Vraaguitval vooral door lagere en modale inkomens

Het gebruik van kinderopvang is in het derde kwartaal van 2014 niet veel veranderd ten opzichte van het tweede kwartaal. Maar vergeleken met hetzelfde kwartaal in 2013 valt op hoe groot de vraaguitval is van kinderen uit gezinnen met een lager en modaal inkomen ten opzichte van de hogere inkomens. Dit blijkt uit de kwartaalcijfers die minister Asscher publiceerde.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Vraaguitval vooral door lagere en modale inkomens
Foto: ANP

Omdat ouders in de hoogste inkomenscategorie in 2013 geen recht hadden op kinderopvangtoeslag, wordt het algemene beeld van vraaguitval enigszins vertekend. Het aantal kinderen uit een gezin met een 3x modaal inkomen en hoger nam in een jaar tijd met 43 procent toe. Zij namen ook 9 procent meer uren af in het derde kwartaal van 2014 vergeleken met hetzelfde kwartaal in 2013.

Inkomenscategorieën

De totale terugloop van kinderen uit de lagere en midden-inkomensgroepen is, vergeleken met het derde kwartaal in 2013, 43 procent. 15 procent van die uitval komt van kinderen uit de modale tot 1,5 modale inkomenscategorie en nog eens 15 procent van de uitval komt door kinderen uit de inkomenscategorie 130 % van het wettelijk minimum inkomen en modaal. Nog eens 13 procent kinderen uit de allerlaagste inkomenscategorie haakten in een jaar tijd af. Bij de inkomenscategorieën 1,5 keer modaal tot 3 keer modaal was er ook vraaguitval, maar die was een stuk geringer: 7 procent.

Kinderdagverblijven

Verder valt op dat het aantal kinderen dat gebruik maakt van kinderopvang in het derde kwartaal van 2014 hoger is dan vorig jaar: 637 duizend nu en 629 duizend kinderen toen. Vergeleken met het tweede kwartaal in 2014 maken er minder kinderen gebruik van kinderopvangtoeslag, maar dat is logisch omdat in de zomer altijd minder gebruik wordt gemaakt van kinderopvang. De vraaguitval manifesteerde zich vooral in de dagopvang en bij gastouders in de leeftijdscategorie 4-12 jaar. In de bso was in het derde kwartaal van 2014 sprake van een lichte groei vergeleken met 2013. De opvang van kinderen van 0-4 jaar door gastouders steeg ook licht.

Meer bso’s

In totaal gingen er 256 duizend kinderen naar de dagopvang, 283 duizend naar de buitenschoolse opvang en 98 duizend naar de gastouderopvang. Er is sprake van een kleine trendbreuk bij bso’s. Het aantal bso’s nam de laatste zeven kwartalen af, maar steeg in het derde kwartaal van 2014 weer eens tot 6.361 locaties. Er kwamen er dertig bij vergeleken met het tweede kwartaal. Het aantal kinderdagverblijven stijgt al langer, hoewel dit aantal wordt beïnvloed door het omzetten van peuterspeelzalen naar peuteropvang. In totaal waren er 6.377 dagopvanglocaties. Het aantal gastouders blijft maar afnemen. In het derde kwartaal waren er 37.215. Dat betekent dat er in een jaar tijd ruim 4 duizend gastouders zijn gestopt.

Arbeidsparticipatie

Wat betreft de arbeidsparticipatie van vrouwen en mannen veranderde er niet veel. Jonge moeders en vrouwen in het algemeen werkten in het derde kwartaal van 2014 iets minder, maar vergelijk je de cijfers met hetzelfde kwartaal vorig jaar, dan steeg de arbeidsparticipatie juist. Vrouwen gingen meer uren werken. Bij mannen en jonge vaders op de arbeidsmarkt zie je de participatie alleen maar stijgen.

Hoe waren de kwartaalcijfers van het tweede kwartaal? De conclusie was toen: Het aantal kinderen dat naar de kinderopvang gaat, is heel licht gestegen met duizend kinderen ten opzichte van het eerste kwartaal. Maar ze komen gemiddeld wel minder uren: 3 procent. Lees meer

Download de kwartcijfers van het derde kwartaal van 2014 hier:

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.