Opinie: Vier dagen (bijna) gratis kinderopvang?

Vier dagen gratis kinderopvang tegen kansenongelijkheid. Een idee van D66. Marilse Eerkens stelde in de Volkskrant: ‘Kansrijk kind floreert minder in gratis kinderopvang.’ Prof. dr. Paul Leseman is het daar niet mee eens, maar vindt vier dagen gratis kinderopvang wel ‘riskant en onwenselijk’.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: ANP

Dit artikel is, op verzoek van de redactie van Kinderopvangtotaal, geschreven door hoogleraar Paul Leseman, als reactie op het opinieartikel van Marilse Eerkens in de Volkskrant van 15 juli jl.

Marilse Eerkens gooit terecht de knuppel in het hoenderhok. In het opinieartikel in de Volkskrant betoogt zij dat vier dagen (bijna) gratis kinderopvang verkeerd uit zal pakken. Het zou slecht zijn voor ‘kansrijke kinderen’ en het zou beter zijn in te zetten op specifieke voorzieningen voor kansarme kinderen.

Bedreiging voor de hoge kwaliteit?

Ik geloof niet dat bij de huidige hoge kwaliteit van de kinderopvang in Nederland vier dagen kinderopvang slecht zou zijn voor (kansrijke) kinderen. Daar zijn geen aanwijzingen voor (Broekhuizen e.a., 2015). We moeten ons wel de volgende vragen stellen: leidt vier dagen (bijna) gratis kinderopvang niet tot ongewenste herverdelingseffecten en zal vier dagen (bijna) gratis kinderopvang op termijn, vanwege de hoge kosten, geen bedreiging zijn van de huidige hoge kwaliteit? Ik ben het eens met de schrijfster dat we eerst goed moeten nadenken wat de beleidsdoelen het beste zal dienen.

Universele programma’s

We maken onderscheid naar universele en doelgroepspecifieke programma’s. Universele programma’s zijn in principe toegankelijk voor alle kinderen en met een goede bekostigingssystematiek (inkomensafhankelijke bijdrage, bijna gratis voor de laagste inkomensgroepen) slagen universele programma’s er meestal in kinderen in maatschappelijke achterstandssituaties redelijk effectief te bereiken.

Doelgroepspecifieke programma’s

Doelgroepspecifieke programma’s worden aangeboden aan groepen die in een risicosituatie verkeren, vaak in een extreme risicosituatie. Perry Preschool, Abecedarian en Chicago Child-Parent Centers zijn voorbeelden van doelgroepspecifieke programma’s gericht op groepen in extreme achterstandssituaties. Voor deze programma’s zijn langetermijneffecten en gunstige kosten-baten verhoudingen vastgesteld.

Noorwegen

Voorbeelden van universele programma’s die vroeg beginnen zijn de kinderopvangstelsels van Denemarken, Noorwegen en Zweden. Onderzoek naar de effecten van de invoering van (bijna) gratis universele kinderopvang in Noorwegen liet aanvankelijk, voor de eerste cohorten kinderen die onder het nieuwe stelsel vielen, positieve effecten zien op de latere opleiding en arbeidsmarktpositie van deze kinderen op de schaal van de hele populatie (alle kinderen ongeacht achtergrond), en sterkere effecten voor de subpopulatie kinderen van laagopgeleide ouders.

Denemarken

Onderzoek in Denemarken geeft een iets ander beeld. Datta Gupta en Simonsen (2010) vonden negatieve effecten op sociaal-emotionele uitkomsten in de hele populatie van vroeg, intensief gebruik van de Deense kinderopvang. Bleses e.a. (2019) vonden in een grote representatieve steekproef van Deense kinderopvangcentra geen compenserende effecten voor kinderen van laagopgeleide ouders of met een migratieachtergrond. Zachrisson en Ribeira (2018) vonden in een grote representatieve steekproef van Noorse kindercentra geen compenserende effecten van vroege kinderopvang op de taalontwikkeling. Een mogelijke verklaring is dat zowel in het Deense als Noorse kinderopvangstelsel de kwaliteit van de opvang op educatief vlak laag is, lager dan in Nederland en veel andere landen (Leseman & Slot, 2020).

Positieve effecten

Positieve effecten van universele programma’s zijn het duidelijkst en meest consistent wanneer de startleeftijd 3 à 4 jaar is. Daarvóór is het minder duidelijk en kunnen er misschien zelfs negatieve effecten zijn.

‘Riskant en onwenselijk’

Vier dagen (bijna) gratis kinderopvang is riskant en onwenselijk om twee redenen. (1) De hoge maatschappelijke macrokosten kunnen er toe leiden dat de kwaliteit hooguit gemiddeld is en dat potentiële compenserende effecten (verkleining van de aanvankelijke verschillen tussen kinderen uit verschillende bevolkingsgroepen) teloor gaan, wat het geval lijkt te zijn in het Deense en Noorse stelsel.

(2) Vier dagen (bijna) gratis kinderopvang zou in de context van inkomensongelijkheid een eerlijke maatregel zijn als alle groepen in de samenleving evenveel gebruik gaan maken van die vier dagen. Dat zal in Nederland voorlopig niet het geval zijn. De huidige doelgroepen van het onderwijsachterstandenbeleid maken op dit moment voornamelijk gebruik van een halvedagprogramma van 10 tot 16 uur per week. Dat is niet alleen zo omdat er sinds het jaar 2000 doelgroepspecifieke programma’s van die urenomvang worden aangeboden. Dat is ook zo omdat dit vaak de wens van de ouders is. Het heeft te maken met de arbeidsparticipatie van de ouders en met hun culturele en religieuze voorkeuren.

16 uur voorschoolse educatie

De invoering van 16 uur voorschoolse educatie voor deze groepen per 1 augustus 2020 is op dit moment misschien het maximaal haalbare en het zal nog een hele toer blijken om ouders over te halen 16 uur af te nemen, zo is de verwachting.

Hogere inkomensgroepen

Vier dagen (bijna) gratis kinderopvang is vooral gunstig voor de hogere inkomensgroepen die een deel van hun huidige kosten vergoed zullen krijgen en zelfbekostigde informele opvang vaker zullen verruilen voor gesubsidieerde formele opvang, zoals in het Verenigd Koninkrijk werd gevonden toen daar tussen 2003 en 2007 12.5 uur universeel gebruiksrecht werd geïntroduceerd (Blanden e.a., 2016).

‘Twee dagen voor alle kinderen beter’

Als dit allemaal inderdaad zo is, dan gaat het maatschappelijke herverdelingseffect van vier dagen (bijna) gratis kinderopvang in tegen de doelstelling maatschappelijke welvaart gelijker te verdelen. Gelet op de huidige traditie en voorkeuren van ouders is twee dagen (16 uur) voor alle kinderen beter. Dan blijft er ook ruimte voor extra kwaliteitsimpulsen voor kinderen die daar het meeste baat bij hebben.

1 REACTIE

  1. 4dagen is echt to much. Merk dat de kinderen die 4 of 5 dagen komen, totaal anders zijn dan kinderen die 2/3 dagen komen. Dat vind ik ook wel echt de max. De kinderen zijn bijna niet thuis, en alle “opvoeding” ligt bij ons. En met 2 dagen krijgen ze genoeg “opvang”, want wij gaan met ouders in gesprek en helpen hen bij de opvoeding en verzorging.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.