeg om de effecten op de langere termijn te zien. Van Ark: ‘Dat nog niet voor alle peuters kinderopvangtoeslag is aangevraagd, kan meerdere oorzaken hebben. Ouders kunnen nog tot en met april kinderopvangtoeslag aanvragen voor januari. Daarnaast hebben nog niet alle gemeenten het beleid per 1 januari 2018 aangepast en betalen de gemeenten dus nog zelf voor de werkende ouders. Er zijn ook gemeenten die een overgangsregeling hanteren waarbij alleen ouders van nieuwe peuters kinderopvangtoeslag aan hoeven te vragen.’ Zij belooft dit, samen met de Belastingdienst, goed te gaan monitoren.

Uitschieters

De Belastingdienst let extra op aanvragen van ouders die gebruik maken van opvang in een geharmoniseerde peuterspeelzaal. De Belastingdienst houdt bij voor hoeveel uur er kinderopvangtoeslag wordt aangevraagd. En als er uitschieters worden geconstateerd, gaat de Belastingdienst bij ouders na of het aantal uur wel correct is. Volgens staatssecretaris Van Ark blijkt tot nu toe nog niet dat ouders obstakels ervaren in de aanvraag van toeslag, enkele incidenten daargelaten.

Kinderopvangtoeslag

In de reguliere kinderopvang heeft ongeveer 40 procent van de ouders te maken met een terugvordering van kinderopvangtoeslag. Dat komt deels doordat ouders een hoger inkomen hebben dan eerder aangegeven of doordat er meer uren zijn afgenomen dan aangegeven. Het gemiddelde bedrag van de terugvordering bedraagt 395 euro. In de peuteropvang gaat het natuurlijk om minder uur opvang in de dagopvang en dus is de verwachting dat het bedrag dat daar gemiddeld teruggevorderd wordt bij ouders lager zal zijn.

Landelijk Register

De laatste cijfers over het aantal gemeenten dat de harmonisatie wel heeft afgerond dateren van het voorjaar van 2017. Toen had 60 procent van de gemeenten de harmonisatie afgerond en 40 procent nog niet. In het Landelijk Register Kinderopvang zijn ondertussen 1200 peuterspeelzalen uit 151 gemeenten omgezet. Houders hebben hierbij amper problemen ervaren, zegt staatssecretaris Van Ark. Ze noemt wel wat aandachtspunten. ‘Dit zijn bijvoorbeeld de verschillen in beleid tussen gemeenten waarin één houder opereert. Hierdoor kan een aanbieder te maken hebben met verschillende voorwaarden en tarieven. Ook werd de termijn die de Belastingdienst nodig heeft voor de beoordeling van de kinderopvangtoeslag genoemd. Die termijn zorgt er voor dat er enige tijd zit tussen het aanvragen van de kinderopvangtoeslag en het ontvangen van het eerste voorschot.’

Kostprijs

Kortdurende opvang is in (voormalige) peuterspeelzalen een duurder product dan in de dagopvang. Dat komt vooral omdat de kosten over minder uren verspreid kunnen worden. Gemeenten kiezen er daarom regelmatig voor om het verschil in kostprijs van peuterspeelzaal-opvang en de maximum uurprijs van de kinderopvangtoeslag te compenseren zodat ouders op een (voormalige) peuterspeelzaal niet veel duurder uit zijn. Wat ook gebeurt is dat peuterspeelzalen samenwerken met bso’s om zo een betere kostenspreiding voor bijvoorbeeld de huisvesting te realiseren.

Gelijk speelveld

De Commissie stelt ook veel vragen in de manier waarop een gemeente een ‘gelijk speelveld’ kan waarborgen. Er zijn bijvoorbeeld gemeenten die de uurprijs van peuteropvang omlaag brengen om zo een gelijk speelveld te creëren. Soms worden er aanvullende kwaliteitseisen gesteld. Staatssecretaris Van Ark laat weten dat het gemeenten vrij staat om op verschillende wijzen beleid te voeren om tot een gelijk speelveld voor dagopvang en peuteropvang te komen.

Knelpunten IKK

De implementatie van IKK komt kort in de brief ter sprake. Het gaat dan vooral over de knelpunten die kindcentra ervaren bij de wetgeving. Van Ark zoomt in op twee knelpunten: drie-uursregeling en het vastegezichtencriterium. Hierover vertelt ze niet meer dan dat de branche al weet: Zij is in gesprek met GGD GHOR en de VNG over het toezicht op het vastegezichtencriterium. De staatssecretaris stipt nog eens de zorgen aan die er bestaan over de kosten van een aanpassing van de beroepskracht-kindratio in de dagopvang en herhaalt dat er onderzoek naar wordt gedaan. De resultaten worden in het eerste kwartaal van dit jaar verwacht.


De kinderopvangbranche is bang voor het vertrek van kansarme kinderen uit peuterspeelzalen, als gevolg van de harmonisatie. De nieuwe wet zou voor de ouders van deze kinderen té ingewikkeld zijn en gaat hen mogelijk ook meer geld kosten. Lees meer


Download hier de brief voortgang harmonisatie peuterspeelzaalwerk

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.