Blog Kirsten Fröhlich – Snotneuzen

De snotneus is een hot item. Iedereen worstelt er mee. Snotneuzen, daar weten wij in de kinderopvang wel raad mee. Maar het zijn niet de bijdehante kinderen die worden bedoeld. Het zijn de groene en gele bellen die onder die wijze neusjes hangen, die het gesprek van de dag zijn.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Kirsten Fröhlich

Nog niet zo lang gelden losten wij dat nog gewoon op met een tissue. Vandaag de dag kan een snottebel een heel gezin ontregelen en tot discussies leiden tussen ouders, scholen, kinderopvang en werkgevers.

Iedereen die op een kinderdagverblijf werkt weet: snottebellen horen er nu eenmaal bij. Als we alle kinderen met een loopneus naar huis zouden moeten sturen, kunnen we de tent wel sluiten. Maar nu alles anders is, kijken we ook met hele andere ogen naar die snotneuzen. Het virus ligt immers nog altijd op de loer en niemand zit te wachten op een kleine corona-uitbraak in de kinderopvang. Maar erachter komen welke snotneus een onschuldig loopneusje is en welke een serieuze verkoudheid, blijkt in de praktijk best ingewikkeld.

We hopen dat ouders bij twijfel hun kindje niet brengen, maar ook zij voelen de druk van hun werkgever en snakken naar een werkdag zonder hun kleine snotneus. We realiseren ons dat maar al te goed en zijn er juist om ouders te ontzorgen. Daarom is het voor medewerkers in de kinderopvang zo lastig om een ouder met een verkouden kind meteen weer rechtsomkeert te sturen.

We volgen de informatie vanuit de Rijksoverheid en houden ons aan de adviezen van het RIVM. Het staat allemaal prachtig opgeschreven in mooie protocollen, maar het zijn de pedagogisch medewerkers die uiteindelijk ‘nee’ moeten verkopen. Soms letterlijk aan de deur of na een uurtje als blijkt dat het kind dat keurig schoongepoetst is afgegeven, eigenlijk snipverkouden is.

Er is veel begrip bij ouders, maar er zijn ook ouders die het allemaal een beetje overdreven vinden. De tegenstrijdige en steeds weer andere berichtgeving in de media, maakt het er ook niet gemakkelijker op. Overigens hoor ik niemand over het pedagogische aspect van het leuren met kinderen. Hoe zal het voelen voor een kind om weggestuurd te worden door die lieve juf die altijd zo blij was je weer te zien? En wat doet het met een kind wanneer zijn ouder hem morrend weer mee naar huis neemt, waar hij dus eigenlijk ook niet gewenst is?

‘Diepe buiging voor al die medewerkers die dit dagelijks moeten inschatten en uitleggen’

Kinderen met luchtwegklachten moet thuisblijven. Echter, het is niet de bedoeling dat kinderen vanwege een chronische verkoudheid een leerachterstand oplopen of niet meer naar de kinderopvang mogen. Daarom is er een handreiking langdurig neusverkouden kinderen.

Plotseling blijkt iedereen chronisch verkouden of is hooikoorts de boosdoener. Ouders gaan zelfs voor een verklaring naar hun huisarts, maar huisartsen geven geen geneeskundige verklaringen rondom corona. Een kind laten testen kan inmiddels wel, maar dat is best ingrijpend voor zo’n kleintje. En of een kind na een negatieve coronatest direct weer naar school en de kinderopvang mag, is tot op heden niet helemaal duidelijk. Bovendien krijg je de uitslag niet op papier omdat het slechts een momentopname is.

Nu recent onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen het virus nauwelijks overdragen, nemen de ouders het ook niet meer zo nauw, waardoor er nog meer snotneusjes aan de poort staan. Benadrukt wordt dat de kinderopvangorganisatie er in samenspraak met ouders uit moet komen. Een mix van de protocollen, de handreiking én het kind goed kennen, maar bovenal een kwestie van vertrouwen. Diepe buiging voor al die medewerkers die dit dagelijks moeten inschatten en uitleggen. Ga er maar aanstaan op de vroege ochtend in een tochtige deuropening, tegenover een ouder die op anderhalve meter afstand vraagt of Liesje met haar loopneus het vandaag toch weer mag komen proberen…

De nieuwe regels zijn voor veel ouders nog steeds wennen, maar de kinderen passen zich angstaanjagend snel aan. Een high five kan ook met de ellebogen tegen elkaar en ik heb al veel gebaren gezien voor knuffels en hartjes. Ik zie peuters die altijd moeite hadden met afscheid nemen nu zelfverzekerd en zelfstandig de anderhalve meter van buiten naar binnen overbruggen.

‘Ouders moet weer aan het werk en hun snotneuzen naar de kinderopvang’

Baby’s die liefdevol in de box worden gelegd, waar ze enkele seconden later met evenveel liefde worden opgepakt. Natuurlijk is er warmteverlies en oogt het overgeven van een kindje van arm op arm prettiger, maar de rust en vastbeslotenheid waarmee de fysieke overdracht nu gebeurt, geeft vertrouwen en doet in sommige gevallen zelfs meer recht aan de autonomie van het kind. Immers, het uiteindelijk overpakken van een aan de ouder vastgeklampt kindje, is ook niet fijn.

Pedagogisch medewerkers geven aan dat zij het niet zo erg vinden dat ouders niet meer eindeloos lang afscheid van hun kinderen staan te nemen. Het haal- en brengmoment is kort, wat de rust op de groep ten goede komt. Uitspraken als ‘Gaan jullie maar lekker spelen, ik ga aan het werk’, horen we nauwelijks meer, omdat iedereen zich meer dan ooit realiseert dat kinderopvang een vak is en dat er keihard wordt gewerkt.

De coronacrisis heeft de druk op de kinderopvang verhoogd. Tegelijkertijd hebben we laten zien hoe veerkrachtig we zijn en is er alom bewondering voor de flexibiliteit van onze sector. Er zijn immense inspanningen geleverd om opvang te blijven bieden aan kwetsbare kinderen en kinderen van ouders met een cruciaal beroep. We hebben ons in een enorm tempo aangepast aan de nieuwe situatie en er zijn creatieve oplossingen gevonden en mooie initiatieven ontstaan. Dat heeft veel waardering opgeleverd; de vraag is alleen hoe lang die houdbaar is.

Nu er weer plek is op de ic’s en het aantal coronabesmettingen dagelijks afneemt, gaat het al snel niet meer over de helden in de zorg en vitale sectoren, maar over geld en de gevolgen van de crisis voor de economie. Ouders moet weer aan het werk en hun snotneuzen naar de kinderopvang.

Als ik na een lange werkdag rond half zeven nog even vlug met een allesreinigerspray de werkplek sta schoon te maken, komt er een jongetje van de buitenschoolse opvang het kantoor binnen om zijn vergeten tas op te halen. Hij kijkt me bedenkelijk aan en vraagt wat ik aan het doen ben. Terwijl ik mijn best doe om in jip-en-janneketaal uitleg te geven over onze hygiëne maatregelen, valt hij mij in de rede en zegt: ‘Even een tip voor jou. Je moet niet alleen het toetsenbord, maar ook de muis en alle pennen die je hebt aangeraakt ontsmetten.’ Hij pakt zijn tas en steekt nog even aanmoedigend zijn duim naar me op. ‘Goeie tip, dank je wel’, zeg ik. Snotneus.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.