Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Politieke daadkracht nodig om branche te redden

Marianne Velsink
Marianne Velsink
In de kinderopvang schrikken we al lang niet meer van de harde cijfers. Het gemiddelde bedrijfsresultaat voor belastingen is bijna 150 duizend euro negatief. De meeste kinderopvanginstellingen voldoen niet aan de minimumeisen voor solvabiliteit en liquiditeit. Brancheorganisatie Kinderopvang en Waarborgfonds Kinderopvang luiden de noodklok. ‘Er zit geen enkel vet meer op de botten. Kinderopvangondernemers houden het zo uiteindelijk niet vol’, zegt Lex Staal, directeur van de Brancheorganisatie.
Politieke daadkracht nodig om branche te redden

Reden voor de zorgen zijn de resultaten uit het Brancherapport 2014. Voor het eerst werkten de Brancheorganisatie Kinderopvang en Waarborgfonds Kinderopvang samen om de financiële resultaten van kinderopvanginstellingen te analyseren. De financiële gegevens van 285 instellingen werden bekeken en vergeleken. Het gat dat de crisis en de bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag hebben geslagen, blijkt enorm te zijn. In 2013 gingen er 95 instellingen failliet. Halverwege 2014 waren dit er al 36. Organisaties hebben de bezuinigingen en werkeloosheid vooral opgevangen door in te teren op hun eigen vermogen. Maar dat betekent dat er nauwelijks nog middelen zijn om verder te investeren.

Vierogenprincipe

Dat laatste is wel nodig voor een branche in beweging. Ouders willen meer flexibiliteit, de overheid legt de branche meer kwaliteitsregels op. ‘Het vierogenprincipe bijvoorbeeld heeft de kinderopvangondernemer veel geld gekost’, zegt Staal. ‘Ze hebben erin geïnvesteerd’. De directeur van de brancheorganisatie wijst erop dat de kinderopvang niet heeft ingeleverd aan kwaliteit. En dat in een tijd dat de vraaguitval soms opliep tot 40 procent.

Faillissementen

‘De kinderopvang bruist’, vindt Staal. ‘Blijkbaar is de ondernemerszin groot in de kinderopvang want er zijn nog volop ideeën voor innovaties. Maar het geld is op.’ Staal zegt dat we rekening moeten houden dat er mogelijk nog meer instellingen zullen omvallen. De instellingen waar het wel goed gaat – ze bestaan nog – zijn uitzonderingen volgens Staal. Hij merkt ook dat ondernemers optimistisch proberen te blijven. ‘Ze voelen dat er wel sprake is van een lichte kentering in de aandacht voor het jonge kind en de rol die de kinderopvang in hun ontwikkeling kan spelen.’

Kinderopvangorganisaties zetten in op kwaliteit en verbeteringen. Door de zorgelijke financiële ontwikkelingen is er echter bijna geen investeringsruimte meer. De reserves waarop de sector teert zijn uitgeput. Lees de samenvatting van het Brancherapport 2014.

Krimpgebieden

Maar stel dat Nederland andere Europese landen volgt en weer gaat investeren in de branche, dan is er geen fundament meer. Staal vindt het zorgelijk dat failliete kinderopvanginstellingen een zwart gat achterlaten. Of ‘witte vlekken’ zoals Marielle Rompa, voorzitter van de Brancheorganisatie Kinderopvang in de Volkskrant zegt. En of dat tekort aan opvang ooit weer wordt aangevuld, is nog maar de vraag. Staal: ‘Hoe moeten we met zo weinig middelen, zo weinig vet op de botten werken aan taalachterstanden, ook op de plekken waar het het hardst nodig is? Hoe zorgen we voor bereikbare kinderopvang in krimpgebieden? Daarover maken wij ons zorgen.’

Kinderopvang duur

Konden kinderopvangondernemers deze terugval niet zien aankomen? Staal meent van niet. ‘Niemand had verwacht, ook de politiek niet, dat de vraaguitval zo hard zou gaan. De combinatie bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag en de algemene crisis waardoor ouders hun baan verloren, heeft de sector de das omgedaan.’ De directeur denkt dat niemand rekening had gehouden met het psychologische effect van de bezuinigingen. Opeens was kinderopvang een ‘duur’ product. Van dat imago komt de branche maar niet af.

Kinderopvangbegroting

Staal gelooft in ondernemerszin en vraagt de politiek om één ding: politiek daadkracht en helderheid in keuzes. ‘De politiek hoort de noodkreet vanuit onze branche al langer aan. Het is nu tijd om iets te doen. Natuurlijk waarderen we investeringen van de minister in pedagogische bijscholing. Maar er is nu geld nodig om te kunnen blijven bestaan en kinderopvang toegankelijk te houden. Dat er dit jaar een enorm overschot is ontstaan op de kinderopvangbegroting, zien we allemaal aankomen. Dat geld is gelabeld en dus is er dekking. Het kan dus teruggegeven worden aan de kinderopvang. ‘

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.