Integrale organisaties| Zijn de pedagogische basisdoelen nog relevant?| De VOG-eis| Ontwikkelingsvoorsprong| Steeds meer zorgenkinderen| ‘Meer VE werkt’ toont onderzoek aan| Generatie Alfa| Echt gelijkwaardig in het IKC| B-corp-certificering| De interieurpedagoog| Opvang voor 1 dag|
Vriendin Lisa keek met haar kinderen naar de film Ice Age. Ineens zei haar zoon (7): ‘Mama, hoe was de ijstijd? Jij hebt dat meegemaakt toch?' Nou, dan voel je je even oud…
Manon Wattimena is locatiemanager van De Regenboog in Amsterdam, een kinderdagverblijf met 7 groepen en onderdeel van IJsterk. De organisatie heeft 10 locaties rond het Amsterdamse centrum. ‘We hebben een prachtige tuin, misschien wel de groenste van alle Amsterdamse kinderdagverblijven.'
Het lijkt er toch echt van te komen: bijna-gratis kinderopvang. Vanaf 2029 moet het gaan gebeuren: het demissionair kabinet maakte op 17 oktober 2025 het wetsvoorstel daarvoor openbaar. Met de maatregel moet méér werken gaan lonen voor ouders.
Bij outdoor-bso Ferguson in Den Haag zijn de kinderen het grootste deel van de middag buiten. Vanuit hun uitvalsbasis, het scoutinggebouw, lopen ze zó het bos in. Vandaag, een doordeweekse dinsdag, gaan de kinderen insecten vangen en vuilnis rapen in het bos. ‘In de natuur leren kinderen samenwerken en maken ze makkelijker vriendjes.'
Ruben Fukkink is bijzonder hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam en is lid van het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek. Hij bespreekt in ieder nummer recent onderzoek voor en over de kinderopvang.
De vier pedagogische basisdoelen van Marianne Riksen-Walraven zijn al ruim twintig jaar de basis voor de Nederlandse kinderopvang. Even een opfriscursus: wat houden de vier doelen ook alweer precies in? En, zijn ze na al die jaren nog wel relevant voor de kinderopvang van nu? We vragen het aan pedagoog Simon Hay.
De ontwikkeling richting integrale organisaties voor kinderopvang en onderwijs dendert door. Dat zegt Gijs van Rozendaal, voormalig bestuurder van Het Kinderopvangfonds. Hij schreef een boek over dit onderwerp en schetst daarin de beweging van steeds verdergaande samenwerking tussen beide sectoren. Welke haken en ogen zitten er aan? En wat is er te winnen?
Volgens mij was het columnist Jan Kuitenbrouwer die ooit zijn vrienden vroeg wat ze een goede krant vonden. De vriend die piloot was, zei: ‘Ik vind de NRC een heel goede krant, behalve wanneer het over luchtvaart gaat, dan schrijven ze zulke onzin.'
De eerste maanden na de geboorte van een baby kunnen uitputtend zijn. Snelle oplossingen zijn vaak een deel van het probleem.
Geboren tussen 2010 en 2025: dat is Generatie Alfa. Exact, de kinderen die wij nu (mede)opvoeden op het kinderdagverblijf, de peuteropvang en de bso. Wat weten we eigenlijk van deze generatie? In welke omstandigheden groeien zij op? En hoe beïnvloedt dat deze generatie kinderen?
Hellen van Tilborg is ‘De Interieurpedagoog'. Ze ondersteunt bedrijven bij het creëren van de perfecte kinderopvangruimte. Oftewel: een ruimte die fungeert als derde pedagoog en die spel, onderzoeken en experimenteren stimuleert.
Er is in de kinderopvang volop aandacht – en geld – voor kinderen met een ontwikkelings-achterstand. Maar hoe zit het met kinderen die voorlopen? Die worden vaak over het hoofd gezien. Terwijl hun voorsprong ook kan leiden tot gedragsproblemen of verminderd welzijn, omdat ze gefrustreerd raken in hun ontwikkeling. Volgens Esther Grit, specialist Hoogbegaafdheid van KieneKids, zouden kinderopvangorganisaties meer oog kunnen hebben voor deze kinderen.
De afgelopen jaren heeft de overheid flink geïnvesteerd in de voorschoolse educatie (VE). Twee grote veranderingen stonden centraal: meer uren voorschoolse educatie voor peuters met een VVE-indicatie, en de invoering van een landelijke norm voor inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker (pbm'er) in de VE. Uit het landelijke EVENING-onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat beide maatregelen vruchten afwerpen: kinderen maken ontwikkelingswinst en de kwaliteit van de voorschool is zichtbaar toegenomen.
In Nederland werken de meeste moeders parttime. Dit betekent dat kinderen meestal twee à drie dagen in de week naar de opvang komen. Deze kinderen zijn vaak snel gewend en op hun gemak. Maar er zijn ook kinderen die maar één dag in de week komen. Hoe zorg je dat ook zij snel op hun plek zitten?
‘Poen om goed te doen.' Ook kinderopvang-organisaties investeren in een betere wereld door te investeren in hun organisatie en in hun kinderen. Zoals Partou (groot) en Hestia (klein), die voldoen aan strenge sociale en milieueisen van de B Corp-certificering. Waarom doen ze dat? En hoe?
De kinderopvang als centrale ontmoetingsplek midden in de wijk, met een horecagelegenheid, theater of sportclub. Het zijn waardevolle initiatieven, maar het roept ook de vraag op: hoe waarborg je de veiligheid van kinderen wanneer je ruimtes deelt met andere partijen? En: geldt voor alle bezoekers die regelmatig op de locatie zijn óók een VOG-plicht? ‘De VOG-eis is slechts één van de onderdelen voor het waarborgen van de veiligheid', zegt GGD GHOR Nederland.
Kinderopvangorganisaties geven vaker dan scholen aan dat zij de samenwerking in een IKC ongelijkwaardig vinden. Dat blijkt uit recent onderzoek. Ook uit onze eigen poll eerder dit jaar bleek dat 90 procent van de respondenten zich ongelijkwaardig voelt aan de onderwijscollega's. Maar er zijn ook kindcentra waar het wél goed gaat. Twee directeuren en een locatiemanager vertellen - en dit is wat zij anders doen.
In de kinderopvang werken we met ons hart. We willen impact maken op het leven van kinderen, hun ouders en onze collega's. Als manager in deze sector draag je niet alleen zorg voor kwaliteit en continuïteit, maar ook voor mensen. En voor velen van ons – vrouwen met meerdere rollen – is dat soms een hele kunst. We zijn manager, werknemer, moeder, partner, vriendin, mantelzorger, en ergens daartussen proberen we óók nog onszelf te zijn.
Laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen. De gemiddelde ondernemer in Nederland zal op het moment dat hij of zij 96% van een dienst betaalt daar als voorwaarde aan verbinden: wie betaalt, bepaalt.

