Afkomst van invloed op ontwikkeling woordherkenning

Kinderen van buitenlandse afkomst hebben een andere behoefte aan taalstimulering dan kinderen met een Nederlandse achtergrond. Klassikale lessen met daarin door de leerkracht gekozen woordjes helpen hen bij het herkennen van woorden. Voor kinderen van Nederlandse afkomst is het juist gunstig voor de woordherkenning als zij samen met klasgenootjes nieuwe woordjes en letters ontdekken.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Afkomst van invloed op ontwikkeling woordherkenning
Foto: ANP

Mirjam Snel ontdekte dit verschil bij kinderen in groep 3 met haar promotieonderzoek Development of beginning reading aan de Vrije Universiteit. Met dit onderzoek wil Snel achterhalen welke methode het beste de ontwikkeling van woordherkenning stimuleert. Daarvoor testte zij twee methoden: een aanbiedende (Direct Instruction, DI) en een genererende methode (Guided-Co-Construction, GCC). Bij de aanbiedende methode krijgen kinderen tijdens lessen letters, klanken en woorden aangeboden door een leerkracht. De leerkracht kiest volgens een lesprogramma welke woorden hij behandelt. Tijdens de genererende methode maken kinderen zelf samen met klasgenoten woorden en ontdekken zij samen verschillende letters, terwijl een docent toezicht houdt.

Buitenlandse achtergrond

Voor kinderen van Nederlandse afkomst blijkt de genererende methode, waarin kinderen door opdrachten met elkaar letters ontdekken en woorden maken, het meest effectief om het herkennen van woordjes te stimuleren. In de loop van groep 3 nemen de verschillen af en behalen kinderen met de aanbiedende methode bijna dezelfde resultaten. Uit het onderzoek van Snel blijkt verder dat kinderen uit een familie met een buitenlandse afkomst zijn beter scoren wanneer ze woordjes aangereikt krijgen door een leerkracht. Het gaat hierbij om de familie waaruit het kind komt en niet om waar het kind zelf geboren is.

Woordherkenning

Snel vergeleek de ontwikkeling van woordherkenning van 178 kinderen uit groep 3. Een deel hiervan kreeg les volgens de aanbiedende methode en een deel volgens de genererende methode. De kinderen kregen opdrachten die bij hun methode pasten uit de leesmethode Veilig Leren Lezen. Bij de eerste groep werden bovendien alle letters aan de letterlijn gehangen. Daardoor konden kinderen letters van elkaar leren die nog niet door de leerkracht behandeld waren. Bij de tweede groep hingen alleen de letters die de docent behandelde aan de lijn.

Tot nu toe laten Nederlandse onderzoeken naar VVE weinig hoopgevende resultaten zien. Maar effectieve VVE op een Nederlandse peuterspeelzaal kan wél, zegt Dré van Dongen. Hij is adviseur en voormalig projectleider VVE bij de Onderwijsinspectie. Lees meer >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.