Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

71 procent van organisaties kampt (nog) niet met overmacht door COVID-19

Avatar
Frida Noordzij
71 procent van de kinderopvangorganisaties heeft in coronatijd (nog) niet te maken gehad met overmacht, en daarmee de kans op boetes tijdens inspecties. Zo'n 40 procent heeft lokale afspraken kunnen maken met de gemeente, de toezichthouder of veiligheidsregio over het toezicht in de kinderopvang. Dit blijkt uit een enquête door brancheorganisaties BMK en BK.
Foto: ANP

De kinderopvang spant zich in om alle vestigingen open te houden in de huidige coronapandemie. Brancheorganisaties BMK en BK peilden in de week van 7 tot en met 13 oktober onder hun leden hoe het is gesteld met het toezicht en de handhaving op de regels en wat de inzet en de kosten zijn om medewerkers aan de slag en locaties open te houden.

In totaal hebben ruim 110 kinderopvangorganisaties de enquête ingevuld. Het betreft met name middelgrote organisaties.

Toezicht

71 procent van de kinderopvangorganisaties geeft aan (nog) niet te maken te hebben gehad met overmacht door COVID-19. In de situaties waarin wel sprake is geweest van overmacht (24 procent van de respondenten) wordt de situatie zowel beschreven als een overtreding geconstateerd.
In bijna 10 procent van de gevallen van een constatering werd er door de gemeente gehandhaafd.

Bijna 40 procent van de respondenten heeft lokale afspraken kunnen maken met de gemeente, de toezichthouder of de veiligheidsregio. Daarvan gebruikt ongeveer 20 procent het ‘Stappenplan kinderopvang’, door de kinderopvang zelf geïntroduceerd, en 10 procent gebruikt de coulanceregeling van dit voorjaar. Daarnaast worden veel maatwerkafspraken gemaakt.

Extra kosten

De coronacrisis brengt extra kosten met zich mee voor kinderopvangorganisaties: verzuim van medewerkers doordat zij wachten op een coronatest, of positief getest zijn. Maar ook de aankoop van versnelde commerciële testen, de inzet van vervangend personeel en de compensatie voor ouders zijn volledig voor eigen rekening van de kinderopvangorganisatie.

Testen

Het grootste deel van de respondenten (bijna 80 procent) laat medewerkers testen bij de GGD. Ruim de helft van deze groep ervaart dat de wachttijden bij de GGD blijven oplopen.

Maar commerciële testen bieden niet altijd soelaas; ruim 60 procent van de kinderopvangorganisaties maakt hiervan gebruik maar de helft van de respondenten geeft aan dat ook hier de wachttijden toenemen en het aanbod afneemt.

Niet-inzetbare medewerkers

Door de regels en voorschriften omtrent COVID-19 is een deel van de medewerkers niet inzetbaar. Het gaat hierbij om medewerkers die wachten op een uitslag van een test, zelf (of een huisgenoot) behoren tot een risicogroep of zijn meer dan 28 weken zwanger. Gemiddeld geldt dat voor zo’n 8 procent van het personeel. Er zijn uitschieters naar boven (30 procent) en beneden (1,5 procent).

Locaties sluiten

In de week voorafgaand aan de enquête (30 september tot en met 7 oktober) heeft gemiddeld 11 procent van de respondenten een groep of locatie moeten sluiten. Hoeveel kinderen totaal niet konden worden opgevangen in die week is niet met zekerheid te zeggen.

Bronnen: BK en BMK

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.