NCKO-onderzoek: dalende trend gekeerd

De nieuwe NCKO Kwaliteitspeiling is met veel instemming begroet. De dalende trend is gekeerd. Maar veel reden om te juichen is er nog niet. De kwaliteit wisselt sterk, ook binnen organisaties, en is op veel plaatsen nog maar matig.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
NCKO-onderzoek: dalende trend gekeerd

Een van de hoofdonderzoekers van het NCKO is Ruben Fukkink, tevens hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is verheugd over de kwaliteitsstijging in de kinderopvang die de NCKO Kwaliteitspeiling laat zien. (Zie ook kader.) Verrast heeft hem vooral dat die kwaliteit soms zo wisselt. ‘De meeste vestigingen zijn verbeterd ten opzichte van vijf jaar geleden, maar er zijn er ook verslechterd. De kwaliteit wisselt bovendien per locatie. Verschillende locaties van verschillende instellingen laten heel uiteenlopende kwaliteit zien. We zitten nu op het veilige midden. De vraag is hoe we naar boven klimmen. Wie nu denkt achterover te kunnen leunen, heeft het niet begrepen.’

Interessant is dus de vraag hoe je die kwaliteit kunt verbeteren. Fukkink: ‘Dat is niet eenvoudig. Het vergt intensieve begeleiding, van heel hoge kwaliteit. Met een workshopje hier of daar ben je er niet. Dus ook de coach moet gecoacht, de mentor begeleid en de trainer getraind. Je hebt topcoaches nodig. En die komen niet uit de lucht vallen.’ Het gaat ook zeker niet om de kwantiteit, meent hij. ‘Meer is beter’ gaat maar ten dele op. Ook cursussen moeten van een ongelooflijke hoge kwaliteit zijn.’

Maar waar vind je die trainingen? Fukkink juicht toe dat de BKK-regeling wordt voortgezet, inclusief een hecht kwaliteitssysteem. De shortlist zal geen zeshonderd cursussen meer bevatten, zoals voorheen het geval was. Hij kraakt graag een kritische noot over de trainingssector. Die heeft het wel erg gemakkelijk gehad de afgelopen jaren. De sector kinderopvang is erg gul geweest. Iedereen kon zich op die markt van trainingen begeven, zonder opleiding, zonder toelatingseisen, zonder evaluatie.

Verwijst het NCKO-rapport voor trainingen en opleidingen daarom naar de eigen trainingen van het NCKO? Wij van WC-eend adviseren WC-eend? Fukkink: ‘Ik erken dat. Maar in een wetenschappelijk rapport moet je trainingen noemen die wetenschappelijk aantoonbaar effectief zijn. Die zijn er niet. Van de honderden cursussen zijn er maar twee geëvalueerd. Dat zijn Video-interactiebegeleiding en de NJi-training Omgaan met baby’s. Die laatste bleek tot mijn verrassing niet effectief. Houden we alleen de eerste over.’ De sector loopt achter op de eisen van de tijd, vindt hij. ‘Kijk naar de jeugdzorg. Daar bestaat een groeiende lijst met interventies die bewezen effectief zijn.’

Beroepsopleiding

Kwaliteit begint natuurlijk met een goede beroepsopleiding. Het mbo gaat vanaf 2015 werken met het nieuwe kwalificatiedossier. Dat ziet er op papier goed uit, vindt Fukkink, maar het is nog niet duidelijk hoe dat in de praktijk uitpakt. Fukkink: ‘Het taalniveau opkrikken, dat kunnen de mbo-opleidingen wel. Maar met interactievaardigheden hebben niet veel docenten ervaring. Het zijn de sleutelvaardigheden voor pedagogisch medewerkers, maar voor de opleidingen zijn ze nieuw.’

