Groene pedagogiek tussen de oren

Groen Cement en het vakblad Kinderopvang hebben 2014 uitgeroepen tot het Jaar van de Groene Kinderopvang. Reden om dit jaar vaker stil te staan bij groene buitenruimtes en groene pedagogiek. In dit artikel: wat te doen als de pm’ers geen zin hebben om met de kinderen naar buiten te gaan?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Groene pedagogiek tussen de oren

Soms valt het niet mee om pm’ers te enthousiasmeren voor het buitenleven. Onwennigheid is voor sommigen van hen een belemmering om met aarde, planten, bomen en insecten aan de slag te gaan. Dat merkt ook Marc Veekamp, die voor Veldwerk Nederland sinds 2011 het programma Groen gescoord! organiseert. Momenteel doorlopen zes kinderopvangorganisaties het vergroeningstraject. ‘Ik kom wel eens bij kinderopvangorganisaties waar ze mooie groene tuinen hebben aangelegd, maar waar na een tijdje bijna niemand meer buitenkomt. Vaak zijn het individuele werknemers die in hun eentje de kar trekken, omdat zij het leuk vinden om de tuin te onderhouden en activiteiten te bedenken. Maar dat is kwetsbaar: als diegene vertrekt, stort het in.’ Daarom is het belangrijk om het groene denken in de hele organisatie in te bedden, zegt Veekamp. De groene voornemens moeten vertaald worden in pedagogisch beleid. En er moet draagvlak komen. ‘Je wilt niet dat een klein groepje zich aangesproken voelt en de rest denkt: o, wéér iets dat moet.’ Soms is het nodig om per locatie een brainstorm te organiseren voor álle medewerkers.

Toegankelijk aanbieden

Trias Kinderopvang (7 bso, 3 kdv) maakte in 2012 een omslag van een antroposofische organisatie naar eentje waar de natuur centraal staat. De organisatie doorliep het traject Groen gescoord! en trainde alle medewerkers in het nieuwe denken. Op alle locaties werd gevraagd welke pm’ers zin hadden om als lid van de natuurwerkgroep tweemaal per jaar een natuurproject te organiseren en daarmee natuurambassadeur te worden. Er volgden een vlinderproject, een boomproject en een afvalproject. ‘Pm’ers uit de werkgroep kwamen met ideeën en droegen de plannen op hun locatie uit’, vertelt projectleider Edith Alkemade. Ter ondersteuning op de groepen werden themakisten met natuurmaterialen en mappen uitgedeeld met gedetailleerde achtergrondinfomatie, knutselactiviteiten en tips voor uitstapjes in de buurt. Samen met de directeur ging Alkemade alle locaties af om ter plekke te kijken hoe de projecten liepen en wat er zoal beter kon. Komend jaar willen de twee nog meer als coach ondersteuning bieden bij het uitvoeren van natuuractiviteiten. ‘Pm’ers kunnen bij vernieuwingen vaak sceptisch zijn, maar als ze zien hoe kinderen reageren op de natuur en hoe dat in hun voordeel werkt, verandert dat snel’, zegt Alkemade. ‘Ouders en kinderen vinden het leuk; het is voor iedereen meteen duidelijk dat werken met de natuur een verrijking is.’ Daarbij scheelt het enorm dat de activiteiten in een leuke, toegankelijke vorm aan de pm’ers worden aangeboden, denkt de projectleider. ‘Dat wij het in die mappen heel precies voorkauwen, scheelt ze veel tijd. Door steeds iets nieuws toe te voegen en de bestaande projecten te herhalen, proberen we hun kennis te vergroten. Je kunt ook niet van ze verwachten dat ze meteen alles weten van kriebelbeestjes.’

Voor pm’ers is uiteindelijk niets inspirerender dan ze mee naar buiten te nemen en ze zelf dingen te laten ondernemen, heeft Veekamp gemerkt. ‘Bijvoorbeeld met een blinddoek voor door de tuin lopen en je andere zintuigen gebruiken. Voor sommigen gaat er een wereld open, omdat ze zien hoe simpel het kan zijn. Zeker pm’ers zijn doorgaans erg creatief.’ Aan de hand van de pedagogische werkplannen kunnen ze concreet aan de slag: wat maken we voor tuinregels? Wat vinden we van boompje klimmen? Ook wordt vaak vastgelegd hoelang kinderen dagelijks minimaal buiten spelen. Veekamp: ‘Bij discussies over het minimaal aantal uren buiten zeg ik vaak: waarom draaien we het niet om, hoe lang verblijven ze maximaal binnen? Laten we naar buiten gaan vanzelfsprekender maken met een integraal aanbod van binnen en buiten, zodat het niet meer een kwestie is van “even de kinderen uitlaten”.’

