Blog Simon Hay – Aanval de beste verdediging?

‘Waar blijft de dialoog?’ Het is de titel van een artikel uit de laatste Management Kinderopvang. In het stuk reageren kinderopvangdirecteuren anoniem op de nieuwe werkwijze van inspecteren door de GGD. Ze zijn er niet tevreden over. GGD GHOR verdedigt zich. Ze geven aan te moeten wennen aan het inspecteren van nieuwe items die voortkomen uit de wet IKK. En op het commentaar van de kinderopvangorganisaties dat inspecteurs pedagogisch niet geschoold zijn, reageert de GGD dat dit wel degelijk gebeurt. Het artikel verandert ondertussen niets aan de relatie tussen houder en toezichthouder. Zij blijven lijnrecht tegenover elkaar staan. Wie is hier aan zet?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Gelijkwaardigheid

Een dialoog tot stand brengen, is geen gemakkelijke opgave. Dat komt door de verschillende rollen die deelnemers aan het gesprek hebben. De houder moet verantwoorden, de toezichthouder beoordelen. In eerste instantie geen gelijkwaardige relatie dus. Het maakt een dialoog moeilijker. Het is dan ook begrijpelijk dat zo’n dialoog niet vanzelf tot stand komt. Toch is het voor beide partijen essentieel dat zij een gelijkwaardig gesprek kunnen voeren. De houder wil zich gehoord en geholpen voelen in zijn soms lastige zoektocht naar goede verantwoording van de kwaliteit die hij biedt. Maar ook de toezichthouder wil een goed en concreet beeld krijgen. En dat kan mijns inziens niet zonder wederzijds vertrouwen.

Vertrouwen

Vertrouwen is iets dat je moet verdienen. Je bouwt het op als je op een gelijkwaardige manier met elkaar kunt spreken; het breekt af als er geen goede dialoog is. Je ziet het aan het artikel uit Management Kinderopvang. De door de houders genoemde voorbeelden brengen schade toe aan hun vertrouwen in de GGD. Zij voelen dat de beoordeling van de kwaliteit in de praktijk rigide is en niet op maat genoeg om de nuance van de dagelijkse praktijk op een realistische manier te waarderen. Dat voelt bedreigend en wellicht lijkt de aanval in zo’n geval de beste verdediging.

‘Ik stel voor dat wij, de kinderopvangsector, het vertrouwen van de GGD gaan winnen’

Maar andersom beschadigen de houders ook het vertrouwen van de GGD. Door hun kritiek te uiten in een vakblad voor de kinderopvang en door openlijk twijfel uit te spreken over de pedagogische kennis van de inspecteurs van de GGD. Uitspraken die er niet aan bijdragen dat die inspecteurs meer vertrouwen krijgen in onze sector. Sterker nog, het zorgt eerder voor nog meer wantrouwen.

Herstelaanbod

De GGD spreekt van een herstelaanbod, een landelijke werkwijze waarbij organisaties de mogelijkheid krijgen overtredingen zo snel en efficiënt mogelijk te herstellen. Een goed idee. Toch denk ik dat er eerst iets anders hersteld moet worden. Namelijk de relatie tussen houders en toezichthouders. Zolang er onderling namelijk nog wantrouwen bestaat, blijven we tegenover elkaar staan, kibbelend over details, voorbeelden en incidenten.

Toch zie ik gelukkig ook dat er al gezamenlijkheid is. We hebben tenslotte allemaal hetzelfde doel: het bieden van kwalitatief goede kinderopvang. Ook maak ik uit het artikel op dat beide partijen van goede wil zijn. De GGD wil af van het idee dat houder en toezichthouder tegenover elkaar staan. De houders geven aan behoefte te hebben aan een partner met wie zij kunnen spreken over wat pedagogische kwaliteit is en hoe die in de praktijk terug te zien is. Een goed vertrekpunt lijkt me.

Initiatief nemen

Terug naar de vraag ‘waar blijft de dialoog?’. Wat mij betreft is die te afwachtend. Want hoe lang gaan we nog naar elkaar kijken, hopend op een antwoord dat uit de lucht komt vallen? Ik stel voor dat wij, de kinderopvangsector, het vertrouwen van de GGD gaan winnen. En dat betekent: niet meer afwachten en hopen dat de toekomst zich uitvouwt op een manier die wij graag zien, maar ons opstellen als een proactieve gesprekspartner. Het is tenslotte onze verantwoordelijkheid om een beeld te geven van de pedagogische kwaliteit die wij zelf te bieden hebben. Elke organisatie heeft toch ook scherp op het vizier wat de kindbezetting is, of het personeelsbestand in balans is en wat het ziekteverzuimpercentage is? Ondertussen plaatsen we onszelf nog steeds in de underdogpositie richting de toezichthouder door dit niet duidelijk voor het voetlicht te brengen. En dat leidt ertoe dat we nog steeds slechts achteraf kunnen reageren op wat de toezichthouder zegt.

Breng je eigen pedagogische kwaliteit dus goed in kaart en bespreek die informatie met de GGD. Laat zien waar je goed in bent en waar je nog kunt verbeteren[1]. Maak een actieplan waarin je zichtbaar maakt op welke manier en wanneer je je verbeterpunten gaat aanpakken. Ik weet zeker dat de dialoog, die wij allemaal willen, dan vanzelf volgt.

[1] In een eerder blog heb ik verteld hoe wij dat bij mijn organisatie doen: https://www.kinderopvangtotaal.nl/blog/blog-simon-hay-jouw-pedagogische-kwaliteit-echt-goed/


De laatste keer schreef Simon een blog over jongens. Een Amerikaans onderzoek naar hoe leerkrachten naar jongens kijken, schokte hem. Maar toen hij dit vertaalde naar de kinderopvang, kwamen de conclusies hem helaas wel erg bekend voor. Lees de blog ‘Jongens, speels of stoorzender?’


 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.