Samenwerking met school binnen een kleine gemeente

Een mooie, nieuwe brede school komt niet overal even snel van de grond. Zeker in kleine gemeenten of op het platteland kost het de nodige moeite. Vaak zijn er alleen kleine dorpsscholen en weinig andere samenwerkingspartners. Toch kan ook in niet-stedelijke gebieden samenwerking prima vorm krijgen. Het geheim? Met elkaar praten, niet over elkaar. En richt je niet op het heden, wel op hoe een doorgaande ontwikkelingslijn voor kinderen er over tien jaar kan uitzien.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Samenwerking met school binnen een kleine gemeente

In het Zuid-Hollandse Zoeterwoude is een vruchtbare samenwerking ontstaan tussen de vier basisscholen in de gemeente en de Stichting Kinderopvang Zoeterwoude. Nadat zij eerst de behoefte van het onderwijs goed in kaart bracht, nam de kinderopvangorganisatie het initiatief voor meer en betere samenwerking. Jaar in, jaar uit goed overleg met alle scholen en de gemeente begint nu zich uit te betalen. De inniger samenwerking is een groot succes.

Dit is bijvoorbeeld zichtbaar tijdens een gezamenlijke evaluatiemiddag in het hoofdkantoor van de SKZ. De zaal zit vol met juffen, meesters, peuterleidsters en pedagogisch medewerkers. In workshops bespreken zij het overdrachtsformulier dat scholen én kinderopvang vorig jaar samen hebben ontwikkeld. Bevalt het na een jaar, bevordert het – indien nodig – een goede, warme overdracht? En hoe gaan we om met ouders die niet willen dat hun kind ‘warm’ wordt overgedragen van kinderdagverblijf naar school? Er vinden uitgebreide gedachtewisselingen plaats, waarbij het voor een buitenstaander niet meer duidelijk is wie in de kinderopvang werkt en wie in het onderwijs!

Gezamenlijk kindvolgsysteem

Vanwaar dit grote succes? Maria Loomans, directeur van SKZ, vertelt dat zij in tien jaar tijd veel heeft bereikt door constant in overleg te zijn met alle basisscholen in de gemeente. ‘Stapje voor stapje leer je elkaar dan kennen. Dan merk je dat scholen individueel worstelen met zaken als kindvolgsystemen, achterstandsleerlingen, taalproblemen. Ik kreeg zo een goed beeld van wat er speelt in het onderwijs en hoe we daar samen sterker in kunnen worden. De kinderopvang kent bijvoorbeeld de achtergrond van zorgkinderen, het onderwijs hoeft dat echt niet eerst allemaal zelf uit te vogelen.’

Van groot belang is ook dat SKZ-manager dagopvang Suzanne Nagelkerke door haar achtergrond als onderwijzeres onderbouw goed de verbinding kon leggen tussen kinderopvang en onderwijs. Maria Loomans: ‘Dit bleek een grote meerwaarde te hebben. Wanneer je elkaars vakjargon verstaat en de structuren kent van de verschillende sectoren, kom je sneller bij elkaar.’

En van het een komt het ander. Want door de intensieve gesprekken en samenwerking kiezen kinderopvang en scholen nu ook voor één gezamenlijk kindvolgsysteem. Dit tot grote vreugde van de Inspectie van het Onderwijs, die deze integratie als ‘uniek’ bestempelt. Het idee voor het gezamenlijk kindvolgsysteem is ontstaan tijdens gesprekken tussen kinderopvang, gemeente en Katrien Schober van Weer Samen Naar School (WSNS). Katrien ondersteunt scholen bij vragen rondom zorgleerlingen en helpt bij het opzetten van de gezamenlijke projecten tussen scholen en kinderopvang.

‘Uit de gesprekken kwam naar voren dat eigenlijk iedereen het liefst een kindvolgsysteem voor kinderen van nul tot zes jaar wilde’, zegt Katrien. ‘Zo geven we de doorgaande ontwikkelingslijn en een efficiënte overdracht van zorgkinderen toekomstgericht vorm.’ Wederzijds vertrouwen opbouwen en als kinderopvang en onderwijs laten zien dat je daadwerkelijk kwaliteit wilt verbeteren voor kindvoorzieningen, dat zijn volgens Katrien de geheime ingrediënten in Zoeterwoude. ‘Door gezamenlijke workshops over bijvoorbeeld meertaligheid leren scholen en kinderopvang, leerkrachten en pedagogisch medewerkers elkaar goed kennen. Het verkleint de afstand. Je weet wat je aan elkaar hebt en weet elkaar makkelijk te vinden.’

Trekkersrol

Ook de gemeente Zoeterwoude is blij met de nieuwe aanpak. ‘Dit past helemaal in ons ideaalplaatje van samenwerkende en goed functionerende kindvoorzieningen’, zegt gemeentelijk beleidsmedewerker jeugd en onderwijs, Myriam van Dijk. Volgens haar is het voor een kleine gemeente ondoenlijk om zelf dergelijke initiatieven op poten te zetten. ‘We hebben daar onvoldoende tijd en kennis voor in huis. We zijn dan ook erg blij dat SKZ de trekkersrol op zich heeft genomen en dat Katrien Schober van WSNS het gezamenlijke traject heeft ondersteund.’

Om de samenwerking tussen scholen en kinderopvang nog beter te oliën, heeft de gemeente voorgesteld om alle (achterstands)gelden voor jonge kinderen in één potje voor voor- en vroegschoolse educatie te stoppen. ‘We faciliteren als gemeente graag onderlinge samenwerking tussen de kindvoorzieningen en zoeken hiervoor steeds naar creatieve oplossingen’, zegt Myriam van Dijk. Scholen en kinderopvang mochten mooie plannen gaan maken van het beschikbare geld. Onder meer de gezamenlijke workshops en het kindvolgsysteem worden nu betaald van dit VVE-geld. Maar ook de inzet van een logopediste die individueel niet-Nederlandstalige kinderen én hun ouders zal begeleiden. Zowel op de dagopvang, de peuterspeelzaal als de basisschool. ‘Het verbeteren van ouderbetrokkenheid zit ook al in deze aanpak ingebakken. We zijn verheugd dat de samenwerking tussen de kindvoorzieningen in Zoeterwoude zo goed verloopt en dat met slechts een klein (financieel) zetje van onze kant zo veel moois is opgebloeid!’ aldus een tevreden Myriam van Dijk.

Foto:  Nationale Beeldbank

Maria Loomans van stichting Kinderopvang Zoeterwoude is graag bereid verdere informatie te verstrekken. Telefoon: (071) 580 8011.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.