Stijging van 62.000 kinderen in jaar tijd in kinderopvang

In het eerste kwartaal van 2018 kwamen 62.000 kinderen meer naar de kinderopvang vergeleken met het eerste kwartaal van 2017. De helft daarvan (31.000 kinderen) ging naar het kinderdagverblijf. Die groei komt gedeeltelijk door de harmonisatie.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
iStock

Dit blijkt uit de nieuwste kwartaalcijfers van het ministerie van Sociale Zaken. In totaal gingen er in het eerste kwartaal van 2018 778.000 kinderen naar de kinderopvang. Daarvan gingen er 360.000 kinderen naar de bso, 324.000 kinderen naar de dagopvang en 117.000 naar de gastouderopvang. Bij alle opvangsoorten was een groei te zien, behalve bij de gastouderopvang voor 4-12-jarigen. Verder nam het aantal uren dat ze naar de opvang gingen iets toe, gemiddeld met een half uur vergeleken met het eerste kwartaal in 2017. Deze groei is mede veroorzaakt door de toename van het aantal uren opvang in de buitenschoolse opvang.

Aantal locaties

Het effect van de harmonisatie is ook zichtbaar in het aantal locaties voor dagopvang. Dit steeg de laatste twee jaar tot rond de 9000 locaties. Het aantal bso-locaties was heel stabiel. Wel valt weer op hoe snel het aantal gastouders afneemt: 788 locaties minder in slechts een paar maanden tijd. In nog geen anderhalf jaar tijd is het aantal gastouderopvanglocaties met een kleine 3000 afgenomen.

Maximum uurtarieven

Uit cijfers van de uurtarieven blijkt dat zowel de kinderopvangtoeslag (de maximum-uurtarieven) als de werkelijke uurtarieven zijn gestegen. Bij dagopvang en gastouderopvang ligt het gemiddelde uurtarief onder het maximum-uurtarief van de overheid. In de bso ligt dit anders, al is wel te zien dat het verschil tussen het maximum-uurtarief en het gehanteerde tarief terugloopt. Het ministerie concludeert dat de gemiddelde uurprijs van de bso steeds meer richting de maximum uurprijs beweegt. Maar volgens Ed Buitenhek van het gelijknamige onderzoeksbureau is het andersom. ‘Het is juist het maximum uurtarief dat meer naar het gemiddelde beweegt. Dat komt doordat het gemiddelde tarief in 2017 en 2018 met circa 2 procent steeg en het maximum tarief in 2017 en 2018 maximaal  steeg.’

Uurtarieven stad versus platteland

In de Tweede Kamer is afgesproken dat er in de kwartaalcijfers ook zou worden gekeken naar de regionale spreiding in de ontwikkeling van de uurtarieven. Uit cijfers van 2015 – maart 2018 blijkt dat de gemiddelde uurprijzen in zeer stedelijke gebieden relatief het meest boven de maximum uurprijzen liggen. Naarmate de gebieden minder stedelijk worden, neemt deze relatieve overschrijding van de maximum uurprijzen af. Zowel in de stad als het platteland is het relatieve verschil tussen de gemiddelde uurprijs en de maximum uurprijs gedaald. De spreiding in de dagopvang en bso’s bedraagt rond de 3%-punt. De spreiding is in de gastouderopvang iets groter: rond de 4%-punt.

Arbeidsparticipatie

Dan is er, tot slot, nog gekeken naar de arbeidsparticipatie van mannen en vrouwen. Beide groepen gingen iets meer werken in het eerste kwartaal van 2018 vergeleken met een jaar eerder. De arbeidsparticipatie van moeders verschilt: alleenstaande moeders zijn iets meer gaan werken en moeders die lid zijn van een ouderpaar zijn iets minder gaan werken. De arbeidsparticipatie van vaders is gestegen.

Download hier de eerste kwartaalcijfers van 2018


In het derde kwartaal van 2017 gingen 52.000 meer kinderen naar de kinderopvang dan een jaar eerder. Het aantal uren per kind steeg in het derde kwartaal vergeleken met het tweede kwartaal met een half uur. Lees meer


 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.