Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

BMK-bestuurders discussiëren met experts over transitie kinderopvang

Avatar
Redactie Kinderopvang
Wat vinden experts van buitenaf van de transitie waar de kinderopvang nu voor staat: van een hybride sector naar een stelsel met een publieke financiering? Een discussie tussen BMK-bestuurders en externe experts leverden boeiende vergezichten op. De BMK doet hiervan verslag.
Foto: Adobestock/dima_pics

Anko van Hoepen, vicevoorzitter van de PO-Raad, Eric van der Burg, voorzitter Sociaal Werk Nederland en lid Eerste Kamer voor de VVD, Tof Thissen, algemeen directeur UWV Werkbedrijf en Gerda van Dijk, hoogleraar Publiek Leiderschap aan de VU, spraken met de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang over de ‘vermaatschappelijking van de sector’. Met andere woorden; wat betekent een transitietraject van de hybride sector die de kinderopvang nu is, naar een stelsel met een publieke financiering waarin private organisaties opereren die innovatief en ondernemend zijn maar waar geen winsten onttrekken? Een boeiende uitwisseling tussen BMK-bestuurders en experts met een blik van buiten, juist niet afkomstig uit de kinderopvang; zij lieten vanuit hun specifieke ervaring hun licht te schijnen op deze transitie.

Basisvoorziening

Het is duidelijk waar de BMK naar toe wil: naar kinderopvang als basisvoorziening voor alle kinderen van nul tot dertien jaar. Die basisvoorziening dient drie doelen: de ontwikkeling van kinderen en het bevorderen van kansengelijkheid, het faciliteren van werkende ouders en dus het stimuleren van de arbeidsmarkt, en het oplossen van de toeslagenproblematiek. Daar zet de BMK zich volop voor in. De eerste ‘proeve’ van een regeerakkoord van VVD en D66 zet goede stappen in die richting. De BMK vroeg de ‘experts met frisse blik’ hun visie te geven op mogelijkheden en kansen die zij zien op weg naar een nieuwe marktordening in de kinderopvang.

Kansengelijkheid

Tof Thissen (UWV) ziet een publiek gefinancierde kinderopvang wel – ooit – werkelijkheid worden, de proeve van het regeerakkoord biedt hoop. Tof: ‘Elk kind moet kunnen opgroeien tot een zelfstandig en weerbaar burger; daarvoor is het nodig dat ieder kind zich zo vroeg mogelijk zo breed mogelijk kan ontwikkelen. Zo dragen we bij aan kansengelijkheid voor alle kinderen en de arbeidsmarkt krijgt zo mensen die hun talenten kennen. Dat is voor werkgevers van belang. Elke euro die je investeert in breed toegankelijke kinderopvang kent een flinke multiplier voor de economie en de samenleving van nu en straks’.

Stip aan de horizon

Hoogleraar Gerda van Dijk wijst op het belang van de onderliggende waarden, dat gaat verder dan de stip op de horizon. Van Dijk: ‘Wat voor samenleving wil je zijn? Als we weten waar we naar toe willen, wat is dan de eerste stap die we moeten zetten? Na die eerste stap blijf je door ontwikkelen en ruimte geven aan wat zich ontvouwt als je samen met anderen optrekt met een gezamenlijke horizon voor ogen. Wat zijn (on)bedoelde en (on)verwachte effecten? Het is geen transitie van A naar B, een vastomlijnd punt, maar van A naar ‘ergens’. Als voorbeelden van de onderliggende waarden noemt ze: ‘Bijvoorbeeld dat alle kinderen gelijke kansen moeten krijgen. Maar laten we niet in de valkuil trappen om meteen het ideale plaatje te willen schetsen, dat beeld is namelijk dynamisch. Formuleer wél die waarden’.

Tweedeling

Eric van der Burg (SWN) wil dat er een einde komt aan de tweedeling in de kinderopvang. ‘Het kind van hoogopgeleide ouders gaat naar de kinderopvang, van laagopgeleide ouders naar de voorschoolse educatie of blijft thuis. We moeten naar een systeem toe waarin je dit onderscheid opheft; dit systeem leidt tot kansenarmoede. Wij willen een basisvoorziening, toegankelijk voor ieder kind van nul tot dertien jaar: een ontwikkelrecht. Dat is voor kinderen van ongelooflijk groot belang. Voor de kinderen van nu en voor de samenleving van later. En door de preventieve functie die kinderopvang vervult, is het op termijn nog goedkoper ook. Dat ook ouders zich beter kunnen ontwikkelen is een belangrijk bijeffect.’

Ontwikkelrecht

Anko van Hoepen (PO Raad) maakt onderscheid tussen de leerplicht in het onderwijs en het ontwikkelrecht in de kinderopvang. ‘Het doel van dat ontwikkelrecht is tweeledig: de ontwikkeling van het kind en het faciliteren van de arbeidsmarkt. De ontwikkeling van het kind moet wat mij betreft centraal staan, de voordelen voor de arbeidsmarkt zijn bijkomstig. Het maatschappelijk rendement van kinderopvang is groot. En laten we toch vooral een betere naam verzinnen dan kinderopvang!’

