Hoe laat je jonge kinderen meer bewegen op de opvang?

De kinderopvang kan een belangrijke rol spelen bij het laten bewegen van kinderen van 0 tot 4 jaar. Maar hoe ga je om met uitdagingen, zoals tijdgebrek of veiligheidseisen? Drie experts geven tips om meer beweegmomenten te creëren voor de allerjongsten.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
AdobeStock

Veel mensen denken dat jonge kinderen sowieso veel bewegen. ‘Terwijl dat in de praktijk wanneer je het daadwerkelijk meet bij veel kinderen toch echt weinig is’, zegt Jessica Gubbels, universitair docent bij de afdeling Gezondheidsbevordering aan de Universiteit van Maastricht. Het is best lastig om in een vol programma extra beweegmomenten of kleine spelletjes toe te voegen. Toch weet Gubbels verschillende creatieve oplossingen. Houd bijvoorbeeld een staand kringgesprek. ‘Ben je bang dat kinderen gaan rondlopen, leg dan hoepeltjes op de grond. Dan houd je de kinderen toch enigszins begrensd, maar kunnen ze wel lekker bewegen.’

Tijdgebrek

Een veelgehoorde uitdaging is tijdgebrek. Gubbels: ‘Belangrijk is dan om te kijken hoe je meer bewegen kunt inbouwen in het bestaande dagelijkse patroon.’ In bijvoorbeeld de SuperFIT aanpak, ontwikkeld door de Universiteit Maastricht in samenwerking met de buurtsportcoaches van Ecsplore en kinderopvangorganisatie Spelenderwijs, wordt daar veel aandacht aan besteed. Denice van Appeldoorn is sportmakelaar in Stadsdeel Oost van Amsterdam, waar zij zich als buurtsportcoach vooral richt op kinderen van 0 tot 6 jaar. In Amsterdam-Oost heeft ze een yogadocente gevonden voor de voorschool. Ze werkt met een boek met plaatjes. ‘Bewegingen die worden voorgelezen en voorgedaan en vervolgens door de kinderen worden nagedaan. Volgens het principe plaatje – praatje – daadje. Dat slaat heel goed aan. Kinderen die graag luisteren vinden het fijn, en kinderen die liefst op beeld reageren vinden de plaatjes prachtig. En iedereen beweegt.’

Mirka Janssen, persoonlijk lector Bewegen In en Om School aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding en eigenaar van PLAYgrounds, een interventie gericht op meer en beter buitenspelen, vult aan: ‘Gebruik dergelijke voorbeeldplaatjes als beginpunt, als inspiratie. Laat de kinderen vooral lekker vrij bewegen, zonder dat ze echt aan een voorbeeld te hoeven voldoen. Binnen, maar ga ook lekker buiten spelen.’ Van Appeldoorn doet dat regelmatig.

Gubbels denkt dat kinderen ook actiever kunnen worden betrokken in de reguliere dagelijkse activiteiten. ‘Kinderen kunnen best al veel dingen zelf doen. Jasjes halen, bekers verzamelen… Kleine voorbeelden die geen of weinig extra tijd kosten. Maar het levert wel iets extra’s op voor de kinderen in de vorm van beweging en ontwikkeling.’

Van Appeldoorn wijst ook op het belang van partners en sleutelfiguren die kunnen helpen. ‘Benader die buurtsportcoach, het wijkteam, een sportvereniging in de buurt. Mijn ervaring is dat iedereen enthousiast is als je iets met bewegen wilt doen voor de allerjongsten. Er zijn ook verschillende erkende beweegprogramma’s die je kunt inzetten. Denk aan Beweegkriebels, Nijntje Beweegdiploma en Beweeg Wijs. Of kijk naar kruisbestuivingen met sportverenigingen. Zo kun je elkaar versterken.’

Veiligheid

Kinderen die lekker bewegen kunnen ook pijnlijk vallen. Veel pedagogisch medewerkers zijn bang voor die gevolgen. ‘Begrijpelijk en gemakkelijk om dan te zeggen: we blijven maar op het stoeltje kleuren. Dan kan er niks misgaan en voldoen we aan alle regels’, zegt Gubbels. ‘Terwijl dat natuurlijk enorm remmend werkt.’

Maar hoever kun je dan gaan met risico’s? En wat mag je wettelijk gezien als pedagogisch medewerker? In de Wet op kinderopvang zijn wel algemene, maar geen specifieke richtlijnen verankerd voor een veilig aanbod van sport- en bewegingsactiviteiten. ‘Die richtlijnen gaan bijvoorbeeld over het aantal aanwezige pedagogisch medewerkers per kind en over EHBO. Maar er zijn geen wettelijke richtlijnen over wat pedagogisch medewerkers op sportief vlak met peuters in de speelzaal mogen doen’ zegt Mirka Janssen. Mogelijke risico’s hangen samen met de accommodatie en eventuele aanwezige speeltoestellen. Janssen: ‘Het is belangrijk om op beleidsniveau aan te geven hoe je risico’s beperkt. Dat doe je met name door scholing voor de medewerkers, zodat zij weten welke activiteiten ze kunnen aanbieden, hoe ze materialen kunnen gebruiken en aan welke veiligheidsafspraken je je houdt. Daarnaast is gezond verstand en een goede relatie met de kinderen cruciaal.’

Gubbels: ‘Een praktische suggestie is om vooral het contact met de ouders op te zoeken. Wees niet bang om aangesproken te worden als een kind een gat in de broek heeft of een blauwe plek. Wees er eerlijk over. En informeer ouders, betrek ze bij je activiteiten. Je kunt een fantastisch beweegprogramma opzetten, maar als een kind kleren aanheeft die niet vies mogen worden of waarin het niet kan bewegen, dan schiet het nog niet op.’

Hoe bereik je ouders?

Als het belang van bewegen thuis niet wordt ingezien, is het lastig om dat bij de kinderopvang te compenseren. Denice van Appeldoorn: ‘Via de opvang en peuterspeelzalen verspreiden wij folders, nieuwsbrieven en posters van onze activiteiten binnen en buiten de opvanglocatie. Maar het blijft lastig hoor, je moet eigenlijk echt de buurt in, een sleutelfiguur in de wijk hebben die veel ouders kent. In Amsterdam-Oost werk ik veel met degene die de Aanpak Gezond Gewicht in de wijk uitvoert. Die kent werkelijk iedereen. Zij zou ook een goede contactpersoon zijn voor pedagogisch medewerkers die meerdere ouders willen bereiken. Verder spelen OKT’s, ouder-kind-teams een grote rol bij het bereiken van gezinnen met kinderen waar problemen spelen. En vergeet ook de kracht niet van de communicatie tussen ouders onderling. Als er een paar enthousiast zijn, kun je dat goed gebruiken.’


Dit artikel is een samenvatting van het artikel ‘Kinderopvang en bewegen: benut je kans’ van het Kenniscentrum Sport, geschreven voor Rebecca Beck, Nancy Poiesz en Femke van Brussel-Visser.

Meer informatie over bewegen in de kinderopvang: www.kenniscentrumsport.nl/kinderopvang

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.