‘De laatste drie maanden kon ik twee keer werken’

‘Niet weten waar ik volgende week zou werken, leverde stress op’, deelt pedagogisch medewerker Maaike Janssen. Zij is niet de enige. Steeds meer pm’ers komen in een flexpool terecht. Dit is pittig. Wij hebben twee flexmedewerkers gevraagd naar hun ervaringen met flexwerken.
‘De laatste drie maanden kon ik twee keer werken’
Foto: ANP XTRA

Door reorganisaties moest Maaike Janssen noodgedwongen als flexwerker aan de slag. Ze was boventallig. ‘Ik was compleet overdonderd. Ik werkte al negen jaar in de kinderopvang. Opeens voelde ik mij weer als een beginneling. Een stagiaire. Mijn zelfvertrouwen kreeg een deuk, want het voelde alsof ik minder was.’

Financiën

Suzanne Vermeulen kwam net van haar opleiding tot pedagogisch medewerker. De banen lagen niet voor het oprapen. Daarom kwam ze in de invalpool terecht met een nulurencontract. In het begin was er genoeg werk, maar na een paar jaar werd ze nauwelijks meer opgeroepen. ‘Ik werkte gemiddeld twee dagen in de maand. Dat is financieel erg lastig. Werkte ik meer, dan moest ik geld opzij leggen. Ik wist niet hoe ik er de volgende maand voor stond. De laatste drie maanden werd ik maar twee keer opgeroepen. Toen ben ik ander werk gaan zoeken’. Suzanne doet nu tijdelijk uitzendwerk, maar hoopt in de toekomst een vaste baan te krijgen in de kinderopvang.

Oproepkracht

Maaike werkt nu weer tijdelijk op een vaste locatie, maar dat was voorheen anders. Als flexmedewerker had ze een vast aantal uren dat over verschillende locaties verdeeld werd. Meestal kreeg ze de vrijdag voor de volgende werkweek haar werkdagen door. ‘Wanneer ik in het weekend nog niet wist waar ik aan het werk ging, dan leverde dit stress op. Ik wachtte tot ik gebeld werd’. Die onzekerheid vond Suzanne erg lastig. Negen van de tien keer wist zij niet of ze moest werken. Privéafspraken maakte ze altijd onder voorbehoud.

Aan de ene kant de roep om meer kwaliteit en aan de andere kant de roep van ouders om meer flexibiliteit: BOinK vindt dat de kinderopvang inmiddels voor een onmogelijke opdracht staat. Met de bezuinigingen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd, wordt het voor kinderopvangorganisaties immers steeds lastiger om de gewenste pedagogische kwaliteit te leveren.

Op de groep

Beiden vinden het lastig om steeds op een andere groep te staan. Je moet alle nieuwe namen onthouden en de uitzonderingen weten, zoals allergieën. ‘Het is steeds schipperen een aanpassen. Dat kan om hele kleine dingen gaan zoals het smeren van broodjes. Wanneer mogen ze eten?’ zegt Maaike. Suzanne vult aan: ‘Elke groep heeft zijn eigen rituelen. Dit moet je even kort afstemmen met elkaar, maar daar is niet altijd tijd voor. Gelukkig kennen kleuters de rituelen wel en kun je daaraan zien wat gebruikelijk is.’

Collega’s

Ook is het wennen aan steeds andere collega’s. ‘Iedere collega werkt anders. Het is altijd de vraag hoe iemand iets oppakt’, geeft Suzanne aan. Maaike heeft gelukkig vooral prettige ervaringen met haar nieuwe collega’s. Ze is zelf erg open en dat helpt. Toch kan het soms moeilijk zijn om je betrokken te voelen bij een locatie. Als flexmedewerker is ze niet betrokken bij het organiseren van activiteiten. Dingen waar ze goed in is, blijven daarom onbenut. Suzanne heeft dezelfde ervaring. Ze nam niet deel aan vergaderingen en projecten en miste daardoor een echte band met een organisatie.

Vaardigheden

Flexwerken is volgens de twee best lastig. ‘Je moet echt superflexibel en heel stressbestendig zijn als flexmedewerker’, zegt Maaike. ‘Iemand zei ooit tegen mij dat alleen de beste pedagogisch medewerkers flex kunnen werken. Het is gewoon erg pittig.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.