In zijn onderzoek, dat hij onder meer samen met een ROC doet, ziet hij ook een groot verschil tussen studenten. Fukkink: ‘Uit onderzoek blijkt bovendien dat je beginnende pedagogisch medewerkers heel snel naar een hoger niveau kunt tillen. Vooral jonge mensen moet je dus stevig begeleiden. Daar heb je echt wat aan. Na vijf jaar stabiliseert de groei zich.’ Daarnaast kun je je afvragen waar het plafond is. ‘Wat je kunt met mbo’ers houdt ergens op en hbo’ers zijn er nauwelijks in de sector.’

Crisis

Gericht investeren in kwaliteit heeft effect, maar in deze crisistijd zijn dergelijke investeringen niet vanzelfsprekend. Zowel groei als krimp zijn slecht voor de kwaliteit, meent Fukkink. In beide situaties moeten organisaties zich dan noodgedwongen concentreren op kwantiteit. En ook de betere mensen worden naar huis gestuurd.

Het is tijdelijk een kwestie van overleven. Zijn advies aan locatiemanager, pedagogen en pedagogisch medewerkers is om structureel de kwaliteit in de gaten te houden. Uit de Kwaliteitsmeting blijkt bijvoorbeeld dat het Pedagogisch kader wel goed geland is in de organisatie, maar niet altijd wordt opgepikt door de individuele medewerker. Het blijft een relatief kleine groep pedagogisch medewerkers die er echt kennis van heeft genomen. Daar is ook nog wel wat werk te verrichten.

Kwaliteitsmonitor bij Skon

De landelijke Kwaliteitsmeting is een van de werkzaamheden van het NCKO. Organisaties kunnen daarnaast de Kwaliteitsmonitor van NCKO afnemen. Skon deed dat in 2010 en in 2012. De locaties kregen een score tussen rood (niet acceptabel) en donker groen (excellent).
De landelijke trend zag je ook terug bij Skon. Vooral ontwikkelingsstimulering en interactie tussen kinderen moet extra aandacht krijgen. Ardi van Wiechen, pedagogisch adviseur en coördinator interactiebegeleiding bij Skon, vertelt dat er de afgelopen jaren veel in gang is gezet. ‘Wij proberen onze pedagogisch medewerkers bewust te leren kijken naar de ontwikkelingsmogelijkheden die er zijn. Interactiebegeleiding (IB) is daarbij een krachtig hulpmiddel. De speciale IB’er van Skon heeft jaarlijks drie gesprekken met iedere medewerker. Ze bespreekt daarin alle zes interactievaardigheden. Ze zet de filmbeelden stil en vraagt bijvoorbeeld: in welke fase van zijn ontwikkeling is dit kind? Welke vaardigheid ontwikkelt het op dit moment? Wat is jouw bijdrage daaraan?’
Bij de tussentijdse toetsing in 2012 bleek dat 45 procent van de locaties een verbetering liet zien, vooral waar het gaat om ontwikkelingsstimulering. Van Wiechen denkt dat dat te danken is aan het intensieve programma Basic Spelen. Bovendien waren zowel interactievaardigheden als het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving bij Skon tot jaardoelen voor 2012 benoemd. Locaties die al voldoende scoorden, kregen een hogere doelstelling. ‘Dit vraagt blijvende aandacht. Je kunt niet op je lauweren rusten.’

