Kindermishandeling: contact met de ouders is het lastigste

Pm’ers vinden het ingewikkeld om in gesprek te gaan met ouders bij een vermoeden van kindermishandeling. Dat is een van de drempels die aandachtsfunctionarissen ervaren die deelnemen aan de werkgroep Meldcode Kindermishandeling van de BMK en de BK. 'Wat er met een kind gebeurt, laat je niet los.'

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
iStock

De werkgroep telt inmiddels zo’n veertig leden, waaronder aandachtsfunctionarissen en andere professionals. Leden van de werkgroep hebben hen de afgelopen weken gesproken, blijkt uit een verslag van de BMK.

De aandachtsfunctionarissen geven aan dat pm’ers het signaleren als er iets niet pluis is of niet goed gaat in het gezin en met het kind, maar dat de stap moeilijk is om er dan laagdrempelig en open over te praten met de ouders.

Leidinggevenden

Dat geldt overigens ook voor leidinggevenden, blijkt uit de gesprekken. Als de pm’ers of leidinggevenden vervolgens niet die stap durven te zetten (uit twijfel of ze het juist hebben gesignaleerd, angst voor wat ze teweeg brengen, onzekerheid over eigen kunnen), dan blijft de situatie ongewijzigd voor het kind.

Ook staat de aandachtsfunctionaris er dan min of meer alleen voor, met al haar kennis en goede intenties maar met te weinig uitvoeringskracht bij het team waarmee zij dit moet oppakken.

De cijfers

De landelijke cijfers over het aantal mishandelde kinderen zijn nog steeds schrikbarend, aldus het verslag. Uit het rapport ‘De prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland’ blijkt onder meer dat zeker drie procent van de kinderen in Nederland slachtoffer is van een vorm van kindermishandeling, waarvan een groot deel van de kinderen ernstig wordt verwaarloosd.

Dit zijn slechts de cijfers van de kinderen bij wie professionals een vorm van kindermishandeling hebben gesignaleerd. ‘Waarschijnlijk is dat het topje van de ijsberg. Om het concreet te maken: we hebben het over minimaal 90.000 tot 127.000 kinderen,’ aldus het verslag van de BMK.

Grote verantwoordelijkheid

Maryse Nijhof van de BMK, de auteur van het verslag, benadrukt dat professionals in de kinderopvang op dit vlak een grote verantwoordelijkheid dragen. ‘Dat heeft effect op de pm’er, leidinggevende of aandachtsfunctionaris zelf. Wat er met een kind gebeurt, laat je niet los. Het vraagt ook training en ervaring om goede gesprekken te voeren, waarin ouders niet beschuldigd worden maar steun ervaren vanuit de kinderopvang. Daar moet tijd en geld voor worden vrijgemaakt.’

De werkgroep is opgericht om die verantwoordelijkheid samen te dragen en kennis en expertise uit te wisselen, aldus Maryse Nijhof. ‘De verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de branche kinderopvang, maar bij alle partijen rondom het jonge kind, zoals onderwijs, Veilig Thuis en (jeugd)zorg.’

Ook landelijk

Ook landelijk is er werk aan de winkel. ‘Kunnen we een minimum of quota aan aandachtsfunctionarissen vastleggen in landelijke regelgeving? Of moet we het niet zoeken in meer regelgeving, maar in andere vormen van professionalisering en inbedden in de organisatie? Hoe zorgen we er dan voor dat alle kinderopvangorganisaties zich actief blijven ontwikkelen in het ondersteunen van kwetsbare gezinnen? Dat zijn vragen waar we ons het komende jaar over gaan buigen.’

Het volledige verslag van de BMK vind je hier.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.