Eén geheel

Jan Kersten van Bureau Niche, die alweer tien jaar geleden ‘Spelen in de buitenruimte’ ontwikkelde voor pm’ers en managers, sluit zich daarbij aan. Het valt hem op dat er nog steeds vaak een ‘knip’ gemaakt wordt tussen binnen- en buitenruimte. ‘Beschouw het als één geheel’, zegt hij net als Veekamp. Zijn advies: maak een buitenruimte die niet alleen aantrekkelijk is voor kinderen, maar ook voor volwassenen. ‘Pm’ers staan maar ergens terwijl de kinderen buiten spelen. Zij mogen ook zitplekken hebben. Je kunt de buitenruimte beschouwen als een extra huiskamer, een plek waar het prettig toeven is voor iedereen. Dan wordt het voor pm’ers ook leuker. Het spel van de kinderen ontwikkelt zich vanzelf en dan doen pm’ers ook mee.’

Daarnaast zijn de praktische voorwaarden natuurlijk belangrijk: de babygroep vlakbij de deur, het toilet in de buurt, niet eerst tien deuren door moeten om buiten te komen. Over dat soort zaken wordt bij nieuwbouw vaak slecht nagedacht, merkt Kersten. Ook de omvang van de buitenruimte kan vaak groter. Maar een aparte visie op buiten spelen is niet eens nodig, vindt hij. Aandacht voor buiten spelen volgt vanzelf uit de pedagogische visie. ‘Het welbevinden van het kind hangt samen met de fysieke ruimte. Frisse lucht, het gebruik van de zintuigen, gevarieerd spelen; iedereen weet dat kinderen in het bos prettiger spelen dan op een kale vlakte. En dat er minder conflicten zijn dan op plein. Je moet pedagogische visie simpelweg vertalen naar binnen én naar buiten.’

Groene competenties

Moeten pm’ers van een groen kindercentrum voortaan geselecteerd worden op groene competenties? Dat is niet nodig, vinden Veekamp, Kersten en Alkemade. ‘Als medewerkers zeggen dat ze niets met de natuur hebben, benader ik ze als een team’, zegt Kersten. ‘Iedereen heeft wel iets waar hij goed in is. Als je goed bent in organiseren, regel je een avond voor ouders over buiten spelen. Een ander doet de inrichting van de tuin, enzovoorts. Zo kun je dat als team oppakken en voorkomen dat één groene collega helemaal losgaat, terwijl de rest niks doet.’ Bij Trias is het niet zo’n groot punt als nieuwe medewerkers niet zoveel met natuur hebben. Alkemade: ‘De leidster-kindrelatie staat voorop, je kunt ook goed zijn in sport. Maar iemand die zich echt afzijdig houdt, zal erop aangesproken worden. Buiten spelen en je verdiepen in de natuur maken tenslotte deel uit van ons pedagogisch beleid.’

Veekamp ziet dat tijdens trainingen de overgrote meerderheid graag meedoet, gelukkig. Die cursisten laat hij aan het woord. ‘Zij doen het verhaal tegenover degenen die op de rem staan. Dat werkt beter dan als ik daar als een soort groene goeroe voor de groep sta.’

Informatie

Meer over alle activiteiten in 2014: www.jaarvandegroenekinderopvang.nl
Spelen met buitenruimte van Bureau Niche is een handboek met veel suggesties voor activiteiten die pm’ers kunnen ondernemen in de eigen buitenruimte. Van inventarisatie naar inspiratie, plan en uitvoering. Aanbieding voor lezers van MK: van € 17,50 voor € 10,-.
www.bureauniche.nl
Rupsen horen poepen van Jeanette Boogmans laat zien hoe je kinderen natuur kunt laten beleven aan de hand van zes zintuigen. De werkvormen zijn niet alledaags. Te bestellen bij www.veldwerkwinkel.nl voor € 29,95.

Foto: Kinderopvang ZON!

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.