Toneelspel: Je bent wat je draagt!

Toneelspel is een dankbare manier om kinderen uit hun tent te lokken. Maar het gaat een stuk makkelijker als je letterlijk in een andere huid mag kruipen. Dat kun je realiseren door de kinderen kleding, accessoires en attributen te geven. Spelen wat je draagt. Laat de kinderen improviseren met wat ze dragen. Je bent wat je aanhebt. Een paar ideeën.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Toneelspel: Je bent wat je draagt!
Foto: ANP Photo

Jurkenland

Alle spelers dragen een jurk, want ze wonen in Jurkenland. Maar het zijn wel allemaal verschillende jurken. Een kostuum bijvoorbeeld zoals een priestertoga, rechtertoga, verpleegkundigenuniform of stewardessenpakje. Maar het kan ook een Romeinse drapering, een Schotse kilt, een Middenoosters wit gewaad of een kostschoolkostuum zijn. Of houd het simpeler met een ouderwetse bloemetjesjurk en een aantal merkwaardige feestjurken. Geef de kinderen fantaseertijd. Iedereen mag zelf bedenken hoe hij of zij heet en hoe zijn toneelfiguur precies is.

 

Die pet past iedereen

Hoeden zijn een inkopper. Je moet ze wel een tijdje verzamelen. Bel de lokale politie, brandweer, bakker, ziekenhuis en probeer of je bijvoorbeeld via de pr-afdeling oude hoeden kunt krijgen. Vraag ook ouders. Heeft iemand nog een mooie hoed met veren, een Ernest Hemingway hoedje, een Sinterklaas mijter of Zwarte Piet pet of baseballpetjes liggen? De kinderen mogen zelf een fraaie hoofdtooi kiezen en die persoon spelen.

 

Stoute schoenen

Trek de stoute schoenen aan. Zet een rij (flinke maten) schoenen neer en laat elk kind via de schoenen in iemands huid kruipen. Denk aan klompen, kaplaarzen, hoge hakken en tijgerlaarzen. Of gooi het op sport met rijlaarzen, snowboots, skischoenen, klimschoenen, rijwielschoentjes en duikflippers.

 

Bokkepruiken

Pruiken zijn helemaal ideaal voor dit spontane toneelspel. Een grote afropruik, lange, weelderige blonde haren, een kort knalrood kapsel. Zodra je ander haar hebt, ben je meteen een ander mens.

 

Het toneelspel

Voor het toneelspel kun je verschillende vormen kiezen. Denk aan improvisatietheater, waarbij de kinderen het verhaal, de personages en de dialogen ter plekke verzinnen. Je kunt ze een paar elementen geven zoals, kies drie elementen uit het volgende lijstje:

–          Het verhaal speelt zich af op een andere planeet.

–          Er is een diefstal gepleegd van een raar voorwerp.

–          Een van de spelers is eigenlijk een tovenaar, maar niemand weet dat.

–          Zodra de regisseur in zijn handen klapt, moet iemand iets grappigs zeggen en de rest moet lachen.

–          Twee van de spelers komen van een andere planeet en proberen dat geheim te houden.

–          Er is een tekort aan water en iedereen heeft dorst. Los dit op.

–          Het verhaal speelt in een land waar het verboden is om te lachen.

–          Iedereen is bang van de gevaarlijke onzichtbare ijsbeer.

–          Als de regisseur in zijn handen klapt, begint het heel hard te regenen en te waaien.

–          Een moeilijke: als de regisseur op een fluitje blaast, verandert iedereen van stemming. Dus wie boos was, wordt nu blij. Wie de baas speelde, wordt nu heel aardig en volgzaam. Leuk om ook zomaar te oefenen.

 

Je kunt de kinderen zo uit de losse pols laten acteren, maar je kunt ze ook een half uur geven om met elkaar een simpel stuk te bedenken. Dan is het minder improvisatie, maar ook iets minder lastig. De regisseur is een van de oudere kinderen. Spreek met dit kind goed af wat zijn rol is.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.