Kwaliteitsmonitor bij Estro

Bij de kinderopvangorganisaties van Estro is de Kwaliteitsmonitor in 2012 afgenomen. De resultaten zijn sinds juni van dit jaar bekend. Ze zijn vergelijkbaar met de landelijke resultaten. Ook Estro gaat inzetten op verbetering van de interactievaardigheden en de ontwikkelingsstimulering, vertelt Petra Vos, orthopedagoog en manager kwaliteit. Ze vindt het onderzoek een mooie manier om het weer over kwaliteit te hebben. ‘Juist in de zware tijd waarin de sector verkeert, moeten we inzetten op kwaliteit. Ik merk dat onze pedagogisch medewerkers dat ook prettig vinden’, zegt Petra. In de Kwaliteitsmonitor kunnen locaties zelf zien hoe ze scoren op het punt ‘Kwaliteit van de leefomgeving’. Petra: ‘Dan gaat het over inrichting, maar ook over gedrag; over hoeveel boekjes er zijn, of kinderen erbij kunnen, maar ook hoe er voorgelezen wordt. We gaan met locatiemanagers kijken waarom de ene locatie beter scoort dan de andere. Wat kun je van elkaar leren?’
Petra heeft er vertrouwen in. De pedagogisch medewerkers van Estro zijn de laatste jaren steeds meer gewend om elkaar aan te spreken op wat er goed gaat en wat minder. Petra: ‘We zijn een lerende organisatie; de kinderopvang is een lerende branche. De basisvaardigheden zijn wel op orde. We zijn bezig om een omslag te maken. In het verleden lag vaak de nadruk op het verzorgen. Maar onze kracht zit in spelend leren. Pedagogisch medewerkers zijn heel goed in staat om te zien wat een kind nodig heeft zodat het zich kan ontwikkelen. Daar begeleiden wij hen bij in opleiding en we praten er samen over op de werkvloer.’

NCKO Kwaliteitspeiling 2012

Het onderzoek

De metingen vallen uiteen in drie categorieën:
1. Vijf subschalen uit de meetinstrumenten ITERS en ECERS staan aan de basis van het NCKO-onderzoek naar de kwaliteit van de kinderopvang. Het gaat daarbij om: Ruimte en meubilering, Taal, Activiteiten, Interacties en Programma. Daarnaast is een item voor het brengen en halen van de kinderen opgenomen.
2. De tweede maat zijn de zes door het NCKO ontwikkelde observatieschalen voor de interactievaardigheden van pedagogisch medewerkers. Dat zijn: Sensitieve responsiviteit, Respect voor autonomie, Structureren en grenzen stellen, Praten en uitleggen, Ontwikkelingsstimulering, en Begeleiden van interacties tussen kinderen.
3. Ten slotte keken de onderzoekers naar een aantal structurele kwaliteitskenmerken, zoals de bestaansduur van het kinderdagverblijf, de groepsgrootte en de staf-kindratio in de groepen, de opleiding, leeftijd, ervaring, en omvang van de aanstelling van de pedagogisch medewerker.
De resultaten
– De pedagogische kwaliteit liet in 2012 voor het eerst weer een duidelijke stijging zien ten opzichte van eerdere jaren, zowel op de algemene proceskwaliteit, de interactievaardigheden van de pedagogisch medewerkers als de structurele kwaliteitsmaten. Scoorde in 2008 49 procent van de groepen onvoldoende, dat was in 2012 slecht twee procent (één groep). Dat is verheugend, maar de grote meerderheid (86 procent) behaalde nog steeds een score in de categorie matig. Slechts twaalf procent kreeg de score goed.
– De interactievaardigheden van de pedagogisch medewerkers gingen vooruit op twee van de zes schalen, namelijk Ontwikkelingsstimulering en Begeleiden van interacties tussen kinderen. Toch scoorden driekwart van de pedagogisch medewerkers hierop nog steeds onvoldoende.
– De basale vaardigheden Sensitieve responsiviteit, Respect voor autonomie, en Structureren en grenzen stellen werden in 2008 al voldoende tot goed beheerst en lagen in 2012 op hetzelfde niveau. Dat geldt ook voor Praten en uitleggen. Hoewel dat maar net voldoende was, met grote verschillen tussen medewerkers. Wat betreft de algemene proceskwaliteit is er ruimte voor verbetering op de schaal Activiteiten, waar bijna de helft van de groepen nog onvoldoende scoorde. Ook op de schalen Ruimte en meubilering, Taal, en Interacties, waren nog steeds relatief veel onvoldoendes. De enige schaal met een gemiddelde score in de categorie goed was de schaal Programma.

Foto: Nationale Beeldbank

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.