Staatssecretaris in gesprek met GGD GHOR over vaste gezichten

Snel na het ontstaan van de ophef over het toezicht op het vaste gezichten criterium heeft staatssecretaris Tamara van Ark de kou uit de lucht weg gehaald. Zij belooft met GGD GHOR in gesprek te gaan om alsnog in de toelichting op te nemen dat de toezichthouder rekening houdt met een aantal situaties van overmacht.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: Fotolia

GGD GHOR en VNG legden deze week in een gezamenlijke notitie uit hoe ze het toezicht op het vaste gezichten criterium vorm willen geven vanaf 2018. Daarin stond onder andere dat een houder in overtreding is als hij of zij vanwege ziekte of een calamiteit geen vaste beroepskracht kan inroosteren. Onwerkbaar, riep Brancheorganisatie Kinderopvang meteen. Want dat zou betekenen dat bijvoorbeeld op babygroepen alleen maar met twee fulltime krachten gewerkt kan worden die nooit tegelijkertijd vanwege ziekte, vakantie of een incident kunnen ontbreken. Ook op social media stroomden de verontwaardigde reacties van kinderopvanghouders en andere kinderopvangprofessionals binnen.

Overmacht

D66 besloot Kamervragen te stellen tijdens de eerste termijn bij de behandeling van de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Staatssecretaris Van Ark reageerde schriftelijk op de vragen van D66. ‘Met het wijzigen van de vaste gezichten-eis in alleen de norm voor baby’s veranderd: van drie naar twee vaste gezichten. In de toelichting bij de AMvB die tot 1 januari 2018 geldt, is opgenomen dat de toezichthouder met een aantal situaties van overmacht rekening kan houden. In de nieuwe AMvB, die op 1 januari 2018 ingaat, is deze opsomming niet opgenomen in de toelichting. Omdat de opsomming de suggestie van volledigheid wekt, terwijl er ook andere situaties denkbaar zijn waarin sprake is van overmacht. Met het laten vervallen van deze passage in de toelichting van de AMvB is nooit beoogd om overmacht situaties uit te sluiten bij het oordeel van de toezichthouder. De staatssecretaris gaat in overleg met de GGD GHOR om hier helderheid over te scheppen.’

Stabiliteit

Brancheorganisatie Kinderopvang spreekt van ‘goed nieuws’. Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang kijkt alvast vooruit naar wat het overleg tussen de staatssecretaris en GGD GHOR op gaat leveren. ‘Dit betekent, naar ons idee, dat de kinderopvangorganisatie tijdens structurele roosters zorgt voor twee (of drie) vaste gezichten. Afwijkingen, bijvoorbeeld in geval van ziekte, vakantie en verlof (en mogelijk om andere redenen, zoals scholing) lost de organisatie zo goed mogelijk op. Bij die oplossingen probeert de ondernemer uiteraard zoveel mogelijk stabiliteit voor kinderen te realiseren. Dat is immers waar het ons allen om te doen is. Juist daarover moet het gesprek tussen toezichthouder en ondernemer kunnen gaan. Die ruimte lijkt er nu weer te zijn.’

Vaste gezichten

Vanaf 1 januari 2018 moeten kinderen tot 1 jaar maximaal twee vaste gezichten toegewezen krijgen. Van die vaste gezichten, moet er in ieder geval altijd één vast gezicht aanwezig zijn voor het kind. Als een baby op een grote groep zit waar meer beroepskrachten op de groep staan, mag een kind drie vaste gezichten toegewezen krijgen. Kinderen vanaf 1 jaar krijgen drie, en in grotere groepen vier beroepskrachten toegewezen van wie er altijd één aanwezig moet zijn. Deze laatste regel geldt nu ook al.

Voorwaarden

In de notitie van GGD GHOR en VNG is te lezen dat de toezichthouder voorwaarden stelt aan de inzet van ‘het vaste gezicht’ op de groep. Zo moet deze persoon een substantieel deel van de dag aanwezig zijn, bijvoorbeeld 7 of 8 uur. De toezichthouder bepaalt zelf wat een verantwoord aantal uren is. Als de vaste beroepskracht er niet is, moet een houder de stabiliteit en emotionele veiligheid van het kind optimaal waarborgen.


Net als het vaste gezichten criterium verandert de regelgeving m.b.t. de drie-uursregeling ook vanaf 1 januari 2018. Dan moeten kinderopvanghouders vooraf exact in het pedagogisch beleidsplan aangeven wanneer er wordt afgeweken van de beroepskracht-kindratio. Lees meer


 

2 REACTIES

  1. Prima dat de staatssecretaris hier bovenop zit. Toch blijf ik me verbazen over de frequentie waarmee de overheid in de aanloop naar de Wet IKK onrust heeft veroorzaakt: verscherpte BKR voor 0-jarigen; 3 uur afwijken van de BKR en nu dit weer. Dat is echt niet nodig en kan worden voorkomen door eerder en beter over dingen na te denken.

  2. Lees alle reacties
  3. Eens met Reinoud Kroese. Maar wat er nog mist is structurele aandacht voor de ruimte die GGD GHOR zich meer in het algemeen toe-eigent om als toezichthouder haar eigen interpretatie te bepalen en op te leggen, niet alleen bij het vaste gezichten criterium maar ook bij de 3-uursregeling (concrete tijden ipv tijdvakken) en de uitzonderingsregel voor kleine organisaties inzake de oudercommissie. Die is bedoeld voor kindercentra met minder dan 50 kindplaatsen (50 kinderen gelijktijdig per dag) maar GGD GHOR maakt daarvan: minder dan 50 kinderen (totaal per week), wat neerkomt op ongeveer 20 kindplaatsen en dat is iets meer dan 1 verticale groep van 16 kindplaatsen. GGD GHOR keurt als uitzondering voor een kleine opvang dus alleen 1-groepsopvang goed, alles daarboven is blijkbaar middelgroot. En dat moet je dan wel bewijzen met de plaatsingscontracten van die kinderen!

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.