Blog Simon Hay – Voeden pedagogen onzekerheid?

Ik heb net een boek gelezen, geschreven door Dorine Hermans en Els Rozenbroek. Titel? ‘Geef dat kind een slok jenever’. Mijn nieuwsgierigheid was direct geprikkeld. En mijn eerste reactie als pedagoog (en vader) was dat die titel het slechtste advies ooit is dat je ouders kunt geven. Wat wilden de auteurs hiermee bereiken?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Het voorwoord schept duidelijkheid. Hierin leggen de auteurs uit dat kinderen vroeger een scheutje jenever in de melk kregen, zodat hun ouders (en niet per se de kinderen!) goed konden doorslapen. De auteurs willen ermee laten zien dat we opvoeddeskundigen vooral met een korreltje zout moeten nemen. Ze maken ouders alleen maar heel onzeker. Pedagogen denken te veel vanuit het perspectief van de kinderen en te weinig vanuit dat van de ouders.

Daar zit je dan als pedagoog. Is dit écht het effect dat ik heb op ouders en pedagogisch medewerkers? Mijn intentie is natuurlijk goed. En die van andere pedagogen die ik ken ook. Allemaal willen we graag kinderen, ouders en pedagogisch medewerkers helpen. Daar twijfel ik niet aan. Maar het gaat hier om het effect dat we kennelijk hebben op het gedrag van ouders en professionals. Ik besluit eerst het hele boek te lezen om vervolgens kritisch naar mijn handelen te kijken.

Ik moet zeggen, de auteurs schrijven treffend en met humor over de opvoeding van kinderen door de jaren heen. En ze laten goed zien hoe onze ideeën over opvoeding in de loop van de tijd zijn veranderd. Daar waar het nu om de kinderen draait, stonden honderd jaar geleden de ouders nog centraal. Children should been seen, not heard.
Vanaf het moment dat dit perspectief veranderde, kwam ook het opvoedadvies opzetten.

Want wat hebben kinderen nodig van hun opvoeder? Het is een vraag die niet eenvoudig te beantwoorden is. Zo moeten de context en tijdsgeest waarbinnen kinderen opgroeien meegenomen worden. Moesten kinderen vroeger vooral onzichtbaar en gehoorzaam zijn, nu zijn we veel meer geneigd de wegen die onze kinderen bewandelen (teveel) te vereffenen om zo aan hun behoeften te voldoen.

Mijn uiteindelijke conclusie is dat het een goed idee zou zijn om de inzichten van vroeger te integreren met de kennis van nu. De auteurs zijn van mening dat we op die manier zowel het perspectief van kind als van de ouder kunnen meewegen. Een mooie gedachte.

‘Daar waar het nu om de kinderen draait, stonden honderd jaar geleden de ouders nog centraal’

Ik laat het gedachtegoed van de auteurs op mij inwerken en vraag me af of ik voldoende vanuit het perspectief van de ouders denk. Ik realiseer mij dat het mij helpt dat ik vader ben van jonge kinderen en vrienden om mij heen heb die ook een jong gezin hebben. Dat maakt het voor mij makkelijker. Toch blijft ‘begrip tonen en niet oordelen’ een aandachtspunt. Ik merk dat ik op sommige momenten te veel ‘college geef’, daar waar ik beter gewoon goed kan luisteren naar wat de ander nodig heeft. Het mooie is wel dat als ik iemand vertel dat dit een aandachtspunt is voor mij, dit het contact met de ander herstelt. Open en kwetsbaar durven zijn en aangeven dat je iets fout hebt gedaan, doet wonderen. De ander voelt dat fouten maken mag, er is geen oordeel en onzekerheid neemt af.

Wat ik wel jammer vind aan het boek, is dat de auteurs alle opvoeddeskundigen over één kam scheren. Pedagogen zijn in hun ogen strenge deskundigen die vanuit de theorie met het vingertje wijzen en onpraktische adviezen geven. Ze maken ouders onzeker door alleen te focussen op de behoeften van kinderen. Ik ben het op dit vlak niet met ze eens. Pedagogen hebben wel degelijk toegevoegde waarde. Zeker als zij vanuit het buitenperspectief kennis op maat bieden aan ouders en professionals en dat doen vanuit contact en zonder oordeel. Ik denk dat als de auteurs pedagogen op deze manier hadden aangesproken het effect (nog) krachtiger was geweest.

Toch wil ik Dorine en Els bedanken voor hun prikkelende en laagdrempelige boek. Het heeft mij weer op scherp gezet. Ik moet mij voortdurend bewust blijven van het mogelijke effect van mijn handelen op ouders en medewerkers in de kinderopvang. Het is belangrijk te blijven toetsen of mijn handelen bijdraagt aan het behalen van mijn doel en passie: kinderen, ouders en professionals zo veel mogelijk ondersteuning bieden in de opvoeding.


In zijn vorige blog schrijft Simon over de pedagogische kwaliteit. Wanneer deze getoetst is, kunnen pedagogen dan zelf aan de slag om verbeteringen door te voeren? Volgens hem blijkt de praktijk weerbarstiger. Lees deze blog hier


 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.