Blog Peter van Zijl – Niet leuker, wel praktischer

De nieuwe Wet IKK blijft een hot topic. Maar niet iedereen kijkt blij als je het onderwerp aansnijdt. Neem de pedagogisch professionals. Dat zijn doeners. Praktische mensen die vooral bezig willen zijn met het vak waarvoor ze hebben gekozen: het begeleiden van kinderen in hun ontwikkeling. Misschien is het wel daarom dat de IKK nu al een wat negatieve reputatie heeft op de werkvloer.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

‘Onpraktisch’ is een veelgehoord woord. Ontzettend jammer, want het doel van de nieuwe wet is kwaliteitsverbetering en daar profiteert onze belangrijkste klant van, het kind.

De IKK-uitgangspunten worden door iedereen ondersteund. Het kind beter volgen, vaste gezichten op de groep, een mentor voor elk kind. Tegelijkertijd lopen pedagogisch medewerkers, locatiemanagers, maar ook directies, tegen organisatorisch onpraktische en strakke regels aan.

Ik was recent bij een informatiebijeenkomst van het projectteam implementatie IKK van SZW en GGD GHOR. Aanvankelijk viel het me op dat de zaal enigszins stil bleef. De managers leken geïntimideerd door de vloedgolf van regels die over hen heen kwam. Maar na een tijdje kwamen toch voorzichtig de kritische vragen los. Twee vaste gezichten op de groep, prima. Maar hoe zit het dan met de toezichthouders? Zou het niet prettig zijn als je als kinderopvangorganisatie ook ‘vaste’ inspecteurs zou zien voor een continue dialoog? De vaste-gezichtenregeling werpt sowieso obstakels op in de praktijk. Een kinderopvangorganisatie stelde: ‘Mijn twee vaste gezichten melden zich tegelijkertijd ziek. Ik kan niet aan de wettelijke verplichtingen voldoen. Dus regel ik twee vaste invallers voor vijf dagen per week. Maar wat zegt de GGD? Je hebt niet voldaan aan de regels.’

Kunnen we dit niet praktischer insteken? In Duitsland bestaat ook een vaste-gezichtenregeling, maar deze geldt ‘in principe’. Je mag bij kortdurende ziekte/vakantie ervan afwijken.  Of neem de 3 uursregeling, waarbij je precies moet vastleggen wanneer je wilt afwijken van de beroepskracht-kindratio, terwijl je daar in de praktijk soms handiger wat mee kunt schuiven.  Een pragmatische vertaling van de regels zou enorm helpen om draagvlak te realiseren voor de IKK-kwaliteitsslag. Waarom zo strak? Er hebben toch twee brancheorganisaties aan tafel gezeten bij de voorbereiding van de wetgeving; hebben de convenantpartijen de gevolgen voor de werkvloer onderschat?

Tijdens de informatiebijeenkomst werd uiteraard ook gevraagd hoe de GGD hierop gaat toezien. De landelijke GGD GHOR is niet de ‘baas’ van de GGD’en. Zij geeft dringende, maar geen dwingende adviezen. De 26 GGD’en controleren kindercentra in hun regio, rapporteren aan 380 gemeenten en vervolgens bepaalt elke gemeente wat er met een negatieve rapportage gebeurt. De handhaving kan dus variëren. De ene gemeente zal bij het vaste-gezichtenvoorbeeld zeggen: je had twee zieken, dat zijn verzachtende omstandigheden. Je hebt gedaan wat je kunt als kinderdagverblijf. Terwijl een andere gemeente een rode kaart trekt. Willekeurigheid in handhaving is natuurlijk wel het laatste waar we op zitten te wachten met al die nieuwe regels.

Dit overigens in tegenstelling tot de Onderwijsinspectie die wél landelijk en dus niet per gemeente is geregeld. Kan het ook anders? De IKK, mag het ietsje praktischer?

Ik hoor graag uw mening. Elke e-mail krijgt antwoord.

Peter van Zijl (43) is vader van drie dochters en al jarenlang klant van de kinderopvang. Hij is ook eigenaar van Quebble (software die de administratieve processen van kinderopvang en onderwijs ondersteunt en integreert). Peter gaat graag de dialoog aan: peter@quebble.com.

1 REACTIE

  1. Ik ben het als pedagogisch medewerker zo eens met het uitgangspunt dat het welbevinden van het kind voorop staat.Maar nu ik mij strak aan de drie uurs-regeling moet houden bekent dit in de praktijk dat mijn pauze korter duurt. Want als mijn collega terugkomt van haar pauze wil ik eerst een goede overdracht doen voordat ik zelf met pauze ga (En dat komt de verzorging van de kindjes op mijn groep niet ten goede). Ook ben ik als 56 jarige (een pedagogisch medewerker met meer dan 20 jaar ervaring) weer de schoolbank ingegaan. Want de stapel certificaten in mijn map, mijn ervaring als vestigingsmanager en stagebegeleider etc zijn onvoldoende op papier. Mijn werkgever wil mij de opleiding tot pedagogisch coach aanbieden maar dat lukt nu niet ivm de strenge eis op papier. Ik houd zo van mijn vak,ben dol op de kinderen en heb er veel voor over. Maar houd ik dit ook vol?

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.