Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Ervaringsgericht werken: eigenlijk heel eenvoudig’

Avatar
Annette Wiesman
Bij het denken over kwaliteit lijkt het vanzelfsprekend om eerst naar de aanpak te kijken. Maar er is een andere ingang die ons verder brengt, vindt Ferre Laevers, de Leuvense hoogleraar die het Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs leidt. Welbevinden en betrokkenheid geven een beter beeld. 'Laat het kind de weg wijzen.'
ervaringsgericht-werken-eigenlijk-heel-eenvoudig
Foto: Adobestock

Bij het verbeteren van de kwaliteit in de kinderopvang focussen we vaak te veel op de aanpak, vindt Ferre Laevers, emeritus-hoogleraar aan de universiteit van Leuven en directeur van het Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs (CEGO). Hoewel er een rijk aanbod is aan pedagogische methoden, is er volgens hem op de meeste plekken nog te weinig oog voor waar het uiteindelijk om draait: de manier waarop het kind op dagelijks niveau de opvang ervaart. Hoe voelt het kind zich, gaat het op ontdekkingstocht, is het nieuwsgierig? Volgens Laevers zou je elke praktijk eerst op deze overstijgende vragen moeten toetsen. Want: ‘Je kunt het allerbeste systeem hebben, en tóch iets missen. Alles begint met de vraag: hoe komt dat wat je doet over bij de kinderen?’

Gefascineerd

Ferre Laevers

Welbevinden en betrokkenheid zijn bij het ervaringsgericht werken de sleutelwoorden. Een kind dat zich helemaal thuis voelt en zichtbaar geniet, scoort hoog op welbevinden. Een kind dat in zijn activiteit opgaat, geconcentreerd en gefascineerd bezig is, laat betrokkenheid zien. Deze begrippen zeggen niet zozeer iets over een aanpak of opbrengst, maar over het proces dat zich daartussen afspeelt. En juist voor het proces is volgens de hoogleraar meer aandacht nodig.

Ervaringsgericht onderwijs

Laevers is niet de minste: hij was de grondlegger van ervaringsgericht onderwijs in de jaren zeventig, gebaseerd op onder andere de ideeën van humanistisch psycholoog Carl Rogers en Jean Piaget. Baanbrekend was indertijd het belang dat in het ervaringsgerichte onderwijs werd gehecht aan de beleving van kleuters, naast hun motorische, cognitieve en taalontwikkeling. Het ervaringsgerichte denken is inmiddels doorontwikkeld en bestrijkt de hele opvang- en onderwijssector van 0- tot 18-jarigen, en daarnaast de hogeschoolopleidingen en de nascholing.

Waarom zijn welbevinden en betrokkenheid zo veelzeggend?
‘Die twee zaken zijn geen eigenschappen van een kind, maar ze vertellen ons hoe kinderen het maken. Het zijn geen kindkenmerken, maar procesvariabelen: het resultaat van het complexe samenspel tussen het kind en de leef- en leeromgeving die we bieden. Het mooie aan die twee is dat ze uitzicht geven op alle aspecten van ontwikkeling. Welbevinden is nodig om een gave emotionele ontwikkeling veilig te stellen. Betrokkenheid is het signaal dat kinderen zich aan het ontwikkelen zijn.’

Hoe ziet het ervaringsgericht werken er in de praktijk uit?
‘Als een organisatie besluit om de procesgerichte manier van werken in praktijk te brengen, wordt een traject uitgerold waarin de teams kennismaken met de begrippen welbevinden en betrokkenheid en bijbehorende observatieschalen. Ook wordt er een digitaal volgsysteem uitgerold waarbij pm’ers voor elk kind op basis van een eenvoudige vijfpuntenschaal het niveau van welbevinden en betrokkenheid aangeven. Dat gebeurt driemaal per jaar. Na deze screening van een groep kun je snel focussen op de kinderen die extra aandacht behoeven.’

Maar een kind kan toch ook slecht in zijn vel zitten omdat het thuis niet lekker loopt?
‘Dat is zeker waar, en daarom hebben we ook een implementatie ontwikkeld om ouders actief bij de ervaringsgerichte praktijk te betrekken. Aan de hand van een afbeelding – het kindportret – bespreken ouders en de pm’er hoe hun kind zich voelt en hoe ze elk zijn welbevinden en betrokkenheid inschatten. Het gesprek mondt uit in een conclusie over wat de thuissituatie en de kinderopvang voor het kind kunnen betekenen.’

Wat kun je doen als een kind of een groep laag scoort, omdat het welbevinden of de betrokkenheid tekortschiet?
‘Het model onderscheidt maar liefst 350 mogelijke interventies, en daarbij staat altijd de kindbeleving centraal. Ze zijn verdeeld over vijf factoren: groepsklimaat, aanbod van materialen en activiteiten, ruimte voor initiatief, organisatie en stijl van de pm’ers. Ruimte voor het eigen initiatief van kinderen betekent dat kinderen doorgaans hun activiteiten kunnen kiezen en bepalen. Daarmee kunnen ze zichzelf loodsen naar activiteiten die hen kunnen boeien. Dat vraagt natuurlijk om een rijk basisaanbod van materialen en activiteiten. Waar de betrokkenheid laag is, ga je op zoek naar interventies: meer gevarieerd constructiemateriaal aanbieden, het aanbod van puzzels beter op het niveau afstemmen, het klimaat in de groep verbeteren door te werken rond de basisgevoelens (blij, bang, boos, verdrietig), meer kansen voor beweging scheppen als je kinderen over, tussen en onder meubels ziet klauteren… Als de dagindeling en werkverdeling niet zijn afgestemd op de behoeften van de kinderen, zie je vaak dode momenten. Zoals kinderen die op de mat wachten, terwijl twee pm’ers aan het verschonen zijn.’

Ook de stijl van de pm’ers is een belangrijk aanknopingspunt. Daar hebben we de interactievaardigheden toch voor?
‘Je verplaatsen in de gevoelens van kinderen en die ook benoemen is heel belangrijk; daarvan komen kinderen tot rust. Uit het feit dat welbevinden over het algemeen hoger scoort dan betrokkenheid, valt op te maken dat het makkelijker is om kinderen liefdevol te bejegenen dan een kind uit te dagen. Daarom is het zo goed om naast welbevinden uitdrukkelijk aandacht te besteden aan betrokkenheid. Dat laatste doe je bijvoorbeeld door levendig een verhaal te vertellen, vragen uit te lokken, maar ook te kijken of je de moeilijkheidsgraad van een spel kunt verhogen of verlagen. Speel in op wat het kind interessant vindt. Houd je nooit in met een tussenkomst, een suggestie voor een activiteit, nieuwe woorden en uitdrukkingen, een stimulerende vraag, als je aanvoelt dat dit de intensiteit van het spel en de dialoog kan verhogen. Ervaringsgericht werken is heel eenvoudig, omdat het kind je in zekere zin de weg wijst.’

Ferre Laevers is een van de keynote sprekers op het Jaarcongres Management Kinderopvang. Dit interview heeft eerder in Management Kinderopvang 5 2019 gestaan.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.