Discussie

Vervolgens ontstaat een dynamische discussie rond een aantal boeiende thema’s als kindontwikkeling, cultuur en de maatschappelijke boodschap. Alle experts zijn van mening dat het belang van de ontwikkeling van het kind het hoofddoel is van kinderopvang en dat deze overtuiging inmiddels breed gedragen wordt. Dat is een ware paradigma verschuiving. Eric van der Burg: ‘Alle seinen staan daarvoor op groen!’ De experts raden de BMK aan hier op te koersen. Tof Thissen: ‘leg de prioriteit bij het kind.’ Hoe kan het dat we het beeld dat kinderopvang vooral om de ontwikkeling van kinderen gaat niet verder krijgen? De aanwezigen zien dat dit voor kinderen van nul tot vier jaar nog wel lukt, daar is een breed gedragen beeld dat kinderen niet met een achterstand aan de basisschool moeten beginnen, want die achterstand valt niet meer in te halen. Anko van Hoepen: ‘Een schooldirecteur ziet het onder zijn/haar ogen gebeuren: kinderen komen met een achterstand op basisschool en gaan met achterstand van basisschool af. Bied ieder kind een hele dag, maak van onderwijstijd en opvangtijd samen ‘kindtijd’. Laat primair onderwijs en kinderopvang samenwerken om zo de ‘ontwikkeltijd’ van alle kinderen te verdubbelen. Juist voor kinderen van kinderen 4-13 jaar is dit van belang.’

Moederschapscultuur

Nederland kent een hoge deeltijdfactor die mede een gevolg is van onze Nederlandse moederschapscultuur. Het argument dat een kind het recht heeft om bij de moeder te zijn kwam naar voren toen indertijd de leeftijd van de leerplicht verlaagd werd. Dat vrouwen naast het moederschap ook werken is niet bij iedereen doorgedrongen. Met de boodschap dat kinderopvang goed is voor kinderen, kunnen we deze moederschapscultuur doorbreken. Kinderen gaan naar school omdat dat goed is voor hun ontwikkeling. Dat geldt ook voor de vierjarigen die nog niet leerplichtig zijn: 98% van hen gaat naar school. Dat kinderen naar school gaan maakt tevens dat ouders overdag kunnen werken; dat kinderopvang ook voor de arbeidsmarkt van belang is, eigenlijk net als het onderwijs, hoef je niet te benadrukken, stellen de experts. Het is een kwestie van het doorbreken van die cultuur. Gerda van Dijk: ‘Toon inlevingsvermogen, vraag moeders, zeker moeders met een lage opleiding, wat ze nodig hebben om te gaan werken’.

Boodschap

Hoe zetten we stappen met respect voor alle belangen? Tof Thissen: ‘De kinderopvang heeft ambassadeurs nodig, denk aan Jacco Vonhoff voorzitter van MKB-Nederland die onlangs in de NRC zei op de barricades te staan voor kinderopvang’. De externe experts zijn ervan overtuigd dat een andere vorm van marktordening vanzelf zal ontstaan als de kinderopvang slechts nog private organisaties kent die zich richten op innovatie en professionalisering zodat optimaal geïnvesteerd wordt in kwaliteit, én met een vorm van publieke financiering zodat kinderopvang toegankelijk is voor alle kinderen. Laat anderen deze boodschap vertellen. Die nieuwe marktordening komt er wel, focus maar eerst op het belang van kinderen.

Leren van de kinderopvang

Anko van Hoepen: ‘De PO-Raad pleit voor een publiek gefinancierde voorziening voor kinderen van nul tot dertien jaar. Het onderwijs kan nog leren van de kinderopvang. Daarnaast is het van groot belang dat alle partijen met elkaar in gesprek zijn in de Lokale Educatieve Agenda, waar het gesprek van scholen met de gemeente wordt gevoerd; daar ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Kinderopvang zou hier een standaard onderdeel van moeten uitmaken.’

Diversiteit in oplossingen

‘Neem de tijd, ga niet voor die ene oplossing in één keer en laat diversiteit in de oplossingen ontstaan en maak een keuze’ geeft Gerda van Dijk de BMK mee. Tof Thissen: ‘Ik kan je nu al voorspellen welk kind over twaalf jaar in de bijstand komt, dat is erg, daar moeten we nu iets aan doen!’ Anko van Hoepen vult aan: ‘Laat de ontwikkeling van kinderen alsjeblieft niet alleen over aan het onderwijs, laten we samen optrekken. En vergeet in de lobby de gemeenteraadsverkiezingen niet’. Eric van der Burg: ‘De proeve van een regeerakkoord van VVD en D66 is nog niet perfect, maar focus op dat wat er wel in staat en houd die focus vast: het vastleggen van een recht op kinderopvang. Laten we met elkaar op weg gaan’. Aan het einde van het gesprek wordt geconcludeerd dat het juist mensen van buiten de sector zijn die zeggen ‘laat de ontwikkeling van het kind centraal staan’ en laat dat de kernboodschap in de lobby zijn.

Tekst Hélène Smid (BMK) en Maaike Vaes

Vanuit BMK sloten bij dit gesprek aan: Gert Cazemier (tot voor kort interim bestuurder Wij zijn jong), Bart Elenga (directeur bedrijfsvoering Junis), Robert Sänger (bestuurder Sinne Kinderopvang), Hélène Smid (communicatie BMK), Lucas Vennemann (interim bestuurder DAK-kindercentra), Geert de Wit (bestuurder Kinderopvanggroep), Loes Ypma (voorzitter BMK) en Maaike Vaes (adviseur kinderopvang).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.