Home 2019

Laatste artikelen

Financiën en bedrijfsvoering

De mannen van Op Stoom

Het is een bekend gegeven: mannen komen slechts sporadisch voor in de kinderopvang. Een uitzondering hierop is Kinderopvang Op Stoom in Haarlem. De kinderopvangorganisatie telt ruim tien procent mannelijke medewerkers; de bso zelfs twintig procent. Een gesprek met vier mannelijke clustermanagers: Barend-Jan Geels (34), Bas Meerkerk (29), Jean-Philippe Meijer (57) en Jeroen Veenstra (32). Ze zijn vooral nuchter: 'Je moet niet te veel focussen op man/vrouw. Het gaat bij ons om authenticiteit, je mag zijn wie je bent.'
Financiën en bedrijfsvoering

Column – Het strafblad en de VOG

Medewerkers in de kinderopvang hebben een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) nodig. Een recente uitspraak van de hoogste bestuursrechter (de Raad van State) illustreert hoe een belangenafweging tot stand komt bij een werkneemster die het niet eens is met het niet verlenen van een VOG.
Financiën en bedrijfsvoering

Vijf vrije vragen aan: Kirsten Ochse

Ze wilde het onderwijs in, maar viel voor de peuteropvang. Kirsten Ochse (35) is floormanager en pedagogisch medewerker bij Peuteropvang Wirrewarre in Laren. Deze locatie telt twee groepen en vijf medewerkers en is sinds tweeënhalf jaar aangesloten bij Montris Kinderopvang, een organisatie met elf locaties.
Financiën en bedrijfsvoering

Column – Van papier naar hoofd naar handen…

Vanaf 1 januari zijn er weer nieuwe eisen vanuit de Wet IKK van kracht. Waaronder de eis voor de aanstelling van een pedagogisch beleidsmedewerker. Wij merken dat er veel vragen leven rondom deze functie. Hoe zorg je dat de pedagogische groei plaatsvindt? Er komt namelijk meer bij kijken dan alleen passie en ambitie. Laten we juist die andere zaken eens bekijken.

De Wet IKK en de babygroep

De nieuwe beroepskracht-kindratio (bkr) voor baby's levert een hoop gepuzzel op in de kinderopvang. Eén oplossing bestaat niet. In deze serie vertellen houders en medewerkers in de kinderopvang hoe zij invulling geven aan de nieuwe bkr én welke argumenten daaraan ten grondslag liggen. In deel 1: een andere groepsindeling.
Integrale kindcentra en brede scholen

Column – Dromen van één cao

IKC's zijn niet meer weg te denken uit Nederland. Tien jaar geleden dachten we misschien nog aan een hype, inmiddels is het de pedagogische richting die we kiezen in Nederland, maar ook over de grenzen. We hebben onderzocht hoe belangrijk de eerste levensjaren van kinderen zijn en willen hen van nul tot twaalf jaar volgen, stimuleren en begeleiden.
Toezicht kinderopvang

LKK: de sector scoort voldoende tot goed

Onlangs kwamen de resultaten van de tweede Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK) binnen. Daardoor is het mogelijk om een voorzichtige vergelijking te maken tussen 2017 en 2018. Het is gunstig dat de kwaliteit van 2018 in het verlengde ligt van de kwaliteit die in 2017 gemeten is. Daardoor kan met nog grotere zekerheid gesteld worden dat de kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang voldoende tot goed is. Paul Leseman, projectleider van de LKK, duidt de eerste resultaten.
Permanente educatie en opleidingen

Onderwijs en werkveld: verwachtingen afstemmen

Wat verwacht de kinderopvang van de mbo-opleiding? Wat verwacht het beroepsonderwijs van het werkveld? Die afstemming kan vaak beter. De vernieuwing van het kwalificatiedossier staat op de rol. Dus dit is de kans om wensen en mogelijkheden op elkaar aan te laten sluiten.
Financiën en bedrijfsvoering

Het imagoprobleem van de kinderopvang

Je kunt geen krant openslaan of het is weer raak. De kinderopvang is slecht voor baby's, de VVE werkt niet, kinderen vanaf 2 jaar zijn beter af op school, het mbo-niveau van pedagogisch medewerkers is onvoldoende… Het zijn zomaar wat voorbeelden die breed uitgemeten worden in de media. Waarom wordt er alleen gekeken naar dat wat de kinderopvang niet goed doet? We lijken in een verdomhoekje te zitten, waar we niet uitkomen. Pedagoog Simon Hay kan alleen maar constateren dat de kinderopvangsector een imagoprobleem heeft.
Spelen en speelgoed

Column – De dichtende ninja

Jip was zeven jaar toen hij in mijn bso -groep zat. Hij zocht graag contact met de leiding en praatte dan honderduit. Tegenover de andere kinderen hield hij zich een beetje op de vlakte. Opvallend was zijn brede woordenschat en soms peinzende manier van spreken, waardoor hij ouder klonk dan dat hij was. Dit hoogbegaafde jongetje was een oude(re) ziel in een jong lichaam…